Amsterdam moet kerken plek geven in beleid voor huisvesting
In grote steden bevinden zich steeds meer nieuwe, vaak multiculturele kerken die groeien als kool en doordeweeks een onmisbare rol hebben in het leefbaar houden van de wijken. Daarom moet het stadsbestuur ze een onderkomen geven.

Alsof een vastlopende plaat keer op keer wordt afgespeeld. Zo voelen de uitspraken van de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink in reactie op Amsterdamse kerken die om hulp vragen vanwege de urgente huisvestingsproblematiek. Opnieuw wordt de scheiding tussen kerk en staat aangehaald. En opnieuw verkeerd gebruikt.
Bij uitbreiding van Amsterdam wordt steevast onvoldoende ruimte gereserveerd voor kerken
Zijn uitspraken getuigen van politieke onwil en zijn daarmee een klap in het gezicht van de kerken. Het stadsbestuur dat dagelijks hulpbehoevende Amsterdammers naar kerkinitiatieven zoals voedselbanken en ontmoetingsmomenten verwijst, is ook het stadsbestuur dat doet alsof er geen waardevolle band met deze kerken bestaat zodra die een keer om hulp vragen. Wel de baten dus, maar niet de verantwoordelijkheid.
Harde afwijzing
Amsterdamse kerken bevinden zich al decennia in een continue strijd om hun bestaansrecht. Onderdak voor kerken is al jaren een probleem en wordt door de sloopwoede en renovaties van wijken steeds nijpender. In de drukke, dure hoofdstad zijn kerken afhankelijk van onzekere contracten en ontberen zij een stabiele thuisbasis, bij uitstek het toenemende aantal kerken die in ledental groeien. Vandaar dat tientallen kerken op 14 maart een brandbrief schreven aan burgemeester Halsema. Zij vroegen niet om geld, noch om het uit handen nemen van hun eigen verantwoordelijkheden door de gemeente. Maar zonder gericht gemeentelijk beleid voor de huisvesting van kerken leggen ze het steeds vaker af tegen commerciële partijen, een per definitie ongelijke strijd. Daarbij speelt het gegeven dat bij uitbreiding van de stad steevast in de planologische ontwikkeling onvoldoende ruimte wordt gereserveerd voor kerken, terwijl daar bij de bevolking wel behoefte aan is.
Zonder gericht beleid voor de huisvesting van kerken leggen ze het steeds vaker af tegen commerciële partijen
Daar waar de burgemeester met een gastvrije uitnodiging reageerde, klonk elders uit het Amsterdamse college bij monde van wethouder Groot Wassink direct een onthutsend harde afwijzing. De wethouder gaf openlijk aan wel over de mogelijkheid te beschikken om kerken te helpen, maar dit expliciet niet te willen onder het mom van de „scheiding van kerk en staat”. Het stadsbestuur geeft zo een verontrustende boodschap af over de waarde van religie in het publieke domein.
Maatschappelijke rol
Kerken vragen alleen dat ze serieus meegenomen worden in algemeen huisvestingsbeleid dat waarborgt dat er genoeg fysieke ruimte bewaard wordt voor religieus gebruik. Het gaat bijvoorbeeld om ruimte in bestemmingsplannen. Voor wat belangrijk is creëren we immers ruimte. Vanuit die gedachte boeken gemeenten ruimte in voor scholen, eetgelegenheden en sportvoorzieningen. Die zouden anders ook verdwijnen.
Steeds vaker is te zien dat de scheiding tussen kerk en staat wordt gebruikt als wapen tegen gelovigen
Gezien de vrijheid van godsdienst kan niemand eromheen dat het hier om een belangrijk recht gaat. De rol van de kerk is bovendien ook in maatschappelijk opzicht nauwelijks te overschatten: zingeving, armoedebestrijding, welzijnswerk, eenzaamheidsbestrijding. Zonder kerken zouden de samenleving, de Amsterdamse wijken en de bestuurlijke uitgaven binnen het sociale domein er een stuk slechter voor staan. En dat weet het stadsbestuur heel goed. Dat kerken dan toch arbitrair geweigerd zouden kunnen worden voor beleidsondersteuning doet alle alarmbellen afgaan.
Multiculturele kerken
Steeds vaker is te zien dat de scheiding tussen kerk en staat verkeerd wordt uitgelegd en wordt gebruikt als wapen tegen gelovigen. Ooit primair bedoeld om kerken tegen inhoudelijke staatsbemoeienis te beschermen en te voorkomen dat één religie een claim op de staat kan leggen, wordt het principe vandaag de dag ingezet om initiatieven van gelovige burgers achter te stellen.
Op de achtergrond speelt nóg iets mee. Dat kerken naar onderdak moeten zoeken, heeft ook te maken met religieus analfabetisme binnen gemeentebesturen. Het idee heerst dat de behoefte aan religie niet meer bestaat, dat de kerk aan relevantie inboet. En dat de kerk een plek is waar mensen slechts op zondag samenkomen.
Niets is minder waar. In steden als Amsterdam, Rotterdam en Almere bevinden zich steeds meer nieuwe, vaak multiculturele kerken die groeien als kool en doordeweeks een onmisbare rol hebben in het leefbaar houden van de wijken. Juist aan de linkerkant van het politieke spectrum, met de gepredikte voorliefde voor inclusie, zou je verwachten dat men deze minderheden serieus neemt als zij aangeven dat het geloof een cruciaal onderdeel is van hun maatschappelijk leven.
Zingevingsvacuüm
Als deze harde beleidslijn normaal wordt, dreigt kerkbezoek een privilege te worden voor mensen met geld en dreigen de kerken uit juist de meest kwetsbare wijken te verdwijnen. De kerken die zich voor de armsten inzetten, worden hiermee niet alleen in de steek gelaten, maar ook stigmatiserend behandeld door bestuurders die hun rol niet begrijpen. In een democratische rechtsstaat moeten zowel gelovigen als niet-gelovigen op de overheid kunnen rekenen.
Nederland is geen atheïstische staat maar kent een neutrale overheid. Daarbinnen moeten bestuurders niet hun persoonlijke allergie voor religie etaleren, maar juist de samenwerking zoeken in een samenleving die steeds verder verbrokkelt en een zingevingsvacuüm kent. Door de handen ineen te slaan in plaats van muren op te werpen kunnen kerk en politiek samen, elk in de eigen kring en met een eigen rol, bouwen aan een verbonden samenleving. Dan hebben ze alleen wel een plek nodig.
Don Ceder is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, Tim Kuijsten is lijsttrekker voor de ChristenUnie in Amsterdam.