Medicinale planten moeten inheemse bevolking meer ten goede komen
Op het gebied van medicijnontwikkeling uit inheemse planten kan meer inzet van ontwikkelingsorganisaties zinvol zijn. Het zou de ontvangende bevolking bijvoorbeeld minder afhankelijk maken van donaties.

De huidige regering bezuinigt drastisch op ontwikkelingssamenwerking (OS). Een wens van vooral de PVV. Want nu zijn de Nederlanders aan de beurt. Alsof die paar miljard die op OS worden bezuinigd –ze vormen wel een flink deel van het geld voor OS maar slechts een miniem deel van onze begroting– het verschil gaan maken voor de ”gewone, hardwerkende Nederlander”.
De duurzame verbetering voor de sociaaleconomisch zwakkere bevolkingsgroepen moet niet komen van overheidssubsidies maar van een rechtvaardiger economische ordening. Waarin niet de kapitaalverstrekker vooropstaat bij de verdeling van de welvaart, maar waarin bedrijven worden gezien als arbeidsgemeenschappen met meerdere belanghebbenden die allemaal een rechtvaardig deel ontvangen. Economie moet niet primair zijn gericht op materiële welvaartsverhoging. Ze moet streven naar de creatie van waardevolle goederen en diensten, waaraan mensen in de samenleving hun middelen willen besteden om te kunnen floreren.
Nu importéren Afrikaanse landen de meeste geneesmiddelen en die zijn relatief duur
Ontwikkelingssamenwerking dient gericht te zijn op het bevorderen van sociale praktijken waarin waarden gerealiseerd worden die een samenleving doen bloeien. Bijvoorbeeld voedselproductie en voedselverwerking voor voedselzekerheid, rechtspraak voor rechtvaardigheid, onderwijsinstellingen voor de vorming van de opkomende generatie, zorginstellingen en geneesmiddelen voor gezondheidsbevordering enzovoorts.
Geneesmiddelen kunnen een belangrijke rol vervullen in de zorg voor gezondheid. God geeft in een door zonde en kwaad getekende wereld nog veel mogelijkheden om aantasting van leven en gezondheid tegen te gaan. Al blijft alle gebruik van middelen afhankelijk van Gods zegen; immers, „in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij” (Handelingen 17:28). Vanouds hebben volken hun eigen manieren ontwikkeld om leven en gezondheid te beschermen. In de zogenaamde traditionele geneeswijzen, inclusief ”complementaire geneeswijzen” in Nederland, spelen planten vaak een grote rol. Zo ook in Afrika.
Een recent rapport van DEVEX, een mediaplatform voor de mondiale ontwikkelingsgemeenschap, meldt dat van de 45.000 geïdentificeerde plantensoorten er in traditionele geneeswijzen omstreeks 5000 gebruikt worden. Van 36 ervan is vastgesteld dat ze kunnen dienen ter behandeling. Een eerste studie naar extracten uit 27 planten liet zien dat 24 ervan de vermenigvuldiging van bacteriën tegenhielden. Dit kan belangrijk zijn in de bestrijding van resistente bacteriën, een groeiend probleem in Afrika. Zo zijn veel meer voorbeelden te noemen van veelbelovend onderzoek naar het gebruik van planten in de gezondheidszorg in Afrika.
Het Kenya Medisch Onderzoeksinstituut heeft een Centrum voor Traditionele Geneeskunde en Geneesmiddelenonderzoek. Dat beoogt traditionele medicijnen te integreren in het zorgstelsel van het land. Nu importéren Afrikaanse landen de meeste (reguliere) geneesmiddelen, die relatief duur zijn. Door gebrek aan financiering zijn Afrikaanse onderzoeksinstellingen gedwongen om hulp in te roepen van farmaceutische bedrijven in rijke landen bij het maken van geneesmiddelen uit lokale planten. Dat heeft als risico dat die bedrijven de genetische eigenschappen identificeren die met de medische werking te maken hebben en vervolgens op het geneesmiddel een patent verwerven. De Afrikaanse bevolking zou dan dat geneesmiddel uit hun planten weer duur moeten kopen.
Gelukkig heeft de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (COP 16) eind 2024 daarin verbetering gebracht. De landen spraken af dat inheemse volkeren en lokale gemeenschappen een vergoeding krijgen voor het gebruik van hun geneeskrachtige planten bij het maken van nieuwe geneesmiddelen.
Vooral het laatste decennium zien we dat ontwikkelingsorganisaties hun werkzaamheden geleidelijk verschuiven van hulp (bijvoorbeeld in gezondheidszorg) naar het bevorderen van (rechtvaardige) economische activiteiten. Dat is een goede ontwikkeling. Het lijkt mij dat ook op het gebied van medicijnontwikkeling uit inheemse planten en hun verspreiding meer inzet van ontwikkelingsorganisaties zinvol kan zijn. Het zou niet alleen de gezondheid van de ontvangende bevolking bevorderen maar die ook onafhankelijker maken van donaties.
Het is een ingewikkeld terrein dat brede inzet en een lange adem vereist. In de mondiale economische verhoudingen, waarin de grootmachten strijden om suprematie, blijven veel ontwikkelingslanden namelijk financieel-economisch kwetsbaar. Nodig is een blijvende lobby, met bundeling van veler krachten, om ook aan die verhoudingen iets te doen. Vooral in deze tijd van een groeiende ”eigen volk eerst”-mentaliteit. Immers, wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen.
De auteur is emeritus bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie, Wageningen Universiteit.