CGK in crisis? Ja, zegt de een; nee, denkt de ander
Een week na de historische synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) wordt de situatie in het kerkverband nog steeds verschillende getaxeerd. Een terugblik in drie trefwoorden.

1. Kanselboodschappen
De week van een christen begint met de rustdag; voor CGK’ers dit keer een bijzondere zondag. Vermoedelijk werd op alle kansels van de 180 kerken aandacht besteed aan de impasse waarin het kerkverband sinds de laatste synodeweek verkeert. In die week strandde immers, na urenlang vergaderen, een werkmodel waarmee de CGK mogelijk de nabije toekomst in konden gaan, te weten een herindeling van het kerkverband in een A- en een B-deel.
Hóé er vanaf de kansel op de situatie werd gereageerd, verschilt plaatselijk flink. In sommige gemeenten werd de brief die het moderamen zaterdag naar alle kerken stuurde, geheel of grotendeels voorgelezen. De brief, waarin het bestuur van de synode schrijft dat het met „lege, schuldige handen” staat, maakte op veel plaatsen indruk. In de cgk Apeldoorn-Oost werd hij dinsdag, in een extra mail, naar alle gemeenteleden verzonden.
In Rijnsburg legde ds. L.A. den Butter, voor hij de brief van het moderamen voorlas, in eenvoudige bewoordingen aan de kinderen van zijn gemeente uit wat er in de CGK nu eigenlijk aan de hand is. „Wat je beloofd hebt, moet je doen”, hield hij de Rijnsburgse jeugd voor. En als er in een „grote kerkvergadering” na bestudering van de Bijbel zaken worden afgesproken, bijvoorbeeld over vrouwen in het ambt, moet elke kerk zich daaraan houden.
Zo ging het niet overal. In de cgk Dronten merkte de ouderling van dienst in de voorafgaande mededelingen op dat „na het sluiten van de synode ook in cgk Dronten de ambten opengesteld zullen worden voor vrouwen”. De ouderling riep gemeenteleden op tot gebed, in het bijzonder voor de predikant van de gemeente, ds. J. Oosterbroek, eerste scriba in het moderamen van de synode. „Het is voorstelbaar dat de ontstane situatie voor hem gewetensvragen oproept over zijn rol, taak en positie binnen de synode.”
2. Urgentiegevoel
Wat in de week na de synode verder opvalt, is dat het urgentiegevoel van een deel van de kerken, en ook van het moderamen, beslist niet overal wordt gedeeld. In een uitlegbrief aan alle kerkenraden ging het bestuur van de synode donderdag nog een keer in op de ontstane situatie. Het moderamen benadrukt daarin nog weer eens dat de door de synode onvoldoende gesteunde twee-onder-een-kapconstructie „de laatste mogelijkheid was om een ongecontroleerde breuk te voorkomen”. Het schrijft ook: „We lopen als kerken bestuurlijk vast. Dat is hoogst ernstig!”
Dat ziet prof. dr. A. Huijgen, hoogleraar systematische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), anders. In een uiteenzetting op CVandaag schrijft hij dat hij „na afgelopen synodeweek optimistischer is over de toekomst van de CGK” dan hij lange tijd is geweest. Over het gebrek aan steun voor de zogeheten houtkoolschets van het moderamen is hij niet rouwig. „De kerk is het lichaam van Christus, en dat laat zich niet onderverdelen in twee afdelingen.”
Prof. Huijgen wijst erop dat de naam van het kerkverband niet voor niets Christelijke Gereformeerde Kerken, dus meervoud, luidt. „Juist omdat de plaatselijke kerk zo centraal staat, heeft een synode maar een beperkte betekenis.”
Ondanks de landelijke patstelling kan het plaatselijke kerkelijke leven „gewoon doorgaan”, stelt hij. En ook dat van de classes, zelfs die van Zwolle. „Het lijkt me gezond om terug te gaan naar kerntaken.”
De crisis in de CGK bestaat volgens hem wel, maar is zijns inziens van een ander karakter. „Jaar na jaar krimpt het kerkverband met een aantal mensen zo groot als een forse gemeente. (…) Dat is de échte crisis in de CGK.”
3. Nieuwe plannen
Een derde zaak die opvalt in de week na de synode is dat bepaald nog niet iedereen ervan overtuigd is dat het vorige week gestrande toekomstplan inderdaad „de allerlaatste poging” was om chaos te voorkomen. In diverse media stelden enkele CGK’ers deze week toch nog alternatieve uitwegen uit de misère voor.
Zo betoogde Wim Hanekamp, lid van de cgk te Dronten, donderdag in het Reformatorisch Dagblad dat aangezien de diversiteit die 130 jaar lang een belangrijk kenmerk van de CGK is geweest nu tot een probleem is geworden, de tijd wellicht gekomen is om het kerkverband te ontbinden. Ruimdenkende gemeenten kunnen de overstap maken naar de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) of de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), suggereert hij. Behoudende gemeenten zouden zich kunnen aansluiten bij de Hersteld Hervormde Kerk (HHK).
Een andere weg wordt gewezen door dr. B.A.T. Witzier, zendingsconsulent van de CGK. In het Nederlands Dagblad stelde hij maandag dat de huidige crisis zich meer op landelijk dan op plaatselijk niveau afspeelt. „We zullen dus (weer) meer vanuit de plaatselijke kerken moeten denken. We zullen veel strikter presbyteriaal-synodaal (dus van onderaf naar boven) moeten insteken, eenvoudigweg omdat de synodaal-presbyteriale route vastloopt.”
Hij pleit ervoor om „alleen bovenplaatselijk te doen waarmee in een bovenplaatselijke vergadering unaniem of met een zeer grote meerderheid ingestemd wordt”.
Maar zit in dit laatste, die „zeer grote meerderheid” nu juist niet de bottleneck? Welke aanwijzingen zijn er dat de door dr. Witzier of door Hanekamp voorgestelde oplossingsrichting in de Nunspeetse Oenenburgkerk wél op een royaal en breed draagvlak zal kunnen rekenen? En blijft dat royale en brede draagvlak voor elk ingrijpend plan inzake de toekomst van de CGK nu niet juist een onmisbaar vereiste?