Hulpverleners bij misbruik: Los het niet binnen een familie op of binnen de kerk
Ruimte om hun verhaal te doen en erkenning van hun ervaringen. Dat is waar misbruikslachtoffers in eerste instantie vooral naar op zoek zijn, ervaren hulpinstanties als het Reformatorisch Meldpunt en het Centrum Seksueel Geweld (CSG). „Niet meteen in de actiereflex schieten, dat is overweldigend.”
Soms komt er een melding binnen bij het Reformatorisch Meldpunt van iemand die al twintig jaar rondloopt met een misbruikervaring uit haar jeugd. Ze heeft het nooit eerder aangedurfd om uit de cirkel van geheim te stappen, zoals bestuurslid Elisabeth Verschuure van het meldpunt het noemt. De gedachte dat iemand zo lang alleen rondloopt met zo’n ervaring emotioneert haar. „Omstanders vragen zich weleens af waarom iemand pas zo laat met een verhaal naar buiten komt. Maar onderschat nooit hoe groot het taboe op seksueel misbruik is. Zeker als de pleger uit het eigen gezin komt of een persoon van aanzien is binnen de achterban, durven slachtoffers uit schaamte niets te zeggen. Ze stoppen de ervaring weg omdat ze bang zijn voor de reacties van familieleden, kerkgenoten en andere omstanders.”
Wegstoppen is een strategie die misschien tijdelijk werkt, maar die je volgens Verschuure op termijn opbreekt. „Het misbruik stopt, maar de ervaring blijft in je lijf zitten.” Soms krijgen slachtoffers zelf een relatie, of een kind, en komt de oude angst weer naar boven. Of ze belanden in een situatie die qua omstandigheden lijkt op het vroegere misbruik. Of ze lezen een verhaal van een ander slachtoffer en worden daar enorm door geraakt.

Via zoekmachines of andere kanalen komen ze dan bij het Reformatorisch Meldpunt terecht, waar ze hun verhaal kwijt kunnen. Het meldpunt is er voor slachtoffers én omstanders van seksueel misbruik, of het nu korter of langer geleden is. De vrijwilligers zijn anoniem te benaderen via de mail, de chat of de telefoon. Die anonimiteit is cruciaal, benadrukt het bestuurslid nog maar eens. „De regie ligt bij het slachtoffer zelf. Zij moeten op een veilige manier hun verhaal kunnen doen.”
Overweldigend schaamtegevoel
Ook bij het CSG ligt de nadruk op een veilige omgeving. Bij het centrum komen jaarlijks duizenden meldingen van slachtoffers binnen. Het centrum biedt mogelijkheden voor medische, forensische of psychologische hulp. Die laatste hulpverlening bestaat uit een aantal gesprekken met gespecialiseerde professionals. „Soms is één gesprek al voldoende omdat iemand al veel erkenning krijgt”, zegt Gerda de Groot, projectleider van het CSG Friesland. Ze voert zelf als hulpverlener ook regelmatig zulke gesprekken. „Wat vooropstaat is dat iemand zich gehoord en gezien voelt en dat hij of zij zich niet hoeft te schamen voor wat er is gebeurd.”
Veel slachtoffers hebben een overweldigend schaamtegevoel. Ze denken: ik had iets moeten doen. Ik had meer moeten tegenstribbelen. Ik had iets moeten zeggen. Maar bij seksueel geweld is een veelvoorkomende stressreactie dat je lichaam verstijft, legt De Groot uit. „Dat gebeurt bij zo’n 70 tot 75 procent. Je lichaam schiet in de overlevingsstand omdat er iets heel ergs met je gebeurt. Je denkvermogen stopt ermee. Alle energie gaat naar het overleven.”
Na het misbruik geven slachtoffers zichzelf vaak de schuld. De Groot legt uit waar die schuld- en schaamtegevoelens vandaan komen, terwijl ze gelijk benadrukt dat de schuld bij de pleger ligt. „Als iemand zomaar over je grenzen gaat, voelt dat machteloos. Alsof je geen vat hebt op de situatie. Om de regie weer terug te krijgen, ga je naar verklaringen zoeken voor wat er is gebeurd. Dan denk je: als ik het de volgende keer ontwijk, of iets zeg, dan gebeurt het misschien niet meer. Op die manier krijg je voor je gevoel weer grip op de situatie.”
Omstanders stimuleren die schuld en schaamte onbedoeld nog meer door er bijvoorbeeld niet over te praten en zo het taboe in stand te houden. Of door opmerkingen te maken als: dan had je maar niet alleen moeten gaan fietsen. „Achter die opmerking zit een verlangen naar veiligheid. Als er iets gebeurt, proberen we als omstanders door zulke reacties ook weer grip op onszelf en op de wereld te krijgen. Met als gevolg dat het slachtoffer nog meer schuld ervaart. Victimblaming noemen we dat, en het komt in 75 procent van de zaken voor.”
Bijbels gerechtvaardigd
Wie voor het eerst het verhaal van een misbruikslachtoffer hoort, heeft volgens Elisabeth Verschuure van het Reformatorisch Meldpunt maar één taak: luisteren. „Wanneer je als omstander hoort dat iemand misbruikt is of wordt, denk je al snel: dit moet nu naar de politie, naar de kerk, of naar het gezin. Maar dat is heel overweldigend voor degene die zijn verhaal doet. Probeer eerst maar eens een stap terug te zetten, niet meteen in die actiereflex te schieten.”
Uit onderzoek van het CSG blijkt dat 85 procent van de plegers van seksueel misbruik een bekende is van het slachtoffer. Dat maakt aangifte doen extra gecompliceerd, weten de vrijwilligers van het Reformatorisch Meldpunt uit ervaring. Daarnaast zijn zedenzaken regelmatig lastig te bewijzen, bijvoorbeeld omdat er geen direct bewijs is. „Je hoort nog weleens: die persoon is toch vrijgesproken van misbruik? Maar dat hoeft ingewikkeld genoeg niet altijd te betekenen dat er niets is gebeurd. De meeste plegers blijven ontkennen als er geen bewijs is, en soms zelfs als er wel bewijs is. Als een pleger in alle eerlijkheid zijn daden bekent, is er geen bewijs nodig.”

Verschuure vindt dat aangifte doen ook Bijbels gezien gerechtvaardigd is. „Seksueel misbruik is een strafbaar feit, dus het hoort bij de rechter. Zoiets hoort niet binnen een familie opgelost te worden of binnen een kerk. Het is niet de taak van ambtsdragers om een uitspraak te doen of een kant te kiezen. Dat doen we met andere strafbare feiten ook niet. Als iemand een kas leegrooft, zeggen we niet: ach, het is een broeder en hij heeft al om vergeving gevraagd, dus dan is het goed.” Het is volgens haar ook niet terecht om een slachtoffer een schuldgevoel aan te praten of te benadrukken dat het zo schadelijk is voor de familie of de omgeving als er aangifte wordt gedaan. „Dan wordt er gezegd dat naar de politie gaan niet wenselijk is omdat alles dan in de openbaarheid komt. Intussen vergeten we wie er schade is berokkend.”
Tegelijk zal ze niet altijd rechtstreeks adviseren om aangifte te doen, want die keuze ligt opnieuw bij het slachtoffer zelf. Soms is daar meer tijd voor nodig. Het bestuurslid van het Reformatorisch Meldpunt benoemt ook dat het proces van naar de politie gaan zwaar is en dat het heel heftig kan zijn om tot in detail te vertellen wat het misbruik inhield. „De reden voor aangifte moet duidelijk zijn. Wat is je motivatie om het te doen? En het resultaat kan erg tegenvallen. Daarover moeten we slachtoffers inlichten. Het kan zijn dat iemand vrijgesproken wordt of dat er een taakstraf volgt van honderd uur. Zelfs als de dader levenslang krijgt, moet je zelf weer die rechtszaal uit lopen en worstel je nog steeds met de gevolgen van het misbruik en met de reacties uit de omgeving.”
Moeilijke vragen
Uit jaarcijfers van de politie blijkt dat het aantal meldingen van seksuele misdrijven in 2024 is toegenomen. In totaal registreerde de politie vorig jaar 14.802 meldingen, bijna 800 meldingen meer dan in 2023 (14.015). Het is een ontwikkeling die de deskundigen herkennen. De aangiftebereidheid is ook groter geworden, zegt De Groot. „Inmiddels kiest zo’n 30 procent van de slachtoffers ervoor om aangifte doen. Voorheen was dit zo’n 12 procent.” Dit komt volgens haar onder andere omdat er meer aandacht wordt besteed aan grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik in de media. Ook horen kinderen op school al op jongere leeftijd over grenzen.

Bij het CSG adviseren de hulpverleners zelf nooit om wel of geen aangifte te doen. Als een slachtoffer daar wel voor kiest, gaan ze niet inhoudelijk in op wat er gebeurd is tot het verhaal is gehoord bij de politie. „De aangifte moet zuiver zijn.” Inhoudelijk zijn de hulpverleners dus ook niet betrokken bij de aangifte. Slachtofferhulp kan hier wel in begeleiden. Die instantie biedt ook alternatieven als perspectief herstelbemiddeling, waarbij ze contact tussen pleger en slachtoffer begeleiden. „Er zijn slachtoffers die geen aangifte doen, maar wel de behoefte hebben om onder begeleiding tegen een pleger te zeggen wat de impact is geweest.”
Bij een aangifte worden moeilijke vragen gesteld, maar de manier waarop die vragen worden gebracht maakt volgens haar veel uit. „Het helpt als een zedenrechercheur vooraf tegen het slachtoffer zegt: Ik ga je een aantal vervelende dingen vragen, waardoor je misschien het gevoel hebt dat ik daar een gedachte over heb, maar dat is niet zo. Ik moet het feitelijk uitvragen, maar ik heb er geen oordeel over. Ze hebben hierin een zorgvuldige houding.”
Ondankbare positie
Binnen de reformatorische achterban komen verhalen over misbruik ook regelmatig bij een kerkenraad terecht (zie ook deel 3 van deze serie over de rol van kerken). Elisabeth Verschuure van het Reformatorisch Meldpunt merkt dat ambtsdragers vaker dan vroeger naar het meldpunt bellen om advies te vragen over de juiste begeleiding van dader en slachtoffer. Er zijn ook vaker onafhankelijke vertrouwenscommissies in kerken.
Toch hoort ze nog veel schrijnende verhalen over alles wat er misgaat in de begeleiding. Zo zijn er kerkenraden die een gesprek organiseren tussen pleger en slachtoffer en daarbij op een dwingend overkomende manier het belang van vergeving benadrukken. Of ambtsdragers die zich vooral bekommeren om de pleger en het slachtoffer intussen vergeten. „Natuurlijk is seksueel misbruik een uiterst moeilijk en gevoelig onderwerp, zeker als het binnen gezinnen plaatsvindt. Maar als iets ingewikkeld is, betekent dat niet dat een kerkenraad het maar moet verzwijgen, afraffelen of negeren.”
Een slachtoffer heeft volgens Verschuure ook vaak een ondankbare positie, omdat hij of zij vaak als eerste naar buiten komt met het misbruik en daarmee het gesprek op gang brengt. „Maar dat betekent nooit dat de schuld dan bij het slachtoffer ligt. Begin met te erkennen dat deze dingen vreselijk zijn, maar dat ze wél gebeuren. We leven in een gebroken wereld. Dat belijden we als christenen allemaal. Je hebt er niets aan om je ogen te sluiten voor de gevolgen van die belijdenis. Recht doen is niet zo gemakkelijk, maar we zijn het met z’n allen verplicht. Allereerst aan de Heere en daarna aan onze medemens.”
Het Centrum Seksueel Geweld is 24/7 anoniem bereikbaar, zie centrumseksueelgeweld.nl. Het Reformatorisch Meldpunt is iedere doordeweekse avond van 19.30 tot 21.30 bereikbaar, zie ikmeldhet.nl.