Mens & samenleving5 jaar corona

Wc-papier hamsteren, de avondklok en elleboogbegroetingen: alles wat we vijf jaar na corona al bijna vergeten zijn

Ooit zou het nooit meer normaal worden. Nu herinnert slechts een verfrommeld mondkapje in de zak van een oude winterjas aan de coronajaren. Een tijd vol elleboogbegroetingen, zwart-gele afzetlinten in de kerk en supermarktbezoek als het uitje van de dag.

26 February 2025 11:56
beeld RD, Daan van Oostenbrugge
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Dit verhaal is ook te beluisteren via onderstaande player.

Als ik op een namiddag door de krochten van een groot bedrijf loop, blijft mijn blik hangen bij een vergeten poster aan de muur. De linkerhoek van het papier krult halfslachtig naar beneden en de letters zijn vervaagd door het zonlicht. ”Houd 1,5 meter afstand om coronabesmetting te voorkomen” staat er.

Zo af en toe denk ik nog aan corona. Wanneer ik zo’n oude waarschuwing tegenkom, of ergens een verdwaald pompje handsanitizer zie staan. Of laatst, toen ik in een uitverkocht Concertgebouw naar de zee van hoofden om me heen keek en ineens moest denken aan dat allereerste concert na de coronacrisis. „Apart hè, dat we weer zo dicht bij elkaar mogen zitten”, fluisterde mijn buurvrouw destijds besmuikt. Toen ze even later moest hoesten, keek ze verontschuldigend om zich heen.

In februari 2025 voelen die verhalen over afstand houden, hoestangst en minutenlang handen wassen aan als bijzondere anekdotes die je later aan jongere familieleden vertelt. Zo van „Toen heb ik toch aparte dingen meegemaakt!”

Ik realiseer me dat niet iedereen de luxe heeft om corona te kunnen vergeten. Voor de mensen die dierbaren verloren of nog dagelijks worstelen met het ongrijpbare long covid is dat niet weggelegd. Net als voor de winkeliers die failliet zijn, de jongeren die kampen met mentale problemen na jarenlang thuiszitten en de kerken die in sommige gevallen een flinke terugkeer van het ledenaantal zagen. Hun verhalen komen elders in het RDMagazine aan bod, net als de vraag wat we nu hebben geleerd van de coronacrisis en of de overheid altijd de goede maatregelen heeft genomen – al is dat achteraf altijd gemakkelijker analyseren.

Grabbelen

Dit verhaal gaat niet over de grote onderwerpen en discussies, maar over al die kleine, typerende en soms zelfs bizarre dingen die een paar jaar lang onderdeel van het dagelijks leven waren, of je dat nu wilde of niet.

De karren vol wc-papier bijvoorbeeld, met gehaast kijkende mensen erachter. Na afkondiging van de eerste maatregelen tegen corona breekt de paniek los. Hamsteren geblazen! Wel eerst het handvat van de winkelwagen schoonmaken met een stuk grijs papier en een plastic fles met desinfectiemiddel die voor jou al honderden keren is aangeraakt.

Doventolk Irma Sluis beeldt met grabbelende handen uit dat hamsteren absoluut niet bedoeling is

Er is een persconferentie van Rutte, een evenement waar we op de redactie vijf minuten van tevoren voor klaar gaan zitten. Vaste compagnon Irma Sluis beeldt als doventolk uit dat hamsteren absoluut niet de bedoeling is. Haar gebaar met grabbelende handen gaat viraal op internet. De minister-president meldt dat iedereen zo veel mogelijk thuis moet gaan werken. Een paar dagen later, op zondag, doet hij de schokkende mededeling dat de basisscholen dichtgaan. Voor het eerst in de geschiedenis van het RD komt er op zondag een nieuwsupdate op de site terecht.  Nu is het echt menens, denk ik.

beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Met collega’s overleg ik dagelijks vanuit huis via een in allerijl opgezet Teams. Tussendoor komt hier en daar een kind van een collega het beeld ingeschoven om te zwaaien naar de camera, want zij zitten inmiddels ook allemaal thuis. We bellen stad en land af om te schrijven over de gevolgen van corona voor ouderen, zorgmedewerkers, alleenstaanden, kappers, bruidsparen, kerken en politieagenten.

Betrapt

Het uitje van de dag is een wandeling, al is het niet de bedoeling met meer dan twee mensen van buiten je eigen huishouden op pad te gaan. Als ik een keer met twee vrienden aan de wandel ga, spreken we half grappend af te zeggen dat we neven en nichten van elkaar zijn als iemand er een opmerking over maakt. Ergens is er toch die angst om ‘betrapt’ te worden, hoe raar dat nu ook klinkt.

Om acht uur ’s avonds klinkt een klapsalvo voor alle zorgmedewerkers. Af en toe deelt mijn zusje –werkzaam in de gehandicaptenzorg– via de app verhalen over cliënten die niet snappen waarom zij ineens een blauw beschermend pak aan heeft, of waarom ze niet naar huis mogen. Ook het bezoekersbeleid van de zorginstellingen wordt aangescherpt. Naar oma in het bejaardentehuis zwaaien kan alleen vanaf een hoogwerker, of later achter een plastic tussenscherm.

Handen schudden lijkt iets uit een ver verleden, al duurt het een tijdje voor de reflex om mijn hand uit te steken helemaal is verdwenen. In plaats daarvan stel ik me bij een interview voor met een wat ongemakkelijk hoofdknikje. De elleboogbegroeting komt in mijn sociale kring nooit echt van de grond.

Wattenstaaf

Na het onzekere van die eerste periode vol lockdowns en voor de tweede coronagolf komt er langzaam meer discussie op gang. Zijn al die maatregelen wel nodig? De discussie over mondkapjes sleept zich zo voort dat ik blij ben dat ze uiteindelijk toch verplicht worden. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Er ontstaat een levendige handel in stoffen mondkapjes met allerlei kleuren, printen en opschriften. Mijn broertje krijgt een zwart exemplaar met een snor cadeau.

Brildragers lopen voortaan rond met beslagen glazen en iedereen raakt volleerd in het opdoen en weer afschuiven van het kapje, dat ergens onderaan je kin bungelt als je het even niet hoeft te dragen. In iedere jas of tas vind ik een verfrommeld exemplaar terug –ook jaren later dus nog– maar soms sta ik bij de ingang van een winkel en ben ik tóch dat mondkapje vergeten. Gelukkig staat op de parkeerplaats net iemand haar boodschappen in de auto te laden en mag ik een exemplaar lenen van de doos met wegwerpexemplaren die op haar dashboard staat.

Eenmaal thuis gaat zowaar de deurbel: een collectant. Tenminste, ik zie eerst alleen een wiebelend busje met eraan een lange stok in beeld. „Sorry, ik heb niet zulke vaste handen”, meldt de wat oudere man. Hij moet er zelf ook om lachen.

beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Op een dag krijg ik hoofdpijn, keelpijn, hoge koorts en een droge hoest. Voor de zekerheid rijd ik toch maar naar de dichtstbijzijnde teststraat. Rillend sluit ik achteraan in de lange rij auto’s. „Gaat het wel?” vraagt de GGD-medewerker bezorgd als ze mijn rode hoofd ziet. Eenmaal thuis kan ik eindelijk mijn bed in. De GGD mailt: een negatieve test. Gewoon de griep dus.

Later sta ik nog talloze keren zelf thuis een test te doen, als er weer eens een bewijs van gezondheid nodig is. Zelfs de vervelende wattenstaaf in de neus went, al blijft het fysiek onmogelijk de test uit te voeren zonder niesbui en tranende ogen.

Handrem

In de mailbox zit een bericht van de kerkenraad: ik mag weer eens naar de kerk. Na een periode van meekijken met de livestream, waarbij de camera de eerste tijd wat onwennig in- en uitzoomt op respectievelijk het psalmbord of de predikant zelf, is dat welkom nieuws. Slechts de helft van de kerkbanken is in gebruik. De rest is afgezet met zwart-geel lint dat na een tijdje los gaat laten en hier en daar blijft plakken aan de rug van een nietsvermoedende kerkganger.

Het zingen voelt onwennig. Zacht zingen, met de handrem erop, betekent ook voor iedereen wat anders. De een fluistert bijna, de ander galmt uit volle borst mee met het orgel. En wat gebeurt er met de snoeprol die normaal getrouw wordt doorgegeven? Die blijft voor de zekerheid toch maar in de tas.

beeld RD, Daan van Oostenbrugge

In januari 2021 is er de avondklok. Om halfnegen ’s avonds kijk ik op visite verschrikt naar het tijdstip en haast ik me door langzaam leeglopende straten naar huis. Voor de diensten op vrijdagavond teken ik op de RD-redactie een speciale verklaring. Het papiertje ligt naast me op de passagiersstoel wanneer ik over lege snelwegen naar huis rijd.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Teddyberen in het raam, zelf je haar knippen, ‘nieuwe’ woorden als prikangst, huidhonger en wappie in het vocabulaire, overal plexiglas spatschermen, bruidsparen feliciteren vanuit de auto en de welbekende CoronaCheck-app. Het is allemaal verleden tijd. Terwijl er toch nooit een duidelijk einde aan de coronapandemie is gekomen. Er is geen einddatum, geen collectief ritueel, geen herdenkingsdag. „In plaats daarvan rommelde ze onelegant de voorpagina’s, onze gesprekken en ons blikveld uit”, zoals journalist Lynn Berger treffend omschreef in een artikel in De Correspondent in 2024.

Misschien zegt dat laatste wel vooral iets over het overweldigende vermogen van de mens om zich aan te passen, flexibel te zijn. Bovendien is er altijd weer iets nieuws wat de aandacht vraagt. Net na afschaling van de laatste coronamaatregelen breekt in maart 2022 de oorlog in Oekraïne uit en staan de voorpagina’s vol met nieuws over vluchtelingen en bombardementen. Corona verdwijnt naar de achtergrond, en wordt zelfs bijna vergeten. Tot je een paar jaar later een verdwaald mondkapje tegenkomt in de zak van een oude jas.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer