Onuitgesproken aannames maken discussie over Schriftgezag lastig
Bij de recente ontwikkelingen in de CGK en NGK valt regelmatig de term ”nieuwe hermeneutiek”. Zelden wordt duidelijk gemaakt wat ermee bedoeld wordt.

Als betrokken buitenstaander wil ik proberen een bijdrage tot begripsverheldering te leveren van één element dat meespeelt. In de Angelsaksische theologie werd een concept ontwikkeld, genaamd theodrama. Theologen als Tom Wright, Samuel Wells en Kevin Vanhoozer beschrijven de heilsgeschiedenis als een toneelstuk (drama). In vereenvoudigde vorm zijn de vier delen (akten) van dat drama: Oude Testament, Nieuwe Testament, Kerk en Eschaton. De kerk moet in haar akte een weg zien te vinden tussen het Nieuwe Testament en de wederkomst in. De Bijbel is maatgevend, maar omdat onze situatie anders is dan die van toen, moet er geïmproviseerd worden. Daarbij moet de kerk aansluiten bij de Schrift en mag zij vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest.
Dit concept is misschien eerder een vooronderstelling voorafgaand aan de hermeneutiek dan deel ervan. Het concept is niet bepalend voor de uitleg van de Bijbel, maar wel voor de toepassing ervan op onze situatie.
Het ene woord Schriftgezag krijgt in de praktijk twee verschillende betekenissen
Improviseren
De genoemde theologen gebruiken dezelfde terminologie. Toch doen zich grote verschillen voor bij het toepassen van de Schrift op het leven van nu. Naar mijn idee komt dat voort uit een verschil van inzicht dat niet heel duidelijk wordt uitgesproken, maar toch gaandeweg openbaar komt.
Uitgaande van het concept van het theodrama, zit het verschil in de vraag of we als kerk een script voor onze akte hebben dat we al improviserend uit moeten voeren (Vanhoozer), of dat we voor onze akte een script moeten improviseren dat aansluit op het script van eerdere akten (Wells).
De consequenties zijn groot. De eerste variant aanvaardt de voorschriften van het Nieuwe Testament als geldig voor de kerk van nu. De tweede variant stelt dat de kerk, op gezag van Christus en geleid door Zijn Geest, besluiten kan nemen die net zo ingaan tegen het Nieuwe Testament als het apostelconvent met de afschaffing van de besnijdenis een besluit nam dat inging tegen het Oude Testament, zolang de kern van Gods openbaring maar niet wordt aangetast. Niet de Bijbel heeft gezag, maar Christus heeft gezag en dat oefent Hij uit middels de Bijbel. Die Bijbel is geen script dat wij moeten uitvoeren, maar een reeds uitgevoerd script waarbij we moeten aansluiten. En zo kunnen theologen die oprecht geloven in de openbaring van Gods wil in de Schrift en haar gezag erkennen, zaken voorstaan die volgens aanhangers van een meer klassieke Schriftvisie haaks staan op die Schrift en op de aanvaarding van haar gezag.
Het verschil blijkt bijvoorbeeld met betrekking tot het homohuwelijk. Wells denkt niet vanuit het script van het Nieuwe Testament, maar vanuit de komende akte van het eschaton. Liefde en trouw zijn belangrijke christelijke en Bijbelse deugden die een homo-echtpaar kan tonen. Daarom vindt hij het homohuwelijk voor de kerk van nu acceptabel, zelfs een verrijking. Vanhoozer daarentegen wijst het homohuwelijk af als strijdig met het script dat wij moeten uitvoeren: het gaat in tegen bepalingen van het Nieuwe, en tegen de scheppingsorde van het Oude Testament.
Naar mijn overtuiging hebben wij een Script en doen we er goed aan daarop acht te slaan
Misverstaan
Huidige debatten zouden er baat bij hebben als duidelijk wordt of iemand meent dat wij als kerk een script hebben dat we moeten uitvoeren, of dat we zelf een script moeten improviseren. Als men op basis van het uitgangspunt dat wij het script van het Nieuwe Testament moeten uitvoeren, tot tegengestelde conclusies komt over bijvoorbeeld vrouw en ambt, dan is er desondanks een gemeenschappelijke basis om het gesprek aan te gaan. Maar als men over het uitgangspunt van mening verschilt zonder dat dat duidelijk wordt, dan verstaat men elkaar niet meer, al wil men het. Het ene woord Schriftgezag krijgt dan in de praktijk twee verschillende betekenissen.
De variant van Vanhoozer sluit goeddeels aan op de klassiek-gereformeerde Schriftvisie. De variant van Wells is voor de gereformeerde orthodoxie inderdaad nieuw. Het is geen wonder dat de botsingen vooral plaatsvinden over praktische kwesties. De laatste variant staat er immers voor open om de Bijbel weliswaar gezag toe te kennen, maar tegelijkertijd delen ervan tijdgebonden te verklaren. Ondanks het beroep op de leiding van de Heilige Geest kan de voorkeur van de gevallen mens een stevig stempel drukken op zulke beslissingen.
Naar mijn overtuiging hebben wij een Script en doen we er goed aan daarop acht te slaan. Laten we proberen dat Script in onze situatie al improviserend zo goed mogelijk uit te voeren, maar geen nieuw script te improviseren. Maar laat voor de helderheid van het debat in ieder geval elke deelnemer duidelijk maken waar hij staat in dit opzicht.
De auteur is universitair hoofddocent kerkgeschiedenis en historische theologie aan de TUA.