PolitiekLintjessoap

Lintjessoap ontploft in Wilders’ gezicht, Faber resteert niets anders dan vernederende draai

Op een cruciaal moment, namelijk kort voor een beladen debat, haalde PVV-minister Faber dinsdagavond bakzeil in wat inmiddels de lintjessoap is gaan heten. Vijf vragen.

2 April 2025 06:38Gewijzigd op 2 April 2025 15:42Leestijd 6 minuten
Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie, loopt door een haag van journalisten na afloop van het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. beeld ANP, Remko de Waal
Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie, loopt door een haag van journalisten na afloop van het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. beeld ANP, Remko de Waal

Wat gebeurde er ook alweer?

Faber kreeg vijf voordrachten voor een lintje op haar bordje, waarmee vrijwilligers onderscheiden zouden worden die zich hadden ingezet voor asielzoekers. Hun burgemeester, de Commissaris van de Koning en het Kapittel voor de Civiele Orden hadden die al goedgekeurd. Faber hoefde alleen nog een koninklijk besluit te tekenen en gaan voorleggen aan de koning. Daarna zou de Kanselarij der Nederlandse Orden de versierselen kunnen opsturen naar de burgemeesters voor de uitreiking.

Voor de vijf vrijwilligers belandde dat proces dus in een impasse door Fabers weigering.

Kan het zijn dat een minister een contra-indicatie op het spoor komt, die daarvoor over het hoofd is gezien?

Dat is in theorie mogelijk, maar in de praktijk uiterst onwaarschijnlijk.

Vooropgesteld, de exacte criteria die zijn opgenomen in het Vademecum Decoratiestelsel en de Handleiding Decoratiestelsel, zijn niet openbaar. Dat is de uitkomst van een rechtszaak, waarin de Raad van State oordeelde dat openbaarmaking zou kunnen leiden tot een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de potentiële decorandus. Voorstelbaar is immers dat iemands omgeving na een afwijzing kan gaan speculeren over de reden daarvan en volledig ten onrechte een verband kan gaan leggen met gedragingen in de privésfeer. Dat is uiteraard ongewenst.

We moeten het dus doen met de bewoordingen uit het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. Daarin staan de „bijzondere diensten jegens de samenleving” centraal als voorwaarden.

Bekend is verder dat grofweg zo’n een op de negen voordrachten gaandeweg het proces wordt afgewezen. Oftewel, als het dossier eenmaal op het bordje van een minister is aanbeland hebben de burgemeester, de commissaris en het kapittel dus al vastgesteld dat die bijzondere verdiensten er zijn en dat contra-indicaties, zoals bijvoorbeeld strafbare vergrijpen, ontbreken of van onvoldoende gewicht zijn om ze iemand nog tegen te kunnen werpen.

Dat alleen al deed vermoeden dat Faber voor haar weigering criteria aanvoerde die totaal niet ter zake doen. En zo bleek het ook te zijn: in de Tweede Kamer verklaarde ze dinsdagmiddag dat ze weigerde om daarmee „het signaal” te geven dat ze er alles aan wil doen om de komst van zoveel mogelijk nieuwe asielzoekers en vreemdelingen naar Nederland te minimaliseren. Dat riep uiteraard vragen op.

Waarom nam de Kamer deze gang van zaken zo hoog op?

In de eerste plaats omdat het niet aan de politiek is om te bepalen welke „bijzondere diensten” wel in aanmerking komen voor een lintje en welke niet. Het zou de deur openen naar willekeur als een minister zou bepalen dat bijvoorbeeld de vrijwillige inzet voor dierenwelzijn zich wel zou lenen voor een lintje, maar kerkelijk vrijwilligerswerk niet.

Fabers redenering was bovendien suggestief en riekte ook ietwat naar criminalisering. Zij deed het immers voorkomen alsof asielvrijwilligers het kabinetsdoel om grip te krijgen op migratie bewust ondermijnen. Dat is zeer de vraag: doorgaans helpen die asielzoekers die al in Nederland zijn. En als zij hen attent maken op bijvoorbeeld de mogelijkheden voor gezinshereniging wijzen zij op de ruimte die daarvoor is binnen de bestaande regels.

Fabers handelwijze kwam dus neer op het politiseren van de decoratievoordrachten. Dat noemde SGP’er Diederik van Dijk dinsdag terecht „een glibberig pad”.

Heeft Wilders de intensiteit van de commotie vooraf dan wel juist ingeschat?

Nee, integendeel. Hij mikte waarschijnlijk op een kortdurend, verhit debat op X waarmee hij de beeldvorming vervolgens weer dagenlang kon domineren. Dat pakte anders uit: Faber moest tekst en uitleg komen geven in de Kamer en trof daar behalve een bloed ruikende oppositie ook drie van de vier coalitiepartijen –VVD, NSC en BBB– zwaar geïrriteerd tegenover zich. Dat deel van het script hadden Faber en Wilders vooraf duidelijk niet ingestudeerd; Faber kwam niet verder dan het eindeloos opdreunen van haar ‘signaalverhaal’ dat hoe langer hoe minder overtuigend klonk.

Ongemakkelijk voor de PVV was bovendien dat de in populariteit groeiende PVV-staatssecretaris Ingrid Coenradie dinsdag tijdens diverse mediamomenten haar afkeuring uitsprak over Fabers optreden. Dat kan Wilders’ kiezers zomaar aan het twijfelen brengen: draagt deze ophef echt aan iets wezenlijks bij?

Dan was er nog een derde complicatie: de eenheid van kabinetsbeleid. Het al eerder genoemde reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau stelt dat het niet einde oefening is wanneer een minister –“Onze Minister” in jargon– een voordracht niet wil doorsturen naar de Koning. Integendeel, het is dan de ministerraad die een besluit moet nemen.

Pakt dat positief uit – wat dus kennelijk het geval is – dan moet de minister op wiens bordje de kwestie ligt, in dit geval Faber dus, daar alsnog opgave van doen aan het Kapittel. Dat roept vragen op. Dinsdag beriep Faber zich in het debat niet op gewetensnood, maar zei ze alleen dat ze zich niet verder zou verzetten tegen de voordracht. Het is zeer de vraag of de Kamer, inclusief VVD, NSC en BBB, daar woensdag in het debat wel genoegen mee zou nemen. Woensdag had ze dus hoe dan ook het mes op de keel gezet gekregen: steunde ze de voordracht nu wel of niet?

Blijkbaar heeft iemand haar en Wilders op de valreep al dan niet met stemverheffing aan het verstand weten te peuteren dat ze voor een kansloze missie stond. Anders valt niet te verklaren waarom ze dinsdag koos voor de vlucht naar voren en in een Kamerbrief het boetekleed aantrok. Daarin paste ze ook haar standpunt aan: van “niet verzetten” naar “100 procent steun”.

Wat betekent dit voor het debat?

Enerzijds loopt dat waarschijnlijk met een sisser af, maar alles bij elkaar is dit duidelijk de eerste keer dat een vooropgezet mediastuntje in Wilders’ gezicht is ontploft. Dat is een duidelijke aanwijzing dat de PVV’er in het nauw zit en zijn greep op de beeldvorming verliest. Ook Faber is nog niet helemaal uit de problemen. De oppositie zal woensdag op z’n minst proberen te achterhalen waarom ze dinsdag alsnog besloot te draaien en wie er daarvoor op haar hebben ingepraat.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer