OpinieCommentaar
Faber is de beste garantie voor een kabinet van niksigheid
Minister Faber is door haar kinderachtige optreden in de lintjessoap nog geïsoleerder komen te staan dan als gevolg van haar eerdere uitglijders, misslagen en onhandige optredens al het geval was.
Hoofdredactie

Iedereen die het debat met eigen ogen gadesloeg waarin zij woensdag over de kwestie de degens kruiste met de Tweede Kamer, kan dat beamen.
In vrijwel identieke bewoordingen benadrukten Faber en Wilders hoe logisch het was dat de asielminister buikpijn kreeg van het verzoek om de decoratie van vijf asielvrijwilligers voor te bereiden. Ja, die vrijwilligers bedoelen het goed en doen op zich nuttig werk, was de essentie van beider argumentatie. Maar ja, Nederland is al zo aantrekkelijk voor asielzoekers, ze krijgen al een huis en een uitkering. En als er dan ook nog eens een bataljon vrijwilligers beschikbaar is om hen wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving én als die op Koningsdag ook nog eens een lintje krijgen opgespeld – ja, dan is het einde zoek. Maar niet doen dus.
Geïrriteerde coalitie spaart asielminister Faber: „Laten we weer aan de slag gaan”
Die tendentieuze gedachtegang mochten de twee woensdag in de Kamer vrijelijk uiten van de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. Weliswaar nadat Faber eerst het boetekleed had moeten aantrekken over haar eerdere debatoptreden, dinsdag. Maar toch.
Met de grote manoeuvreerruimte die VVD, NSC en BBB Faber woensdag toestonden, manoeuvreerden de drie premier Schoof in een lastig parket. Hij had weinig verweer tegen de kritiek dat hij feitelijk toestaat hoe zij zich binnen de ministerraad in haar eigen domein mag terugtrekken. In haar eigen satellietstaatje, zoals Volt-Kamerlid Koekoek sarcastisch zei.
Zelfreflectie tonen en proberen de verbinding te herstellen, Faber had er ook woensdag geen oren naar. „Ik heb niemand geschoffeerd”, „er is eenheid van kabinetsbeleid” – net als dinsdag vluchtte ze ook woensdag opnieuw voortdurend in enkele vooraf bedachte en uitgeschreven zinnen. Bij het CDA, een van de partijen die haar strenge asielwetten in de Eerste Kamer aan een meerderheid kan helpen, lijkt ze het definitief te hebben verbruid.
Wakkert PVV-minister Faber de volkswoede tegen rechters aan?
Zo dringen twee conclusies zich steeds hardnekkiger op. Eén: effectief leiding geven aan een coalitie waarin de grootste partij voortdurend bezig is zichzelf te profileren is voor een premier bijna niet te doen. Na elke PVV-provocatie moet hij voortdurend nieuwe listen verzinnen die zijn optredens deels een normerend tintje geven, zonder dat ze Wilders’ manoeuvreerruimte al te zeer te beperken. Dat tast zijn gezag aan.
En twee: de kansen om met deze PVV-asielminister „het strengste asielbeleid ooit” te realiseren, zijn geslonken tot een gevaarlijk minimum.
„Het kabinet moet uitkijken dat het geen kabinet van niksigheid wordt”, waarschuwde SGP-leider Chris Stoffer woensdag. Helaas onderstreepte Faber die dag opnieuw dat haar aanwezigheid in het ministersvak daarvoor de beste garantie is.
Fabers asielcrisis: wachten tot het mis gaat