Einde kerkverband CGK biedt perspectief
De huidige crisis binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) biedt een kans voor de eenheid van de Kerk. Daarvoor moeten we terug naar het begin van het kerkverband.

Bij het samengaan van de afgescheidenen (1834) met de dolerenden (1886) in 1892 waren drie gemeenten van mening dat ze ”nu nog niet” moesten meegaan. Het begin van het kerkverband van de christelijke gereformeerden. Nou ja, verband? Het aantal gemeenten dat niet meeging, nam toe en daarmee ook de verschillen in opvatting over bepaalde kwesties.
Die verschillen, met de daarbij horende spanningen tussen de flanken, zijn de jaren door een belangrijk én te waarderen kenmerk van de CGK geweest: eenheid in verscheidenheid! Dat was te hanteren. Niet te ontkennen valt echter dat die spanningen de laatste decennia toegenomen zijn en dat de verschillen van inzicht, met de daarbij horende stevige standpunten, nu zo groot zijn dat er nauwelijks meer sprake is van eenheid. Niet alleen over de vrouw in het ambt, maar ook over onderwerpen als homoseksualiteit en kinderen aan het avondmaal wordt er principieel verschillend gedacht. Soms wordt er ook al verschillend gehandeld. Er is sprake van een patstelling.
Aansluiting
Nu de diversiteit als hét kenmerk van de CGK weg is, vervalt daarmee ten overstaan van andere kerken ook de bestaansgrond van het kerkverband. Wellicht is daarom na ruim 130 jaar nu de tijd gekomen om het ”nu nog niet samengaan” met andere kerkverbanden nog eens te heroverwegen.
Een ruimdenkende cgk-gemeente kan ook gelijk de overstap maken naar de PKN
Een overgang naar de Protestantse Kerk in Nederland komt dan toch weer in beeld. Het is weliswaar te verwachten dat een aantal samenwerkingsgemeenten aansluiting zal zoeken bij de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK). De NGK hebben onlangs echter een aantal besluiten over homoseksualiteit genomen die nagenoeg vergelijkbaar zijn met wat er binnen de PKN is toegestaan. Dan kun je als ruimdenkende cgk-gemeente ook gelijk de overstap maken naar de PKN.
Voor de zogenoemde middengemeenten die moeite hebben met deze NGK-besluiten kan er herkenning zijn bij met name de gemeenten die zich verwant voelen met de Gereformeerde Bond en die binnen de PKN de vrijheid krijgen om eigen keuzes te maken en daar invulling aan te geven.
Voor de behoudende gemeenten die deze overstap niet kunnen maken, is er de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij de Hersteld Hervormde Kerk (HHK). Voor gemeenten waarvoor een kerkverband nauwelijks nog een rol speelt, is het goed zich er toch nog eens op te bezinnen dat je binnen een kerkverband ook elkaar tot een hand en een voet kunt zijn.
Ons kennen en denken wat betreft de kleurrijke gemeenschap van christenen is beperkt
Concreet betekent dit dat élke christelijke gereformeerde kerkenraad met de gemeente zelf nagaat bij welk ander kerkverband men zich zou willen aansluiten en dat er daarmee een eind komt aan het verband van Christelijke Gereformeerde Kerken. Dat is een zeer ingrijpende stap. Veranderingen roepen altijd weerstand en moeiten op. Echter, dat zal met name spelen bij de ouderen. Onze jongeren hebben veelal geen besef meer van de verschillen tussen de kerken. Je mag dankbaar zijn dat ze nog naar de kerk gaan.
Gemeenschap
De Heere Jezus bidt om eenheid onder Zijn volgelingen (Johannes 17:21). Het betreft een universele bede om eenheid en dat betekent dat, zolang de eenheid van de Kerk nog uitstaat, geen enkele particuliere kerk of kerkverband zich mag vereenzelvigen met de Kerk.
Laten we beseffen dat ons kennen en denken wat betreft de kleurrijke gemeenschap van christenen door de tijden heen beperkt is en laten we onderling de vrede bewaren. Het gebed van onze Heiland om eenheid heeft een doel, namelijk dat de wereld zal begrijpen dat de Vader Hem gezonden heeft en dat God de wereld liefheeft.
De auteur is lid van de christelijke gereformeerde kerk in Dronten.