Meditatie: Gij, mijn voeten wassen?
„Hij dan kwam tot Simon Petrus, en die zei tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?”
Johannes 13:6
„Heere, zult Gij mij de voeten wassen?” Alsof Petrus wilde zeggen: „Gij, Zoon van de levende God, mij, ellendig, zondig mens?” Een zodanige heiligheid en heerlijkheid als de Heere was, mocht zich naar zijn inzicht aan zo’n bezoedeld mens niet verontreinigen. Hem paste het niet Zich tot zo’n onwaardige tot in de diepste diepte neer te buigen.
Petrus wist, toen hij zich zo verweerde, nog niet dat in de Heere een tweevoudige heerlijkheid is, om of een mens in de diepte te verpletteren, of, zo Hij dat niet doet, Zichzelf in de diepste diepte der verlorenheid van een verlorene naar beneden te werpen, om het verlorene en diep gezonkene voor eeuwig met Zich en in Zich te verhogen. Petrus begreep niet dat hij in de wereld was, dat hij en de wereld een en hetzelfde waren, en dat hij door de wereld verslonden zou worden zo de Heere hem niet in de veilige vesting van eeuwige volharding bracht. Hij handelt zoals wij allen gehandeld hebben, zoals velen ook nu nog doen: zij menen dat de Heere te heilig en te heerlijk is om zulke zondaren te reinigen en tot Zich te nemen. Zij laten zich daarom door de duivel en hun ongeloof terughouden. Zodra de Heere met het waterbekken in het Woord komt om hen te reinigen, roepen ook zij uit: „Heere, zult Gij mij de voeten wassen?”
H.F. Kohlbrugge,
predikant te Elberfeld
(”Lijdensstoffen”, 1849)