Mazelen rukken op, maar nog niet in de Biblebelt
De mazelen verspreiden zich rap over Nederland. Dit jaar raakten al 209 mensen besmet, meer dan in heel 2024. In de Biblebelt zijn nog geen uitbraken, maar dat kan elk moment veranderen.

Hoge koorts en vlekjes op het gezicht en het lichaam. Dat zijn de twee belangrijkste symptomen van mazelen. Het virus treft hoofdzakelijk kinderen, omdat volwassenen meestal al weerstand tegen het virus hebben. „Mazelen kun je in principe maar één keer krijgen”, legt viroloog dr. Rik de Swart van het Erasmus MC uit. „Bij de laatste uitbraak in 2013 kwam vrijwel iedereen in de Biblebelt in aanraking met het virus. Dit betekent dat de grootste groep kwetsbaren 12 jaar of jonger is, omdat zij de ziekte nog niet hebben meegemaakt.”
In de meeste gevallen gaan mazelen vanzelf over. Toch is het een vervelende infectieziekte, vindt De Swart. „Je kunt er een week flink ziek van zijn. Daarnaast loop je risico op nare complicaties.”
Belangrijkste complicatie is dat mazelen het afweersysteem verzwakken. Dit komt doordat het virus zogeheten geheugencellen infecteert, waardoor het immuunsysteem zich eerdere infecties niet meer herinnert. Dat bleek in 2018 en 2019 uit onderzoek van onder meer Erasmus MC en Amsterdam UMC. Hierdoor lopen kinderen na mazelen meer risico op bijvoorbeeld een longontsteking of middenoorontsteking.
In zeldzame gevallen kunnen mazelen een hersen(vlies)ontsteking veroorzaken, soms met dodelijke afloop. „Stel dat geen enkele Nederlander zich zou laten vaccineren, dan zouden er elk jaar een of meerdere kinderen aan deze complicatie overlijden”, stelt De Swart.
Losstaande clusters
Dit jaar zijn er tot nu toe 209 patiënten met mazelen gemeld bij de GGD’en in Nederland, meer dan in heel vorig jaar. Dat blijkt uit de nieuwste weekcijfers die het RIVM woensdagmiddag publiceerde. Er zijn uitbraken op vijf openbare, islamitische en antroposofische basisscholen. Deze scholen hebben een lage vaccinatiegraad en liggen in de GGD-regio’s Amsterdam, Brabant-Zuidoost, Haaglanden, Rotterdam-Rijnmond en Flevoland.
Volgens het RIVM is er geen sprake van een landelijke uitbraak. „Het zijn losstaande clusters”, verklaart Helma Ruijs, arts infectieziektebestrijding bij het RIVM. „Dat weten we uit virologisch onderzoek. De mazelenvirussen die bij de clusters zijn gevonden, verschillen genetisch van elkaar. Dat wijst erop dat mazelen niet van de ene naar de andere school zijn overgegaan.”
In de Biblebelt vindt volgens Ruijs nog geen verspreiding van mazelen plaats. Daar kan echter zomaar verandering in komen, al kan een grote epidemie volgens haar nog wel even op zich laten wachten. „Bij vorige epidemieën in de Biblebelt speelden middelbare scholen een belangrijke rol bij de verspreiding, omdat daar kinderen uit een groot gebied samenkomen. Van de middelbare scholieren heeft het merendeel echter nog immuniteit door de grote epidemie uit 2013 en 2014.”
Geen bezoek
Om een mazelenuitbraak te voorkomen, is medisch gezien een vaccinatiegraad van minstens 95 procent nodig. Vrijwel geen gemeente in de Biblebelt haalt dat. In de meeste gemeenten daar heeft rond de 80 procent van de zuigelingen de prik tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) gehad, zo blijkt uit het nationaal vaccinatieregister Praeventis van het RIVM. In een aantal gemeenten ligt dat percentage nog beduidend lager, zoals Reimerswaal (61 procent), Neder-Betuwe (55 procent), Barneveld (69 procent) en Staphorst (71 procent).
Stel dat er een grote uitbraak komt, dan zal aan ouders in deze regio waarschijnlijk een vervroegde vaccinatie worden aangeboden – net als in 2013 gebeurde. Nu krijgen kinderen de eerste prik vanaf veertien maanden, omdat het vaccin dan het beste werkt. De periode hiervoor zijn ze al wel kwetsbaar voor mazelen, omdat de meeste kinderen een paar maanden na hun geboorte alle antistoffen van hun moeder kwijt zijn.
Wie ziet dat zijn kind mazelen heeft, doet er volgens Harald Wychgel van het RIVM goed aan de huisarts te raadplegen. „Ga er niet naartoe, maar bel hem op, om geen kwetsbaren in de wachtkamer aan te steken. Houd je kind thuis, tot vier dagen na het ontstaan van de vlekjes. Houd ook zijn eventuele broertjes en zusjes thuis als ze niet gevaccineerd zijn. Ga niet op bezoek en ontvang geen bezoek. En blijf uit de buurt van zwangere vrouwen, baby’s en mensen met een zwakke afweer.”