Nederlandse Geloofsbelijdenis
Artikelen over de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Advertentie
Alle artikelen
De Nederlandse geloofsbelijdenis
De Nederlandse Geloofsbelijdenis (of: Confessio Belgica) werd in 1561 opgesteld door Guido de Brès. Hij was een predikant in de Zuidelijke Nederlanden, nu België. De Brès werd uiteindelijk gearresteerd en stierf als martelaar in 1567.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB), oorspronkelijk in het Frans geschreven, verscheen in een periode van vervolging van protestanten door de Spaanse machthebbers. Guido de Brès wilde de autoriteiten en Filips II ervan overtuigen dat de protestanten geen radicale dopersen waren, maar dat ze hun geloof in overeenstemming met de Bijbel wilden belijden. De tekst werd in het geheim gedrukt en verspreid onder protestantse gemeenschappen.
De NGB kende een snelle verspreiding in de noordelijke gewesten, die in oorlog waren met Spanje. De synode van de Gereformeerde Kerk kwam in 1571 nog bijeen op vreemde bodem, in Emden in Duitsland. Daar koos de kerk de NGB als haar confessionele grondslag.
De belijdenis bestaat uit 37 artikelen, waarin de protestantse leer logisch en systematisch wordt uitgelegd. De NGB behandelt onderwerpen zoals het wezen van God, de schepping, de mensheid, de zondeval, verlossing door Christus, de wederkomst, de sacramenten en de relatie met de overheid. Dit laatste aspect is belangrijk gezien het politieke klimaat van die tijd: De Brès benadrukte dat de protestanten geen revolutionaire doelen nastreefden, maar juist wilden luisteren naar de overheden, zolang deze niet ingaan tegen het Woord van God. De verhouding tussen kerk en overheid komt vooral naar voren in artikel 36.
De NGB vormt samen met de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus de Drie Formulieren van Enigheid, die veel Nederlandse kerken onderschrijven.
Advertentie