
Staatssecretaris Struycken wil gokken niet verbieden, maar jongeren beter beschermen
Is het gedaan met de grote ruimte die de politiek de gokbranche gaf om online kansspelen aan te bieden? In ieder geval moet het roer om, vindt staatssecretaris Teun Struycken (Rechtsbescherming). Hij wil online gokken strakker reguleren. „Sommige mensen moeten tegen zichzelf worden beschermd.”
De bewindspersoon die namens NSC deelneemt aan het kabinet-Schoof had bij zijn aantreden als staatssecretaris voor Rechtsbescherming (naar eigen zeggen) niet verwacht dat hij zich zo intensief met kansspelen zou gaan bezighouden. „Al sinds dat ik hier zit, ligt het dossier prominent op mijn bureau. Dat komt mede doordat het in de Kamer en in de samenleving zo veel reactie oproept”, vertelt de staatssecretaris, die een jaar geleden nog werkzaam was als advocaat op de Amsterdamse Zuidas.
Twee weken geleden stuurde Struycken een brief naar de Tweede Kamer waarin hij aankondigde het kansspelbeleid „fundamenteel” te gaan herzien. Reden daarvoor is een kritische evaluatie van de Wet kansspelen op afstand, waarmee online gokken in 2021 gelegaliseerd werd. Struycken trok daaruit een nogal schokkende conclusie: „De bescherming van mensen tegen de risico’s van online gokken is in het geding gekomen”.
Om die bescherming in het vervolg beter te borgen, beoogt Struycken „vergaande wijzigingen in wet- en regelgeving”. De NSC-bewindspersoon wil dat er een leeftijdsgrens van 21 jaar wordt ingevoerd voor de meest risicovolle kansspelen en dat er een overkoepelende stortingslimiet komt voor spelers.
Welke conclusie uit die wetsevaluatie joeg u het meest schrik aan?
„Dat is zonder twijfel de enorme schaalvergroting vanaf het moment dat online gokken in 2021 werd gelegaliseerd. Er zijn stééds meer mensen gaan gokken, met stééds meer geld en op stééds jongere leeftijd. Ook neemt het aantal probleemspelers toe, blijkt uit verschillende onderzoeken. Die schaalvergroting heeft ook gezorgd voor meer normalisering. Een toenemend aantal jongeren vindt online gokken een gewone besteding van hun avond.”
Is die schaalvergroting een-op-een het gevolg van het legaliseren van online gokken in 2021?
„Niet noodzakelijkerwijs, maar het hangt wel met elkaar samen. Na het legaliseren van online gokken is er een tijd veel reclame geweest, veel meer dan verwacht. Die reclame kan hebben geleid tot schaalvergroting. De filosofie achter het toelaten van reclame was om mensen uit het illegale gokcircuit de gereguleerde markt op te krijgen. Maar de realiteit is dat het ook veel mensen heeft aangetrokken die voorheen niet gokten.”
De wet die online gokken in 2021 legaliseerde, is grotendeels gestoeld op een eerdere visie uit 2011, geschreven door een van uw voorgangers: Fred Teeven (VVD). Zijn uitgangspunt was: mensen zijn zelf verantwoordelijk en het volstaat om de zorgplicht voor kwetsbare spelers bij de gokbranche te leggen. Was dat naïef, roekeloos misschien?
„Ik voel niet zo de behoefte om daar allerlei kwalificaties op te plakken. In ieder geval is die visie uit 2011 de reflectie van een heel liberale kijk op de wereld, met heel hoge verwachtingen van de eigen verantwoordelijkheid van spelers. In 2021 is wel besloten om een zorgplicht neer te leggen bij aanbieders, maar terugkijkend moeten we erkennen dat er toen te weinig kaders zijn meegegeven waarmee de sector die zorgplicht concreet kon invullen.
Vandaar dat we nu veel zwaarder inzetten op beschermende maatregelen zoals een overkoepelende stortingslimiet en een minimumleeftijd. De noodzaak daarvan wordt ingegeven vanuit het idee dat sommige mensen nu eenmaal kwetsbaar zijn en extra bescherming nodig hebben.”
Wordt die noodzaak coalitiebreed gedeeld? Uw coalitiepartner VVD was immers jarenlang aanjager van de liberalisering van de gokmarkt.
„Wat ik aan maatregelen heb aangekondigd, is kabinetsbeleid. Deze regering heeft relatief veel oog voor de bescherming van kwetsbare groepen en personen. Dat is natuurlijk ook het gevolg van de toeslagenaffaire en het verschijnen van de kritische rapporten van de parlementaire-enquêtecommissie Fraude en Dienstverlening en de Staatscommissie rechtsstaat. Uit al die rapporten blijkt dat er in de Nederlandse samenleving groepen in de knel zijn geraakt. We zijn daardoor tot het inzicht gekomen dat wij, in ons functioneren als overheid, maar ook in onze regelgeving, meer oog hadden moeten hebben voor de kwetsbaarheid van sommige mensen. Een meerderheid in de Kamer ziet dat volgens mij ook; daar ben ik van overtuigd.”
U heeft het in uw brief over de bescherming van mensen die in het „geding” is gekomen nadat online gokken gelegaliseerd werd in 2021. Dat is best een schokkende conclusie. Vindt u dat de overheid aansprakelijk zou moeten zijn voor het aantal probleemgokkers dat sindsdien is ontstaan?
„Nee. Laten we voorop stellen: je blijft verantwoordelijk voor je eigen gedrag. In die zin wijk ik ook niet veel af van de visie van mijn voorgangers. Eigen verantwoordelijkheid geldt voor iedereen die deelneemt aan legale kansspelen, des te meer voor mensen die illegaal gokken. Die laatste groep begeeft zich bewust op glad ijs, want in de illegaliteit wordt helemaal niets ondernomen ter voorkoming van verslavingen of het verlies van veel geld in korte tijd. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de overheid wel een taak heeft om burgers beter te beschermen tegen de risico’s van online gokken.”
Een van de partijen die jaren terug al de strijd aanbond met de gokbranche was de SP. SP-Kamerlid Van Nispen zei in een toelichting: „De markt kent geen moraal, dus moeten we de markt beteugelen.” Bent u dat met hem eens?
„Nee, zover zou ik echt niet willen gaan. Wel denk ik dat de markt geholpen moet worden om de morele dimensie in haar functioneren meer te onderkennen. Dat is nu precies wat we doen met wetgeving: kaders geven voor het maken van morele keuzes.”
Die wetgeving laat voorlopig nog even op zich wachten. Eind dit jaar kan worden begonnen met het uitwerken van een wetsvoorstel, schrijft u in uw brief. Waarom eigenlijk dan pas? Het probleem is toch vrij urgent?
„Absoluut, maar goede wetten maken kost nu eenmaal tijd, zeg ik als staatssecretaris die ook wetgevingskwaliteit in zijn portefeuille heeft. Binnen de bestaande kaders nemen we overigens al de nodige maatregelen. Zo zijn bijvoorbeeld sinds 1 oktober nieuwe regels ingesteld voor speellimieten. En aanstaande zomer wordt het verbod op reclame via sportsponsoring aan banden gelegd.”
SGP en CDA kwamen eind vorig jaar met een voorstel om online gokken geheel te verbieden. Heeft u dat plan nog heel serieus overwogen?
„Een totaalverbod is niet de keuze van het kabinet. Ik geloof ook niet zo in het terugdraaien van legalisering. Een bepaalde vorm van legaal aanbod is nodig om te voorkomen dat het aanbod volledig beperkt blijft tot de illegale markt, waar geen enkele vorm van toezicht is en bescherming te wensen overlaat. Een totaalverbod draagt in zichzelf al het risico dat je een oncontroleerbare situatie krijgt, omdat je mensen in feite de illegale gokwereld injaagt.”
Heeft u zelf eigenlijk weleens een gokje gewaagd?
„Die vraag krijg ik nu natuurlijk met enige regelmaat. Nee, ik ben zelf niet zo’n gokker. Maar ik merk in mijn omgeving wel dat gokken onder jonge mensen normaliseert. Van mijn neefjes en nichtjes die in Groningen studeren, hoor ik dat het onder studenten de gewoonste zaak van de wereld is om onder sportwedstrijden te gokken of te wedden op de uitkomsten. Mijn inzet richt zich erop dat die trend wordt gekeerd.”