BinnenlandPleegzorg

Pleegouders Verbruggen: We hebben samen met de moeder bij de doopvont gestaan

Wat als ouders het gezag van pleegouders niet accepteren? De ontvoeringszaak in Dalfsen afgelopen week werpt die vraag op. „Bij een uithuisplaatsing ontstaat áltijd spanning tussen ouders en pleegouders.”

4 April 2025 19:28Gewijzigd op 4 April 2025 20:06Leestijd 6 minuten
Erik-Jan en Wilma Verbruggen met hun eigen zoon en dochters (links een vriend van een van hen) en twee pleegkinderen (5 en 7 jaar). beeld familie Verbruggen
Erik-Jan en Wilma Verbruggen met hun eigen zoon en dochters (links een vriend van een van hen) en twee pleegkinderen (5 en 7 jaar). beeld familie Verbruggen

Dat ouders niet altijd accepteren dat hun kind in een ander gezin opgroeit, illustreert de ontvoering van twee kinderen uit Dalfsen deze week wel. De politie sloeg groot alarm via een Amber Alert en vond het tweetal uiteindelijk terug in België, in het bijzijn van hun biologische ouders. Die werden opgepakt op verdenking van het onttrekken van de zoon en de dochter aan het wettelijk gezag.

Weerstand vanuit ouders bij een uithuisplaatsing is normaal, zegt pleegmoeder Charissa Bakema. Zij werkte voor de Christelijke Hogeschool Ede mee aan een onderzoek over samenwerking tussen ouders en pleegouders en gaf vanuit de hogeschool ook trainingen voor jeugd- en pleegzorgorganisatie Timon. „Een uithuisplaatsing is als het instorten van het huis waarin een kind is opgegroeid. Het opbouwen van dat huis in een pleeggezin is een proces van lange adem.”

Elk gezin kent een eigen subcultuur, eigen gewoonten en regels. „De opvoeding gaat dus per definitie anders dan kinderen gewend zijn. Dat is spannend, voor hen én hun ouders.” Dat de biologische vader en moeder het gezag van pleegouders respecteren, is dan ook eigenlijk altijd een proces. „Natuurlijk vertrouw je vreemde mensen de opvoeding van je kind niet meteen toe. Geef elkaar dus de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie die het gezinsleven helemaal op zijn kop heeft gezet.”

„In het begin moest de moeder van onze pleegdochters niets van mij weten”

Wilma Verbruggen, pleegmoeder

Van slag

Dat een goede verhouding met ouders niet vanzelfsprekend is, weet ook Wilma Verbruggen uit Dordrecht, die pleegouder is via Timon. Zij en haar man Erik-Jan kregen in 2020 twee halfzusjes (nu 5 en 7 jaar) in huis. „In het begin moest hun moeder niets van mij weten”, vertelt Verbruggen. Ze begreep dat wel. „Geen ouder kiest ervoor dat zijn kind uit huis geplaatst moet worden.” Ze probeerde achter die weerstand de pijn, het verdriet en de onmacht van de moeder te zien.

Moeder ging vooral met jeugdzorg de strijd aan over de uithuisplaatsingen. Verbruggen vroeg haar geregeld wat zij belangrijk vond in de zorg voor haar kinderen. „Niet dat ik haar ideeën meteen toepaste, maar ik probeerde er wel in tegemoet te komen. Belangrijk vond ik om haar niet het gevoel te geven dat wij de kinderen afpakken, maar dat zij altijd hun moeder blijft. Wij willen als pleeggezin haar kinderen een veilige en stabiele basis geven.”

Ook over uitbreiding van contactmomenten is soms verschil van mening. „We gunnen dat de moeder heel erg”, legt Wilma uit. „Maar de meiden kunnen na een bezoek ontregeld, van slag en verward zijn. Als pleegouder moet je oppassen vanuit je eigen emotie te reageren. De vraag is: wat kunnen de meiden aan? Wat is in hun belang?”

Tegenwoordig overlegt de moeder hoe ze een bezoekmiddag met haar meiden wil invullen. Soms vraagt ze zelfs om hulp, bijvoorbeeld hoe ze met bepaald gedrag van de kinderen kan omgaan. Een heel verschil met de beginperiode, toen moeder niet wist waar haar dochters woonden. Verbruggen heeft er destijds weleens over gedacht wat ze zou doen als de moeder ineens op de stoep zou staan en eisen dat de kinderen zouden meegaan. „Daar is in onze situatie nooit sprake van geweest, maar als het zou gebeuren, zou ik het gesprek aangaan. In ieder geval zou ik niet gaan vechten of trekken aan de kinderen, want dan lopen zij een dubbel trauma op. Als het daar anders op uit zou draaien, kun je nog beter de kinderen meegeven en daarna direct 112 bellen.”

Tegenover de pleegkinderen zou Verbruggen het niet laten merken als ze bepaalde acties van ouders onverstandig vindt. „Een kind is altijd loyaal aan de eigen ouders. Je kunt wel begrip tonen voor wat hun papa of mama moeilijk vindt en wijzen op de afspraken met jeugdzorg.”

„Toen ik de grenzen van de moeder van onze pleegzoon accepteerde, veranderde de relatie tussen ons”

Charissa Bakema, ervaringsdeskundige

Grens

Een pleegkind moet niet het gevoel hebben dat het moet kiezen tussen twee ouders, zegt ook Bakema. „Juist daarom is een goede verstandhouding tussen die twee zo belangrijk.” Ze ziet dat veel ouderparen uiteindelijk hun best doen elkaar te verstaan, omdat ze allebei om het kind geven.

Bakema. beeld Charissa Bakema

Naast grote conflicten leiden ook praktische keuzes in het pleeggezin geregeld tot botsingen met de ouders. Logisch, vindt ze. „Ik hoorde eens van een pleegkind van wie de ouders weinig geld hadden. Zij kochten kleding bij de Primark, terwijl de pleegouders erg milieubewust waren. Beide keuzes zijn begrijpelijk, maar de vraag is: wat is essentieel? Voor veel dingen als kleding of bedtijden geldt dat niet. Vanuit die houding kun je er vaak samen uitkomen.”

Uit ervaring weet ze dat je dan soms eigen wensen moet laten varen. „Ik had eerder allerlei ideeën over wanneer en hoe de moeder onze pleegzoon kon ontmoeten. Zijzelf gaf daarin echter steeds een grens aan, dat een bezoek niet paste. Dat vond ik lastig, want het leek mij leuk als zij haar zoon wekelijks kon spreken. Toen ik haar grenzen accepteerde, veranderde de relatie tussen ons. Dat heb ik dus echt moeten leren.”

Respect voor elkaar, goed luisteren en je verdiepen in iemands beweegredenen helpen volgens Bakema om een goede band op te bouwen met ouders van pleegkinderen. „Als het mogelijk is, betrek ze dan bij beslissingen. Spreek bijvoorbeeld af dat je altijd samen naar school gaat voor een gesprek over het kind, of dat een ouder meegaat bij een bezoek aan de huisarts.”

„We hebben samen met de moeder van onze pleegdochters bij de doopvont gestaan”

Wilma Verbruggen, pleegmoeder

Doop

Inmiddels heeft de moeder van de pleegkinderen in het gezin Verbruggen geaccepteerd dat ze niet voor haar meiden kan zorgen. Dat geeft volgens Wilma ruimte om haar op belangrijke momenten moeder in haar moederrol te laten zijn. Zo nodigt het pleeggezin haar bij hen thuis uit op Moederdag en verjaardagen.

Een mooi moment dat de goede verhouding onderstreept, was toen de moeder, die zelf geen christelijke achtergrond heeft, op een gegeven moment voorstelde haar kinderen te laten dopen in de gemeente waar het gezin Verbruggen kerkt. „We hebben met z’n drieën bij de doopvont gestaan”, vertelt Verbruggen. „Zij heeft haar eigen kinderen ten doop gehouden. Heel samenbindend en bijzonder.” Het illustreert voor haar ook een diepere dimensie, „dat we door pleegzorg mogen uitdragen Wie God wil zijn. Met de kinderen bidden we ook voor hun moeder. We zijn echt van haar gaan houden en proberen ook te laten merken dat ze belangrijk is voor ons en voor haar kinderen.”

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer