Dag vol geweld in Amsterdam eindigt onverwachts in boodschap vol van hoop
Een hectische dag vol geweld, haat en intimidatie in Amsterdam eindigt onverwachts in een boodschap van hoop, rust en vrede. „God zegene u.” Een blijde mare voor Mokum.

Amsterdam. Donderdagmiddag. De lentezon straalt. Een handvol politiebusjes en agenten met wapenstok staan op het Spui paraat. Een expositie met een replica van een Hamasterreurtunnel voor de Universiteit van Amsterdam (UvA) vereist politiebescherming. Pro-Palestijns geweld is niet uitgesloten.
Plotseling komen de agenten in beweging. Instappen, wegwezen. Met loeiende sirenes rijden politiebusjes op hoge snelheid weg. Uit beeld. De bestemming wordt al snel duidelijk.
Explosie Dam
De Dam, om de hoek, vult zich met een grote grijze rookwolk. Voor het Nationaal Monument staat na een harde explosie een kleine, rode personenauto in brand. Een tweede, kleinere ontploffing klinkt. Agenten vegen het plein schoon. Hulpdiensten rukken uit. De bestuurder, zwaargewond, ligt met ontblote benen en verbrande kleren op straat.
Net daarvoor parkeert de man zijn auto rustig voor de onderste stoep van het monument. Een luide explosie klinkt als hij zijn auto opblaast. Paniek slaat toe. Mensen zetten het op een lopen. De man klimt uit zijn auto, terwijl de vlammen om zich heen slaan. Een medewerker van restaurant Majestic op de Dam snelt toe met een brandblusser. Agenten doven de brandende bestuurder met schuim.

Langzaam keert de rust terug. De bestuurder –een bekende van de politie– blijkt een 50-jarige man uit Noord-Holland. De politie houdt „alle scenario’s open”, maar heeft „sterke vermoedens” dat hij zich van het leven wilde beroven. Vast staat dat echter niet. De man is niet aanspreekbaar. Bijzonder dat er niet meer slachtoffers in het geweld zijn gevallen, constateert een geschrokken manager van Majestic. „Een wonder.”
Terreurtunnel
Terug naar het Spui. Een truck met oplegger parkeert voor de Universiteit van Amsterdam. Aan boord bevindt zich een 24 meter lange replica van een tunnel van de terreurgroep Hamas in Gaza. Waarheidsgetrouw nagebouwd.
Een lang, smal gangetje met betonnen wanden voert door de vrachtwagen. Laag, gebogen plafond. Bezoekers moeten zich half gebukt verplaatsen door de tunnel. Onheilspellend klinken doffe dreunen van zware bombardementen. Beangstigend. Rechts in het gangetje liggen twee bodybags. Gewikkeld in Israëlische vlag.
De initiatiefnemer van het kunstwerk, de Joodse galeriehouder Rachel Meijler uit Amsterdam, vraagt aandacht voor de 59 gijzelaars die nog altijd vastzitten bij de Palestijnse terreurgroep. Voor de vijftiende keer. Ze gaat door totdat alle gijzelaars vrij zijn, verzekert ze strijdvaardig.
Niet voor niets staat ze voor de UvA. Het universiteitsbestuur heeft drie weken geleden besloten banden met de Hebrew University of Jerusalem te verbreken. „Slechte ontwikkeling”, vindt Meijler. De Israëlische universiteit heeft naar eigen zeggen géén banden met regering of leger. Bovendien ontneemt Amsterdam volgens Meijler zichzelf de mogelijkheid voor het academisch debat. En steun aan Israëlische critici.
Pro-Palestijnse tegendemonstranten roeren zich. Krijsend, intimiderend. Met de bekende oneliners. Over river en sea. Met megafoon en Arafatsjaal. Vier vrouwen verschuilen zich achter mondkapjes. De haat spat uit hun ogen. Op het bordes van de uni probeert een activist een Israëlische vlag in brand te steken. De politie grijpt in. Toch spuit een demonstrant nog snel even ongezien ”intifada” op de vrachtwagen. Met rode letters.
Koranverbranding
Amsterdam blijft onrustig. De politie maakt overuren om de openbare orde te bewaren. Op het plein voor het stadhuis verzamelt zich een enorme politiemacht. Zeker twintig politiebusjes, zes politiepaarden, een politiedrone. Tientallen agenten met wapenstok stellen zich in linie op.
Rond half zeven steekt Pegidavoorman Edwin Wagensveld met een gasbrandertje een Koran in brand op de stoep van de Stopera. Nederland meet volgens hem met twee maten. Het demonstratierecht is in zijn ogen niet voor iedereen gelijk. Hij wil daarom met zijn eenmansactie Nederland „wakker” maken.

Een woedende groep tegendemonstranten verzamelt zich. „Allahoe akbar. Allahoe akbar.” Een man loopt rond met een groene hoofdband van terreurgroep Hamas. „Vind je ’m mooi”, vraagt hij een verslaggever dreigend, intimiderend. Nadat Wagensveld vertrokken is, steken de activisten een Israëlische vlag in brand. De politie zet paarden in om de agressieve groep in het gareel te houden.
Hoop
De avond valt. Onverwachts dient zich echter nóg een actie aan. Door een paar speakers schalt een boodschap over de straatklinkers van het plein voor Amsterdam CS. Een boodschap vol van hoop. „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”, zegt een man met rode jas in het Engels. Een vriendelijke vrouwenstem vertaalt. „Niet een Weg, maar dé Weg.” De boodschapper verhaalt van zonde en genade, vergeving en redding. Een blijde mare voor Mokum. Ook dát is Amsterdam. De tijd dringt, de trein wacht. „God zegene u.”