Verzamelaarsechtpaar Kremer leerde kunstwerken met „gewassen oogjes” bekijken
Een diepe geldbuidel is niet genoeg om een kunstcollectie op te bouwen. Een neus voor handel, kennis van zaken en een dosis eigenwijsheid horen erbij.

George en Ilone Kremer, woonachtig op de Bahama’s, maken het profiel compleet met intuïtie, enthousiasme en passie. Hun huidige verzameling van 17e-eeuwse schilderkunst –hun gedeelde liefde– is van internationale allure.
Als George Kremer (1950) als tienjarig ventje met zijn schoolklas door het Rijksmuseum banjert, stuit hij op ”Het Joodse bruidje”, een schilderij van Rembrandt, dat nu overigens ”Isaac en Rebecca” heet. De jongen, zelf Joods geworteld, is ervan ondersteboven. „Die kleuren, de levensechte figuren en die ontroerende tederheid. Wauw!” Zoiets wil hij later bezitten.
Maar zijn verdere opleiding en zijn werk in de internationale olie-industrie slokken hem op. Wat kunst betreft komt het weinig verder dan een paar slappe reproducties van Karel Appel aan de muur van zijn studentenkamer en een boek over Maurits Escher in zijn boekenkast.

Zijn latere vrouw Ilone krijgt iets meer culturele bagage mee. Zij kiest op de middelbare school kunstgeschiedenis als examenvak. Maar als het echtpaar zich heeft ontwikkeld tot fervente verzamelaars, werkt het weer andersom: Ilone gaat af op haar gevoel en George verricht liever eerst diepgaand onderzoek. Samen delen zij een diepe liefde voor de schilderkunst.
In Stedelijk Museum Alkmaar is tot 1 juni een deel van de privéverzameling van Nederlandse en Vlaamse 17e-eeuwse meesterwerken te zien die het echtpaar sinds 1995 bijeenbracht.
Verhalen
Elk schilderij heeft een eigen verhaal. Vanwege de voorstelling, of juist om de geschiedenis van eerdere eigenaren. ’t Kan ook zijn vanwege de aankoop van het werk of de prijs. Soms is het verhaal dat het schilderij vals is, dus een ”zeperd” blijkt te zijn. Maar over dat laatste praten verzamelaars zelden graag.

Het zijn volgens de Kremers juist de verhalen die een schilderij extra boeiend maken, vertellen ze in de catalogus die bij de tentoonstelling verscheen. „Neem de schilder Jan Weenix (1640-1719), die altijd zijn herinnering op het doek doorspekte met zijn verbeelding. Of Abraham Bloemaert (1564-1651), die nooit een landschap schilderde zoals het werkelijk was, maar vol fantasie mythologische of Bijbelse voorstellingen in het werk plaatste.”
Meestal is het toch de voorstelling zelf die de aandacht trekt. Op een schilderij van Carstian Luyckx (1623-1675) besluipt een sluwe vos een kip van achteren en grijpt het dier. Het overvallen beestje kijkt met grote, verraste en verschrikte ogen naar de beschouwer van het werk. De vos, had hij kunnen glimlachen, hij zou het zeker hebben gedaan. Andere kippen lijken nog niet te begrijpen wat er gebeurt. Hoewel een haan klaarstaat om weg te springen. „De schilder pakt precies het momentum”, vindt George. „Enkele seconden later wil je er echt niet meer bij staan.” Ilone wordt juist getroffen door de kleuren van het werk. „Ik denk dat het een schilderij is waar kinderen dol op zijn.”
Koude douche
Verzamelaar ben je niet in één dag; daar gaat lange tijd overheen. Pas rond 1995 –het echtpaar verkeert inmiddels in goeden doen– is het de aankondiging van een veiling die George Kremer op het pad van de kunst brengt. Uit nieuwsgierigheid bezoekt hij de galerie van een kennis. „Drie uur later liep ik de galerie uit, vele verhalen rijker, een stapel boeken onder mijn arm en met een paneeltje van Govert Flinck, een belangrijke meester, en leerling van Rembrandt.” Thuisgekomen wacht hem een koude douche; zijn vrouw Ilone –verzot op de lichte kleuren van Franse impressionisten– vindt het schilderij „vreselijk. Een donker schilderij van een oude bebaarde man, waar ik allesbehalve vrolijk van werd”.

Het is kunsthandelaar Robert Noortman, die het echtpaar Kremer in die tijd op sleeptouw neemt, de wereld van de oude kunst in. Al snel ontwikkelen Ilone en George een voorliefde voor de 17e-eeuwse caravaggisten, navolgers van de stijl van de Italiaanse meester Caravaggio (1571-1610). „Deze beeldt Bijbelse of historische figuren heel menselijk af, zodat het gewone publiek zich erin herkent. De modellen haalde hij vaak van de straat en hij laat rimpels, kapotte kleren en emoties zien. Bovendien is hij een meester in clair-obscur, hij maakt dramatische tegenstellingen van licht en donker.” Voorbeelden van caravaggisten zijn 17e-eeuwse schilders als Hendrick ter Brugghen, Gerard van Honthorst of de Vlaamse Jacob Jordaens.
Leren kijken
Robert Noortman leert het echtpaar de kneepjes van het verzamelaarsvak. Met elkaar gaan ze „oogjes wassen”, leren kijken naar schilderijen, ontdekken wat kwaliteit is en wat niet. Als er ergens een aantrekkelijk schilderij op de markt komt, bestuderen ze het werk minutieus en gaan ze vervolgens naar musea om ander werk van dezelfde schilder te zien. Hoe hij ogen schildert, handen, stof en dieren. Vervolgens weer terug naar het beoogde schilderij. „Als dan blijkt dat een hand wat vreemd staat of op andere punten de kwaliteit ontbreekt, dan houdt het gelijk op.”
George en Ilone maken zich een principe eigen: „Vergeet de naam van de maker en de prijs. Kijk eerst of het werk aantrekkelijk is, of het in een goede of acceptabele conditie verkeert en of het past binnen de collectie. Is het antwoord op al deze vragen ja, dan komen de maker en de prijs in beeld.”

In de loop van de jaren komt het echtpaar tot heel verrassende aankopen. Na de eerste aankoop van de donkere Govert Flinck volgt de aanschaf van zo’n twintig schilderijen. Dat zet hen in de etalage als verzamelaars, waar natuurlijk handelaars op afkomen. Zo komt een koopman langs met onder meer een schilderij van een oude man met tulband. De toeschrijving is lastig, de naam Rembrandt is wel eerder genoemd, maar later kwam een onbekende leerling van de grote meester, ene Jacques des Rousseaux, hiervoor in aanmerking. De echtelieden Kremer zijn op slag verliefd op het schilderij. Maar het is volgens de handelaar niet te koop. Wel een originele koperen etsplaat van Rembrandt.
In George komt de zakenman bovendrijven. Waarom zou de handelaar een schilderij meenemen dat hij niet wil verkopen? Hij onderhandelt en wil de etsplaat alleen kopen mét het schilderij. De deal wordt gesloten. Vervolgens blijkt het kunstwerk, na langdurig onderzoek, toch een Rembrandt te zijn.

Hebzucht
Het verhaal van een schilderij kan ook onder de voorstelling verborgen zitten, door verborgen symboliek. Kremer verwijst naar zijn schilderij van Gerrit van Honthorst (1592-1656), ”Oude vrouw bestudeert een munt bij een kaars”. De schilder laat het licht en donker sterk contrasteren. Een vergelijkbare voorstelling is te vinden op een schilderij van Rembrandt. Ongetwijfeld heeft Rembrandt de voorstelling ontleend aan het schilderij van Van Honthorst, die zich op zijn beurt weer liet inspireren door Caravaggio. Het is, zo vertelt Kremer, een avaritia, een allegorische voorstelling van de hebzucht. Het is een schilderij met een les voor iedereen. „De vrouw verbeeldt de hebzucht. Zeker met het verloop van de jaren moet je je niet bezighouden met materiële zaken, maar met de naderende dood, is de boodschap.”