Kerkgeschiedenis in dorpen en steden
Recent verschenen twee nieuwe uitgaven over de zogenoemde kleine kerkgeschiedenis.

Soms wordt er weleens wat denigrerend gesproken over de aandacht voor lokale kerkhistorie en eenvoudige vromen uit vervlogen tijden. Laten we vooral de aandacht richten op de grote mannen uit de kerkgeschiedenis: Augustinus, Calvijn, Luther, Bunyan, enzovoort. En inderdaad, de erfenis die zij nalieten is het waard om voortdurend bestudeerd en onderzocht te worden. Ook hun levensgeschiedenis mag niet in het vergeetboek raken. Toch is het ook niet verkeerd om eens wat dichterbij te blijven en ons te verdiepen in het wonder van de plaatselijke of regionale kerkgeschiedenis.
Psalm 72
Het gebeurde enige tijd geleden tijdens een catechisatieles. Het ging over de Heilige Schrift. Hellenbroek stelt in zijn boekje de vraag of „de gehele Heilige Schrift een Goddelijk boek is”. Hij beantwoordt die vraag bevestigend met als reden „dat er dingen in zijn die van niemand dan van God kunnen zijn”. Een van die dingen zijn „profetieën, die op hun tijd en plaats precies vervuld zijn”. Tijdens die les kwamen we uit bij Psalm 72. We constateerden dat het feit dat we die avond in Gods huis onder Zijn Woord mochten zijn in verband staat met de voorzeggingen uit die psalm. De psalm spreekt over de gebieden waar Christus Zijn heerschappij zou voeren: „Van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.” Psalm 72 noemt ook plaatsen en hun inwoners: „De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor Zijn aangezicht knielen.” De kanttekeningen wijzen erop dat er in het Hebreeuws eigenlijk staat: ”dorrigheden”, „dat is, barbaars volk, dat woeste, dorre, onbekende plaatsen bewoont, voor Salomo, en wilde, woeste, ongelovige heidenen, voor Christus”. Dezelfde psalm getuigt er ook van dat „die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde”. Er zou kerkgeschiedenis geschreven gaan worden in dorpen en steden. „Zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden.”
Levensschetsen
In het licht van deze psalm is het dan ook een goede zaak dat J. van ’t Hul en L. Vogelaar aandacht vragen voor (personen uit) de plaatselijke en regionale kerkhistorie. In ”De HEERE bewaart de eenvoudigen” van Van ’t Hul zijn tien levensschetsen opgenomen, waarvan een aantal eerder verschenen in het blad Oude Paden. De schetsen gaan onder andere over de predikanten Chr. van Dam en A.W. Verhoef, de ouderlingen W. van Amersfoort en L. Blom en evangelist W. de Weerd. Ook is een hoofdstuk opgenomen over Albert (Ab) van Dam (1949-2005) uit Opheusden. Ab had het syndroom van Down. In zijn leven kwam de vreze des Heeren openbaar, oprecht en ongekunsteld. Toen hij in het ziekenhuis lag, vroeg hij aan elke zuster, broeder of dokter of hij of zij al een nieuw hart had. Hij zei er dan bij: „Ik vraag de Heere of u het krijgt, wilt u mij beloven dat u er zelf ook om gaat vragen?”

Van ’t Hul vertelt ook over Jentemeuje, een vrouw uit Kampen die altijd de Kamper dracht is blijven dragen. Ze was best wel kerkistisch. In het kerkgebouw van de gemeente waarvan ze lid geworden is, de gereformeerde gemeente (gg) te Kampen, werden de jaarlijkse Bewaar het Panddagen van de Christelijke Gereformeerde Kerken gehouden. Jentemeuje woonde alle activiteiten in de kerk bij, maar hier ging ze nooit heen. Toch was ze wel nieuwsgierig wat er gezegd zou worden. Daarom luisterde ze mee met de kerktelefoon. Na afloop was ze altijd weer heel verbaasd dat ze dezelfde boodschap had gehoord als in haar eigen gemeente.
Ze werd begraven in een graf dat ook de rustplaats was van een oud gereformeerde ouderling. En haar graf is omringd door graven van gereformeerde hoogleraren uit Kampen. Maar Jentemeuje was ook een Godgeleerde, hoewel ze nooit aan een universiteit had gestudeerd. Ze mocht in haar leven aan Jezus’ voeten zitten. Heel teer gaf ze daarvan getuigenis, in enkele persoonlijke notities tussen aantekeningen over gehoorde preken: „Jezus’ stem gehoord, dat heb ik beleefd, 1924, 1935, 1953.”
Groene Hart
Vogelaar schrijft in ”Zo zal Hij zaad zien” over het ”Kerkelijk en geestelijk leven in het Groene Hart van Holland”, met name over ds. L.G.C. Ledeboer en zijn volgelingen. Gebeurtenissen uit diverse plaatsen komen aan de orde, onder meer in Benthuizen, Bleiswijk, Bodegraven, Delft, Hazerswoude, Moerkapelle, Waddinxveen en Zoetermeer.

Het eerste hoofdstuk bevat een aantal gegevens over ds. Ledeboer. In de andere hoofdstukken komen ook wel uitstapjes voor naar andere streken. P. Molenaar, die enkele gemeenten in het groene hart als ouderling diende, woonde ook in Zeeland (Zuid-Beveland) en in de Gelderse Vallei. En de in de gereformeerde gezindte om hun vertaalwerk van Schotse schrijvers bekende Van Woerdens woonden later in Akkrum. Het is waardevol dat de geschiedenis van deze familie, waarvan eerder fragmenten werden gepubliceerd, in dit boek uitgebreid is vastgelegd. Dat geldt ook voor de familie Veldhuijzen, die in hoofdstuk 2 wordt beschreven. De titel van dit hoofdstuk, ”Van geslacht tot geslacht. Gedenkstenen in de familie Veldhuijzen”, wijst op de rijke bemoeienissen die de Heere met deze familie heeft gehouden. Dat bleek zeker ook in 1918, toen in het gezin van Cornelius Veldhuijzen (1863-1940) en Chiela Joanna van der Tang (1867-1927) meerdere kinderen werden toegebracht. „Bij Veldhuijzen werkt de Heere krachtig”, schreef C.B. van Woerden sr. „Twee jongens zijn krachtig overtuigd. Een van hen mocht enige verruiming in zijn doodsangsten ontvangen. Zijn dochter Annigje is in het wijnhuis gevoerd, waar de liefde Christi de banier over haar is. Zij kan de overvloedige uitlatingen Gods bijna niet dragen. De Heere werkt nog en Hij hoort het geschrei Zijner nooddruftigen. Mocht het ons nog bemoedigen.”
Detail
In dit boek staan veel details. Het ene detail is van meer belang dan het andere. Van het allergrootste belang zijn de paar regels op pagina 139. Op die bladzijde staat een illustratie van een aantekening die P. Molenaar maakte in ”De verborgenheit van het Genaadeverbondt”, een boek van prof. F.A. Lampe. Molenaar, in 1907 als ouderling van Moerkapelle afgevaardigde op de eerste synode van de GG, was een eenvoudig man. Ongekunsteld schreef hij vanuit zijn hart: „Ik twijfelt niet aan mij lieven Borg Jezus om dat hij mij guroepen heeft en gudragen heeft en vrijgusproken heeft voor aangusigt des Vaders.” Het is een van de parels in dit boek.
De HEERE bewaart de eenvoudigen, J. van ’t Hul; uitg. Den Hertog; 141 blz.; € 16,90;
Zo zal Hij zaad zien, L. Vogelaar; uitg. Gebr. Koster; 277 blz.; € 32,50