VVD, D66, CDA en SGP presenteren Zelfstandigenwet: „We kunnen miljoen zzp’ers niet langer gijzelen in onzekerheid”
Een nieuw wettelijk kader moet zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en hun opdrachtgevers uit de onzekerheid helpen. VVD, D66, CDA en SGP willen een reeks criteria vastleggen in de wet, waaruit alle betrokken partijen gemakkelijker moeten kunnen concluderen of er sprake is van een geldige opdrachtovereenkomst.

Het onderscheid tussen zelfstandige en schijnzelfstandige is op dit moment niet goed vastgelegd in de wet. Van de oplossing waar het kabinet aan werkt, hebben VVD, D66, CDA en SGP geen hoge verwachtingen. Daarom sloegen de vier partijen de handen ineen en schreven een eigen wetsvoorstel. De Zelfstandigenwet is donderdag openbaar gemaakt.
Per 1 januari is de Belastingdienst weer gestart met het handhaven op schijnzelfstandigheid. Sindsdien staat de politieke en maatschappelijke discussie op scherp. De fiscus legt dit jaar weliswaar geen boetes op, maar een ongeldige opdrachtovereenkomst kan wel een naheffing opleveren.
Een zelfstandige moet iets regelen als pensioenvoorziening, ingeschreven zijn bij de KvK en een btw-nummer hebben
„Deze initiatiefwet is tot stand gekomen vanuit een gedeeld urgentiebesef dat we op deze manier niet langer een miljoen zzp’ers en hun opdrachtgevers kunnen gijzelen in onzekerheid”, licht SGP-Kamerlid Flach toe. „Er wordt nu door de Belastingdienst gehandhaafd. Maar op basis waarvan? De daarvoor benodigde onderliggende wetgeving is niet op orde. Kortom, geen tijd te verliezen.”
Om de gewenste duidelijkheid te bieden, willen VVD, D66, CDA en SGP een reeks criteria in de wet vastleggen. Als zzp’er en opdrachtgever daaraan voldoen, kwalificeert hun samenwerking voor de wet als geldige opdrachtovereenkomst. Het gaat om de zogeheten zelfstandigentoets, een werkrelatietoets, aangevuld met eventuele voorwaarden die specifiek voor een bepaalde sector gelden.
Arbeidsongeschikt
De zelfstandigentoets schrijft voor dat iemand alleen als zzp’er kan werken als hij een voorziening treft voor het geval dat hij arbeidsongeschikt raakt. Ook moet een zzp’er zich in het economisch verkeer gedragen als zelfstandige, wat blijkt uit bijvoorbeeld inkomensrisico, investeren, adverteren en het aantal opdrachtgevers. Verder moet een echte zelfstandige iets regelen als pensioenvoorziening, zich ingeschreven hebben bij de Kamer van Koophandel en een btw-nummer hebben.
De werkrelatietoets gaat over vragen als: kan de zzp’er eigenstandig bepalen wanneer hij verlof opneemt? Is er sprake van „hiërarchische controle” door de opdrachtgever? Ook wordt de commissie beoordeling toetsingskader zelfstandigenwet in het leven geroepen, die uiteindelijk het laatste woord heeft over de kwalificatie van de werkrelatie.
Met hun initiatiefwet doorkruisen de vier partijen de plannen van minister Van Hijum (Sociale Zaken) en staatssecretaris Van Oostenbruggen (Belastingdienst). Deze bewindspersonen hebben ook wetgeving in voorbereiding om het onderscheid tussen zelfstandigen en schijnzelfstandigen te verduidelijken. Daarover zijn afspraken gemaakt in het hoofdlijnenakkoord. Als het echter aan VVD, D66, CDA en SGP ligt, wordt de wet van het kabinet „overbodig”.