Hoe kan Judith de wereld in met haar liefde voor Jezus? Over heilige dingen in de chaos
”Kleine heilige dingen”, de debuutroman van Annemieke Dannenberg, ziet er fraai uit: mooie titel, mooie voorkant.

Het verhaal gaat over het meisje Judith Boonzaaijer, dat samen met haar moeder in een flat van de kerk woont. Ze doet examen, wil graag naar het conservatorium, heeft vrienden, verliest ze, vindt nieuwe. Ze denkt dat ze slangen in haar buik heeft. Hoe kan ze de wereld in met haar liefde voor Jezus?
Annemarie Dannenberg schreef eerder al gedichten en korte verhalen. Een mix van „humor en religie, werkelijkheid en waanzin, liefde en een slang” verandert schijnbare tegenstellingen in „nieuwe muziek”, meldt de achterflap. Voor die muziek moet je bepaalde oren hebben, want ik hoorde hem niet. Ik hoorde een kakofonie en flarden.

Opwekkingsliederen, de bevindelijke zinnen bij het avondmaal, de Alphacursus, de liederen en diverse Bijbelvertalingen creëren een onnavolgbare mix. Dat hoeft niet erg te zijn, sinds ”Lampje” van Annet Schaap ben ik bereid om in zeemeerminnen te geloven, maar ergens wil je grip krijgen. Zomaar een zin op bladzijde 90: „Ik wil niet terug naar het dorp. Er is een ritme in de stad, dat me in contact brengt met iets wezenlijks.” Wat is dat wezenlijke?
Ik weet niet goed of dit verhaal vooral gaat over een kind met nog onontdekte psychiatrische problematiek, of over een gewone jongere die ontdekt wie ze is, of dat de kern is dat Judith niet op Ruben, maar op Dorian valt. De karaktertekening van de moeder vind ik het sterkst: een vrouw die graag „Gezellig” zegt en koppig de ogen gericht houdt op gezelligheid, ook al duikt om haar heen de chaos op.
Kleine heilige dingen, Annemieke Dannenberg; uitg. Lebowski; 304 blz.; € 22,99