Diaken uit Oekraïne: Onze kerk zit drie jaar na het begin van de oorlog weer helemaal vol
Een cyberaanval, een oorlog of een pandemie. Niet alleen burgers en overheden moeten zich daarop voorbereiden, ook kerken doen daar goed aan, adviseert minister David van Weel. Hoe kunnen ze dat het beste aanpakken?

Op een crisis kan een kerk zich maar beperkt voorbereiden, leerde Arno Kortleven. De Nederlander woont sinds 2007 in Oekraïne en is diaken van een baptistengemeente in Reya, op ongeveer 100 kilometer ten westen van Kyiv.

De inval van de Russen in Oekraïne in februari 2022 komt voor de gemeente niet onverwacht, maar is toch een grote schok, zegt Kortleven, die als projectcoördinator werkt. „Als kerkenraad waren we niet onvoorbereid. We hadden contant geld in huis gehaald en gezorgd voor brandstof en voedsel. Meer konden we op dat moment niet doen.”
Waar de kerkenraad geen rekening mee heeft gehouden, is dat een groot deel van de gemeente kort na de inval vertrekt. „Vier dagen na de invasie van de Russen kwam er een raket neer in een veld in een naburig dorp. Daarbij vielen gelukkig geen slachtoffers, maar de inslag schudde mensen wel wakker. Morgen kan dit bij ons gebeuren, was de gedachte.”
Binnen een paar uur verlaten tientallen mensen Reya, voornamelijk vrouwen en kinderen. De meeste mannen blijven achter om in het leger te dienen of om hulp te bieden. Ook Kortleven vertrekt met zijn gezin naar Nederland. „Mijn zwager had in 2015 en 2016 gevochten in de provincie Donetsk en wist uit ervaring hoe ontwrichtend oorlog kan zijn. Hij stond erop dat wij met zijn vrouw en kinderen gelijk na de inval het land verlieten.”
De baptistengemeente splitst zich op: ongeveer de helft van de ruim honderd kerkgangers gaat naar Nederland. De andere helft blijft achter. Het leidt ertoe dat de achterblijvers de taken in de kerk moeten herverdelen. Kortleven: „Het is overigens in onze gemeente gebruikelijk dat andere mensen dan de predikant een dienst leiden, zoals een diaken, of bij gebrek daaraan een gemeentelid.”

Toevluchtsoord
De projectcoördinator roept Nederlandse gemeenten op om zich te bezinnen op de extreme en onvoorspelbare situatie waarin een kerk kan belanden tijdens een crisis. „Kijk naar de Oekraïense kerken in oorlogsgebied: leden zijn vertrokken, ze hebben geen of weinig ambtsdragers, hun gebouw is beschadigd, er is geen water en elektriciteit en ze bevinden zich in gevaarlijk gebied. In een oorlogssituatie kan de veilige, bestaande situatie in een oogwenk veranderen. Voor Nederlanders die eraan gewend zijn dat alles keurig is geregeld, zal dat een schok zijn.”
Tegelijk biedt zo’n crisissituatie ook kansen voor kerken, stelt Kortleven. „In Oekraïne is de kerk nog actiever geworden in het bieden van hulp aan de samenleving. Sommige gemeenten zijn een toevluchtsoord geworden waar mensen terechtkunnen voor een luisterend oor, eten, drinken en schoon water. Kerken gebruiken hun uitgebreide netwerk om vluchtelingen te helpen met het vinden van onderdak.”
Vanwege de ruimte en de voorzieningen zijn kerken een geschikte plek voor het opvangen van mensen en voor voedseldistributie. „Dat moet je als gemeente wel willen. Een broeder die ik ken, zag zijn hele kerkzaal volstaan met kleding en dozen en zei: „Als ik geweten had dat onze kerk er zo zou uitzien, had ik nooit aan de bouw ervan meegewerkt.” Een heilige ruimte werd in zijn ogen onteerd. Later kwam hij daarop terug. Het is dus goed als een kerkenraad zich vroegtijdig bezint op zijn diaconale taak.”
Getuigenis
Hulp bieden kan getuigend werken, ziet de projectcoördinator. „Onder vluchtelingen in Oekraïne werd bekend dat ze voor steun beter konden aankloppen bij een protestantse dan bij een orthodoxe kerk. Dat is een mooi getuigenis.”
Om hulp te kunnen bieden in crisistijd is het belangrijk dat kerken zichtbaar zijn in de samenleving. „Als je nu iets te bieden hebt, weten mensen je bij een ramp ook te vinden. Bij onze gemeente in Reya stonden een alleenstaande vrouw en haar dochter op de stoep. Ze voelden zich onrustig en zeiden tegen elkaar: „Laten we de kerk opzoeken.” Nu zijn het trouwe kerkgangers.”
Het gebeurt dat mensen na het ontvangen van materiële hulp openstaan voor het Evangelie en lid worden van een kerk, ziet Kortleven. „Onze kerkzaal zit, drie jaar na het uitbreken van de oorlog, weer helemaal vol. Vluchtelingengezinnen, waarvan er een aantal onkerkelijk was, en mensen uit het dorp vonden hun weg naar de kerk.”
Zijn er dingen die hij met de kennis van nu anders had gedaan? „Als ik terugkijk, zie ik de leiding van de Heere in de beslissingen die wij hebben genomen. De halvering van onze gemeente leek een groot probleem, maar heeft ertoe geleid dat er in Nederland een bloeiende Oekraïense gemeente is ontstaan waar veel gevluchte Oekraïners zich thuis voelen.”