Matheun ging van elektrisch voertuig terug naar brandstofauto
Een derde van de elektrische rijders overweegt volgend jaar weer voor een brandstofauto te kiezen. Een overstapper en een blijver vertellen waarom.


Accountant Matheun van Rosmalen (32) reed tot voor kort nog in een volledig elektrische Hyundai Kona uit 2019. Het leasecontract liep af en hij moest een nieuwe auto uitkiezen. Het werd een hybride Peugeot 5008, een wagen die vooral rijdt op benzine en alleen bij lage snelheden elektrisch wordt aangedreven.
„We zochten een iets ruimere auto met voldoende actieradius, bijvoorbeeld de elektrische Skoda Kodiaq. De nieuwprijs is echter fors: 45.000 euro. Qua bijtelling zou ik van 4 naar 17 procent gaan. En ik moet dit jaar wegenbelasting gaan betalen. Voor een zware auto tikt dat aardig aan.”
Bijtelling is het bedrag dat iemand betaalt aan de Belastingdienst als hij of zij een zakelijke leaseauto ook privé gebruikt. Voor volledig elektrische wagens geldt per 1 januari 2025 een bijtellingspercentage van 17 procent als de waarde van het voertuig onder de 30.000 euro ligt. Voor een auto met een cataloguswaarde van boven de 30.000 euro geldt een bijtellingspercentage van 22 procent.
Als Van Rosmalen de vergelijking maakt met de zevenzitter Peugeot op benzine, ontdekt hij dat de elektrische Skoda hem per maand 160 euro meer zou gaan kosten. „Dat is behoorlijk wat. Vanwege het milieu zou je er toch voor kunnen gaan. Er zijn genoeg werkgevers die elektrisch rijden verplichten als het om lease gaat.”
De accountant is er echter nog niet zo van overtuigd dat een elektrische auto echt beter is voor het milieu. „Toen ik twee jaar in de Hyundai Kona had gereden, moest ik er mee naar de garage voor een terugroepactie. Het complete accupakket is toen vervangen. Wat doen ze met de oude accu’s? En het winnen van grondstoffen voor een nieuwe accu, is dat allemaal zo milieuvriendelijk? Ik vraag het mij af.”
Wispelturig

Marius van Silfhout (63) uit Lunteren heeft al bijna 60.000 kilometer gereden in zijn donkerblauwe, elektrisch aangedreven BMW i4 uit 2022. Hij noemt de overheid wispelturig, zo niet onbetrouwbaar. „Eerst doet het Rijk met behulp van subsidies en fiscale voordelen veel moeite om mensen in een elektrische auto te krijgen. Als er dan blijkbaar genoeg van rondrijden in Nederland, draait het beeld compleet om. Dan mag je als rijder in een elektrische auto de portemonnee trekken.”
Van Silfhout ziet dat patroon ook op andere terreinen terug, bijvoorbeeld bij zonnepanelen. „Eerst moet iedereen aan de zonnepanelen. Dan liggen er blijkbaar plotseling genoeg en moet je betalen.” Nederlanders zijn volgens Van Silfhout ‘fiscal driven’. „Als de portemonnee wordt geraakt, is het milieu toch echt ondergeschikt.”
Zelf blijft hij voorlopig nog elektrisch rijden in zijn BMW. „Het is een prachtige techniek en het rijdt geweldig. Als het significant duurder wordt dan benzine, gaat mijn i4 toch echt de deur uit.”
Duurder

Eind dit jaar vervalt voor elektrische rijders de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting en wordt de korting in de bijtelling beëindigd. Een elektrisch voertuig wordt dan duurder dan een vergelijkbare brandstofauto. Particulieren zullen meer wegenbelasting gaan betalen voor hun elektrische bolide, omdat die door de ingebouwde accu’s een stuk zwaarder is dan de gemiddelde brandstofauto. Door de verdere afbouw van de korting op de bijtelling wordt het ook voor de zakelijke rijder duurder om elektrisch te rijden.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verwacht zelfs dat in 2030, als de fiscale voordelen helemaal wegvallen, bijna 60 procent van de elektrische rijders weer teruggaat naar brandstof. Dit blijkt uit een gezamenlijk onderzoek met de Vereniging Elektrische Rijders en de Rijksuniversiteit Groningen onder 3500 elektrische rijders.
Aantrekkelijk
Verantwoordelijk minister Barry Madlener (Infrastructuur) denkt dat ondanks alles elektrisch rijden voor „heel veel mensen” een aantrekkelijk alternatief blijft. Dat zei hij vorige week tijdens een vragenuurtje in de Tweede Kamer.
Madlener wees erop dat de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijnzen in principe eind dit jaar afloopt. Daardoor dreigt de prijs van benzine eind dit jaar bijna 26 cent per liter duurder te worden. Ook het Europese brandstofbeleid zorgt voor een stijging van 11,6 en 7 cent, in respectievelijk 2027 en 2030. In dat licht noemde de PVV-bewindsman de „iets hogere gebruikskosten” waarmee rijders in elektische auto’s worden geconfronteerd „niet heel schokkend”.
„Het perspectief dat Madlener hiermee schetst, is gitzwart voor iedereen die is aangewezen op persoonlijke mobiliteit”, zegt Leonie van den Beuken, voorzitter van de Vereniging Elektrische Rijders (VER). „Niet alleen elektrisch rijden wordt op termijn veel duurder, ook de brandstofrijder is binnenkort al de dupe.”
Betaalbaarheid
De vereniging maakt zich zorgen over de algemene betaalbaarheid van mobiliteit. „Een investering in elektrisch rijden houdt mobiliteit voor iedereen betaalbaar”, vindt Van den Beuken. „Denk aan een gewichtscorrectie in de wegenbelasting en een verlaagde bijtelling voor elektrische auto’s. Daarmee zorg je ervoor dat iedereen die is aangewezen op persoonlijke mobiliteit, die kan blijven gebruiken en dat ook nog eens duurzaam kan doen.”
De Vereniging Elektrische Rijders wijst bovendien op de komst van steeds goedkopere modellen en de ontwikkeling van de tweedehandsmarkt. „Het is inmiddels heel goed mogelijk om een elektrische occasion te kopen voor tien- tot vijftienduizend euro. Dat is in combinatie met de lagere gebruikskosten voor zo’n auto aantrekkelijk, maar dan moet de wegenbelasting wel betaalbaar blijven.”
De overheid wil dat in 2030 alle nieuw verkochte personenauto’s emissieloos zijn, waardoor in 2050 een volledig emissieloos wagenpark mogelijk is. Onder rijders van elektrische auto’s lijkt echter het geloof af te nemen dat de overheid elektrisch rijden daadwerkelijk wil stimuleren. Nog maar 29 procent van de elektrische rijders denkt dat het kabinet echt wil dat Nederlanders elektrisch gaan rijden. Dit is een flinke afname ten opzichte van vorig jaar, toen de helft van de rijders hiervan nog overtuigd was.