Minder oudvaders en puriteinen in leesdienst GG en GGiN; in OGGiN nog altijd 40 procent ”oude schrijver”
Reformatorische kerkgangers horen steeds minder vaak een ”oude schrijver”: een leespreek van oudvaders en puriteinen. Alleen in oud gereformeerde kring dateren naar schatting nog altijd vier op de tien leespreken van voor 1800.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Reformatorisch Dagblad naar het verschijnsel van de leespreek. Dat richt zich vooral op de Gereformeerde Gemeenten (GG), de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) en de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN), omdat leesdiensten daar het vaakst voorkomen.
Bron van het onderzoek zijn 126 ontvangen overzichten van kerkelijke gemeenten met daarin de gelezen preken van de afgelopen jaren, 118.000 in totaal. Daarnaast zijn twee enquêtes uitgezet: onder RD-lezers en onder kerkenraden uit de RD-achterban.
Tussen de drie genoemde kerkverbanden waar preken worden gelezen blijkt een groot verschil te zijn. In de GG klinken hoofdzakelijk preken uit het eigen kerkverband, zoals van ds. J. van Haaren of ds. A. Moerkerken. De laatste jaren valt 92 procent van de voorgelezen preken in de categorie GG-auteur.
De OGGiN vertonen een ander beeld: twee op de vijf leespreken dateren van voor 1800 en zijn van Hollandse oudvaders, zoals Bernardus Smijtegelt, of van puriteinen als John Flavel. Daarnaast is 22 procent van een 19e-eeuwse auteur, bijvoorbeeld Wulfert Floor.
GGiN
Het patroon in de GGiN beweegt zich tussen de GG en OGGiN in, maar neigt licht naar dat van de GG. Uiteraard met dit verschil dat er vooral preken uit de GGiN en uit de GG van voor de scheuring van 1953 worden gelezen. Ds. F. Mallan en ds. G. van Reenen zijn veelgekozen schrijvers in dit kerkverband.
Opvallend is dat het aandeel oude schrijvers in de GG flink is afgenomen
Opvallend is dat het aandeel oude schrijvers die voor 1900 overleden in de GG flink is afgenomen: rond 1990 dateerde nog 17 procent van de leespreken in deze kerken van voor 1900, nu is dit 7,5 procent. In de GGiN daalde ditzelfde aandeel sinds 1990 van 43 naar 29 procent, terwijl het aandeel van eigen predikanten na 1907 toenam van de helft naar drie op de vijf.
De OGGiN lijken op dit punt stabieler. De voorkeur voor oudvaders en puriteinen blijft bijna onverminderd groot. Intussen neemt het aandeel preken van een OGGiN-predikant –altijd een overleden voorganger overigens, conform beleid– wel toe, van 8 procent rond 2000 tot zo’n 20 procent nu, onder andere ten koste van auteurs uit andere kerkverbanden.
Lukas
Een andere uitkomst van het onderzoek gaat over de tekstkeuze: drie op de vijf Bijbelteksten van leespreken komen uit het Nieuwe Testament. Ruim een op de acht leespreken gaat over een tekst uit Lukas.
Het RD onderzocht ook de frequentie van leesdiensten in andere kerkverbanden, de auteurs van gelezen catechismuspreken, de waardering van leesdiensten door luisteraars en het beleid van kerkenraden met betrekking tot leesdiensten.