Regime Myanmar vraagt om hulp, maar steekt zelf geen vinger uit
Het dodental in Myanmar na de aardbeving van vijf dagen geleden ligt inmiddels boven de 2700. Naar slachtoffers wordt nog altijd gezocht, maar niet door het regime. Dat werkt de hulpverlening juist tegen.

Bij crematoria in de stad Mandalay, het epicentrum van de beving, staan de nabestaanden in de rij om hun geliefde te laten cremeren. Volgens lokale media zijn bij een van de locaties al 300 lichamen in één dag gecremeerd.
Beelden uit het getroffen gebied laten rijen van ingestorte gebouwen zien. Hoe groot de schade daadwerkelijk is, is nog moeilijk te zeggen. Het militaire regime laat tot nu toe nog nauwelijks internationale pers toe.
Ann (niet zijn echte naam) woont in Mandalay en ziet daar hoe zijn stad is veranderd in chaos. „Er is geen elektriciteit, geen internet. Talloze mensen zijn nog altijd vermist. De publieke ziekenhuizen zijn overvol en de private ziekenhuizen mogen van de regering geen patiënten opnemen. Een van mijn vrienden brak beide handen tijdens de beving en moet nog altijd wachten om behandeld te worden. Mensen slapen op straat en hebben overdag geen plek om te schuilen voor de ondraaglijke hitte. Ondertussen is het aan lokale vrijwilligers om de slachtoffers onder het puin vandaan te halen.”
Nu het stof van de beving begint neer te dalen, komen er langzaam steeds meer berichten naar buiten over de troepen van het regime die geen hulp verlenen in de zoektocht naar slachtoffers, en in bepaalde gevallen zelfs actief de hulpverlening tegenwerken of verhinderen.
Muskietennetten
Een verslaggever van Al Jazeera, een van de weinige netwerken die het rampgebied hebben bereikt, beschreef hoe soldaten met machinegeweer in de hand toekeken hoe inwoners zelf hun geliefde onder het puin vandaan probeerden te halen. De soldaten staken volgens de journalist zelf geen vinger uit. Verder zou het regime inwoners ook verbieden om na 10 uur ’s avonds onder het puin te graven, vanwege een avondklok die als gevolg van de beving van kracht is.
Dit terwijl het militaire bewind zelf juist om internationale steun heeft gevraagd. Landen die dicht bij de militaire machthebbers staan, zoals China, Maleisië en Thailand, hebben inmiddels reddingsteams gestuurd, maar die mogen maar beperkt, en onder streng toezicht, werken in de hoofdstad Naypyidaw. Gebieden die in handen zijn van gewapende verzetsgroepen worden door het regime geïsoleerd. Hulp heeft deze gebieden nog niet weten te bereiken.
KlaasJan Baas is woordvoerder van ZOA, een internationale organisatie die actief is in Myanmar. Hij maakt zich grote zorgen om de hulpverlening. „We hebben een team gestuurd naar het rampgebied in Mandalay, maar de verbinding met de regio is erg slecht. Mensen daar hebben dringend hulp nodig. Denk aan onderdak, water, eten. Vanwege het droge seizoen is malaria een extra zorg, dus muskietennetten zijn ook erg noodzakelijk. Daarom ook onze oproep aan iedereen die de mensen daar wil helpen om onze hulpverlening te steunen.”
KlaasJan beaamt ook de berichten dat het militaire bewind de hulptoevoer tegenwerkt. „Bij veel ingestorte gebouwen staan soldaten die toezien of het wel de juiste mensen zijn die worden gered. Het is lastig om onder dit regime te werken, maar we hebben een ervaren team dat weet hoe het in dit land moet opereren. Maar het blijft een oorlogsgebied. De situatie was voor de beving al volledig geëscaleerd. Daar komt nu de ramp bovenop.”