Hans Heikoop verzorgde duizenden lichamen

Hij heeft een groot gevoel voor humor en is niet wars van een plagerijtje: Hans Heikoop uit het Betuwse Tricht. Hij groeide op in de natuur, werd postmortale zorgverlener,  daarna eigenaar van de Leidsche Hoeven en is inmiddels kooiker met een eigen eendenkooi om de cirkel rond te maken.

EMG Mediaproducties
28 March 2025 18:00Leestijd 8 minuten
Deelprojectleider Post Mortale Zorg en (inmiddels) kooiker Hans Heikoop uit Tricht verzorgde tijdens zijn carrière duizenden lichamen. Als lid van het Rampen Identificatie Team was hij betrokken bij het repatriëren van de Nederlandse lichamen na de tsunami in Thailand en de ramp met de MH17. Op de foto staat de rampplek in Thailand met links Hans Heikoop. beeld VidiPhoto
Deelprojectleider Post Mortale Zorg en (inmiddels) kooiker Hans Heikoop uit Tricht verzorgde tijdens zijn carrière duizenden lichamen. Als lid van het Rampen Identificatie Team was hij betrokken bij het repatriëren van de Nederlandse lichamen na de tsunami in Thailand en de ramp met de MH17. Op de foto staat de rampplek in Thailand met links Hans Heikoop. beeld VidiPhoto

Duizenden slachtoffers van rampen en ongevallen in binnen- en buitenland heeft hij tijdens zijn loopbaan weer toonbaar gemaakt, zodat nabestaanden op een gepaste wijze afscheid konden nemen. Bij verschillende vliegrampen, waaronder die met de MH17, werd hij ingeschakeld. Hij organiseerde opleidingen voor het behandelen van lichamen, was medeauteur voor procedures en regelgeving om overledenen te conserveren en stond aan de basis van de huidige aanpak van “postmortale zorg”, een term die hij ook zelf bedacht. Zelfs bij de verzorging van overleden Oranjetelgen werd hij ingeschakeld. Maar daar mag hij niet over praten.

Het verzorgen van overledenen is niet iets waar je als jongen van droomt, lijkt me.

„Dat klopt”, vertelt Hans Heikoop (1958). „Mijn moeder had een dorpswinkel in Tricht. Mijn vader was kolenhandelaar en verrichtte onderhoudswerk bij de spoorwegen. Ook verkocht hij spoorbielzen. Zelf wilde ik graag bij de veldpolitie. Die is bij de komst van de nationale politie opgeheven. Omdat mijn vader in 1976 overleed en ik me als oudste van vier kinderen verantwoordelijk voelde voor het gezin, heb ik de onderneming voortgezet. Hoewel ik daarom vrijstelling kon krijgen van mijn militaire dienstplicht, ben ik toch het leger in gegaan. Bij het Squadron Groep Lichte Vliegtuigen op Soesterberg werd ik sergeant-wapenfoerier. Dat was een prachtige periode. Daarna had ik te veel van de wereld gezien om me nog thuis te voelen bij de lokale politie.

Hans Heikoop toont een herinneringsmedaille voor humanitaire hulp bij rampen. beeld VidiPhoto

Ondertussen had ik verkering gekregen met Meiny. Haar vader was verkoopleider bij Bogra Uitvaartkisten BV. Zij zochten een vertegenwoordiger en dat leek me wel wat. Met de directeur had ik direct een klik en zo kwam ik daar in dienst. Via dat werk kwam ik contact met de uitvaartbranche. Dat was onze afnemer. Bij een grote rouwtransporteur, die ook voor de politie werkte , liep ik een paar weken stage en daar ontdekte ik hoe dankbaar het vak van overledenenverzorger is."

Wat is daar dan zo aantrekkelijk aan?

„Je kunt zo veel voor nabestaanden in hun verdrietige omstandigheden betekenen. En dat zit in mijn aard: hulp verlenen en problemen oplossen. Zo kwam ik ook in contact met schouwartsen en forensisch rechercheurs van de politie. Toen ziekenhuizen hun mortuarium gingen uitbesteden en er in de branche wrijving ontstond over de opdrachtverstrekking, maakte ik een plan voor een neutrale en gespecialiseerde organisatie. Nabestaanden konden zo een vrije keuze maken voor een uitvaartverzorger. Ziekenhuizen waren direct enthousiast. Wij namen hun 24-uursparaatheid en personeelskosten uit handen. Zo is Cura Mortu Orum ontstaan; zorg voor de doden.”

Je zult in die tijd niet alleen tijdens kantooruren hebben gewerkt…

„We waren dag en nacht bezig. Alleen al vanuit het Dijkzigtziekenhuis waren er meer dan duizend overledenen per jaar. Er moest dus personeel aangenomen en opgeleid worden. Daarom zijn we zelf een opleidingsinstituut gestart. Er is toen ook een Luchthavenmortuarium op Schiphol gerealiseerd. Dat was in de periode dat het nogal eens misging met bolletjesslikkers. En omdat wij ook overleden moslims repatrieerden naar het land van herkomst, leerde ik bovendien de internationale regelgeving rond het luchttransport van overledenen. In die tijd hebben wij het lichaam van de voormalige Servische leider Slobodan Milosevic verzorgd en gereedgemaakt voor internationaal transport. Hij zat in Nederland gevangen voor oorlogsmisdaden en overleed in zijn cel.”

Hoe ben je uiteindelijk bij het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO) terechtgekomen?

„De eerste inzet daarvan was na de vuurwerkramp in Enschede. Na de cafébrand in Volendam tijdens de jaarwisseling 2000/2001 is door de overheid het grote belang van professionele postmortale zorg bij rampen onderkend. Met name het belang van goede rouwverwerking is cruciaal. Bij mij ontstond toen het plan om een Team Postmortale Zorg op te richten, bestaande uit specialisten. Het toenmalige hoofd van het Rampen Identificatie Team (RIT), de voorloper van het LTFO, heeft toen besloten om postmortale zorg toe te voegen aan het RIT. Vanaf dat moment was ik als deelprojectleider post mortale zorg (PMZ) onderdeel van dit team."

Ondertussen was je bestuurslid van het Platform Uitvaartwezen. Wat waren de activiteiten van dit platform?

„Het bestond uit vertegenwoordigers van alle beroepsorganisaties in de uitvaartbranche. We hebben toen onder meer het zogenaamde foetusprotocol ontwikkeld. Vroeger werden foetussen beschouwd als medische resten. In het protocol is geregeld dat foetussen vanaf 24 weken als premature baby werden gezien, van wie ouders afscheid mochten nemen en voor wie een uitvaart geregeld mocht worden."

Over de ramp met de MH17 zijn duizenden artikelen geschreven, maar de beelden in zijn hoofd blijven Hans Heikoop het best bij. beeld VidiPhoto

Bij het RIT, nu het LTFO, heb je antemortem- en postmortemspecialisten. Wat is het verschil?

„Tijdens het identificatieproces worden ante mortem gegevens verzameld, waaronder specifieke medische kenmerken en het DNA-profiel van slachtoffers en familieleden. De specialisten raadplegen ook tandartsgegevens. Postmorteminformatie is alles wat je aantreft op en bij het slachtoffer. Denk aan lichaamskenmerken, vingerafdrukken, maar ook aan identiteitspapieren en sieraden. Daarna wordt gezocht naar een match tussen deze twee soorten onderzoeksinformatie."

Wat was jouw taak precies?

„Ik was onder andere medeverantwoordelijk voor de logistiek rond de lichamen. Denk aan het inrichten van een calamiteitenmortuarium, het restaureren en balsemen van overledenen, het verpakken volgens de internationale luchtvaarteisen en het organiseren van de juiste vorm van luchttransport. Bij de MH17-ramp werden de lichamen en stoffelijke resten in speciale folie verpakt en vervoerd.”

Je bent naar heel veel rampplekken afgereisd. Om maar een paar voorbeelden te noemen: het tsunamigebied in Thailand (2004) en de locatie bij Tripoli waar in 2010 de vliegramp van Afriqiyah Airways plaatsvond en waar 103 mensen, onder wie 70 Nederlanders, het leven lieten. Verder heb je een vermoorde zendeling uit Nigeria teruggehaald en dan heb je ook nog de lichamen van de slachtoffers van MH17-ramp verzorgt. Duizenden doden heb je langs zien komen.

Welke ramp heeft de meeste indruk op je gemaakt?

„Over het algemeen heb ik mijn gevoelens onder controle gehad, omdat ik me concentreerde op mijn werk en geprobeerd heb dat zo respectvol en goed mogelijk te doen. De overdracht van de slachtoffers van de MH17 aan de nabestaanden heeft me wel enorm geraakt. Ik zag daar mensen met hun verdriet, vragen en woede. Voor sommigen zat er een lange tijd tussen de ramp en het moment van overdracht en afscheid. De kisten stonden achter een gesloten gordijn. Eerst deden wij verslag van het identificatieproces, waarbij met 100 procent zekerheid was vastgesteld dat om hun familie ging. Toen wij het gordijn openden en de uitvaartkisten zichtbaar werden, was dat een emotioneel en ingrijpend moment.”

Herinnering aan de tsunami in Thailand. beeld VidiPhoto

Niet alle lichamen van de MH17 werden in één keer geborgen; later werden er nog meer lichaamsdelen gevonden. Hoe vaak ben je op de rampplek geweest?

„Ik ben drie keer naar Charkov teruggekeerd. Daar arriveerden de slachtoffers per trein. Separatisten, brandweerlieden en lokale boeren hadden hen verzameld, verpakt en in treinwagens gelegd. Wij hebben de lichamen daar met grote zorg behandeld. Dat veroorzaakte nogal eens onbegrip bij Oekraïners. Zij gaan heel anders met hun doden om en vonden dat wij veel te zorgvuldig waren. Uiteindelijk is er toch een goede samenwerking gegroeid. Dat leidde ertoe dat ik uitgenodigd werd voor een bezoek aan hun gerechtelijk mortuarium. Voor onze begrippen liet de hygiëne en werkomgeving daar te wensen over.

De eerste keer vlogen we met een Herculestoestel richting Charkob met honderd uitvaartkisten aan boord. Onder begeleiding van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee hebben we onder zware bewaking in een leegstaande fabriekshal een noodmortuarium ingericht. De definitieve identificatie heeft in Nederland plaatsgevonden. De eerste sessie bestond vooral uit het repatriëren van de doden. Bij de tweede inzet hebben we vooral lichaamsresten verzameld en verpakt en met de derde vlucht haalden we persoonlijke eigendommen op.”

Je bent ook in Thailand geweest na de tsunami en in Libië. Hoe was dat?

„Die zeebeving in Azië in 2004 kostte 230.000 mensen het leven. In Thailand waren ongeveer 4000 doden te betreuren, onder wie verschillende Nederlanders. Om die reden waren we daar. Water en warmte tasten een lichaam enorm snel aan. Slachtoffers zijn daardoor lastig te herkennen. Een Thaise moeder kwam haar kind ophalen dat al in vergaande staat van ontbinding verkeerde, maar ze het drukte het lichaam dicht tegen zich aan. Dan knakt er wel iets in je. Tegelijkertijd besef je dan hoe belangrijk het is dat nabestaanden afscheid van hun overledene kunnen nemen .”

„In Tripoli ben ik ruim drie weken geweest. Gadaffi was toen nog aan de macht. De sfeer was beklemmend. We werden steeds in de gaten gehouden door veiligheidsagenten.”

Patch van het Rampen Identificatie Team. beeld VidiPhoto

In 2016 verkocht Heikoop zijn bedrijf Zorg Diensten Groep (ZDG) en startte hij de realisatie van Landgoed Leidsche Hoeven in Tricht met een dagactiviteitencentrum van Siloah Gehandicaptenzorg op het terrein. Op het landgoed bevindt zich verder de zogenoemde Bisschopskooi. Met de restauratie van die eendenkooi mag de landgoedeigenaar zich kooiker noemen. Hans is weer terug in de vrije natuur waarin hij opgroeide. De cirkel is rond.

 Hans Heikoop knot de wilgen van de Bisschopskooi op landgoed de Leidsche Hoeven in Trigt. De eendenkooi dateert van 1745, is in verval geraakt en nu in oude luister hersteld.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer