Wijs omgaan met woorden is kern van politieke handwerk
Politiek die niet meer gericht is op overtuigen met argumenten, maar alleen op verdachtmaking of gretige veroordeling van anderen, wordt een leeg spektakel.

Aan het begin van een debat in de Tweede Kamer krijgen we van de Kamervoorzitter het woord en zeggen we: „Voorzitter, dank voor het woord.” Aan het begin van het Evangelie van Johannes lezen we: „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Dat is Jezus. Ik dacht laatst dat je een gebed ook kunt beginnen met: „Dank voor het woord.” En dan danken we de eeuwige Voorzitter van de schepping voor het Woord in de persoon van zijn Zoon, Die ons zichzelf heeft geschonken.
Eeuwenlang was het zweren van een eed van trouw het onmisbaar geachte fundament van de maatschappelijke orde
Want wij beschikken over de gave van het woord, de rede, onze vrije wil en ons zelfbewustzijn omdat wij zijn geschapen naar het evenbeeld van God, iets van Zijn wezen in ons dragen. Daardoor zijn wij niet alleen onderdeel van de natuur, maar staan we ook deels erbuiten of erboven. We zijn niet alleen dingen, maar hebben ook een perspectief op de dingen. Met die vrije wil en rede kunnen we op een mysterieuze manier deelnemen aan het goddelijke. Sinds ik ben gedoopt, nu iets meer dan tien jaar geleden, blijft het mij steeds treffen als iets wonderbaarlijks dat wij ons met woorden letterlijk kunnen richten tot die Schepper van hemel en aarde, tot God. Je kunt God zelfs dingen beloven.
Eed van trouw
Prediker waarschuwt in hoofdstuk 5 voor gebazel, voor loze, lege woorden. Wat is daar mis mee? Hier gaat het er, denk ik, om dat je jezelf niet voor de gek moet houden. We moeten proberen de waarheid te spreken. Tegen anderen maar ook tegen onszelf. Bij een belofte aan jezelf, of aan God, gaat het erom dat je wat je hebt gezegd, wáármaakt. Eeuwenlang was dat –het zweren van een eed van trouw– het onmisbaar geachte fundament van de maatschappelijke orde. Zoals we ook nu nog zweren bij onze installatie in de Tweede Kamer: „Zo waarlijk helpe mij God almachtig.”
Als je eenmaal je belofte hebt gebroken, wordt het de volgende keer alleen maar moeilijker om woord te houden
Zo’n vast voornemen kan sterk maken, te midden van alle verleidingen. Maar zo’n belofte doen zonder het vaste voornemen om die waar te maken, verzwakt ons. Daar waarschuwt Prediker voor. Als je eenmaal je belofte hebt gebroken, wordt het de volgende keer alleen maar moeilijker om woord te houden. Het is een vorm van liegen tegen jezelf. Zoals Dostojevski schreef in ”De gebroeders Karamazov”: „Lieg vooral niet tegen jezelf. De man die tegen zichzelf liegt en naar zijn eigen leugen luistert, komt op een punt dat hij de waarheid in zichzelf of om hem heen niet meer kan onderscheiden, en verliest zo alle respect voor zichzelf en voor anderen.”
En in de politiek?
Het woord parlement komt van het Franse ”parler”: praten. Wijs omgaan met woorden is dan ook de kern van het politieke handwerk. Want met het woord proberen wij orde te scheppen in de zee van ambtelijke stukken, met al onze principes en idealen, om een standpunt te formuleren en vervolgens uit te dragen.
Het is onze opdracht om woorden te zoeken die niet verhullen maar onthullen
Het ritueel van de democratie is een ritueel van de rede, met het woord bijna als een soort sacrament, dat alleen met grote zorgvuldigheid mag worden toegediend. Het is onze opdracht om woorden te zoeken die niet verhullen of verbloemen, maar blootleggen en onthullen. Woorden die geen mist opwerpen, maar argumenten geven, in de uitoefening van praktische wijsheid.
Woorden en macht
Natuurlijk communiceer je in de politiek niet alleen met de andere sprekers maar ook met de kijkers. De kans dat je in een debat de ideologische tegenstander overtuigt, is helaas nogal klein. Maar als je het idee dat je elkaar wilt overtuigen loslaat, wordt het hol. Als we ons in discussies niet meer op argumenten, maar op emoties, macht of autoriteit beroepen, zakken we weg. Politiek die niet meer gericht is op overtuigen met argumenten, maar alleen op verdachtmaking of gretige veroordeling van anderen, wordt een leeg spektakel. Want alleen met zoiets milds als een argument kun je blijven zoeken naar verzoening tussen die verschillende belangen en idealen.
Zonder God belanden we in het labyrint van ons eigen ego
Woorden kunnen ook anders worden gebruikt. Niet om te overtuigen, maar om de werkelijkheid te verdraaien. Postmoderne filosofen vertelden ons dat woorden niet verwijzen naar waarheid, maar alleen een uitdrukking zijn van machtsstructuren. Het gevolg is dat er strijd kan worden gevoerd over woorden om macht uit te oefenen over het denken: wie bepaalt welke woorden kunnen worden gebruikt, bepaalt wat kan worden gedacht. Dan gaat het er niet om dat we willen begrijpen hoe de dingen zijn, maar scheppen we een ”narratief.” We moeten ons daarom bewust zijn van pogingen om ons denken te bepalen. Bijvoorbeeld als er wordt gesproken over gijzelaars die zijn „gestorven”, terwijl ze zijn „vermoord”. Of in de beslissing om het woord „moeder” te vervangen door „ouder uit wie een kind is geboren”, zoals in een recent wetsvoorstel, dat gelukkig dankzij de oplettendheid van de SGP is rechtgezet.
Cultuurarbeid
Het is goed om daar iets tegenover te stellen, door stil te staan bij de oorsprong en het doel van het woord. Het doel van ons denken is waarheid. Niet alleen de eeuwige waarheid maar ook de veranderlijke, praktische, dagelijkse realiteit. Slordig woordgebruik leidt tot slordig denken, spreken en handelen. Zeker in deze tijd van verwarring en een kantelende wereldorde is er een voortdurende ”cultuurarbeid” nodig om de juiste woorden te kiezen, om goed te beschrijven en dus goed te begrijpen wat er eigenlijk allemaal gebeurt. Dat is aan politici en aan ons allemaal.
Alleen onder druk van een ontzaglijke transcendentie wordt onze persoonlijkheid compact en stevig genoeg om onderscheid te maken tussen de dingen zoals ze zijn en de dingen zoals we willen dat ze zijn. Zonder God belanden we in het labyrint van ons eigen ego. Prediker herinnert ons eraan.
Ik dank de Eeuwige, de Voorzitter van de schepping, voor het woord. Want, en dat zijn woorden die in mij zijn blijven nagalmen: „U heeft woorden van eeuwig leven” (Johannes 6:86).
De auteur is lid van de Tweede Kamer voor NSC. Hij hield op 18 maart tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag een toespraak over ”Wijs met woorden”, in het kader van het jaarthema ”Wijs met...” (Bijbelboek Prediker).