„Alle ballen op AI bedreigt welzijn werknemer”
Als kunstmatige intelligentie (AI) op de werkvloer alleen maar gaat over efficiëntie en niet over het werkplezier van werknemers, dreigen ze gedemotiveerd af te haken.

Daarvoor waarschuwen Petra Biemans en Jeany Slijper, lectoren menselijk kapitaal van de Hogeschool Inholland.
Uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag publiceerde, blijkt dat steeds meer bedrijven AI inzetten. De aandacht rond de inzet van AI op de werkvloer gaat vooral naar vaardigheden, arbeidsplaatsen en productiviteit. Een cruciale vraag blijft volgens het duo onderbelicht: wat betekent dit voor de mensen die het aangaat?
Werknemers ontlenen een deel van hun identiteit aan hun werk. Als de inhoud van hun baan onder invloed van AI verandert, raken ze mogelijk gedemotiveerd en kunnen ze afhaken, stellen de twee lectoren. Met alle gevolgen van dien, zoals nog grotere personeelstekorten. Daarnaast verandert AI niet alleen beroepen, maar ook wie we als mens zijn.

Biemans waarschuwt dat het van groot belang is rekening te houden met wat werknemers drijft en waarvoor ze ’s morgens uit bed komen. „We hebben bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar hoe de rol en functie van wooncoach is veranderd. Voorheen lag de nadruk op het iets doen voor de cliënten, zoals een boterhammetje voor ze smeren. Tegenwoordig moet hij of zij er vooral voor zorgen dat de cliënt dingen zelf doet, hooguit met behulp van wat coaching. Een werknemer met een groot zorghart haalt meer voldoening uit de oude dan uit de nieuwe situatie.”
Studiekeuze
Daarom is het belangrijk, vult Slijper aan, dat studenten de juiste informatie krijgen over bepaalde beroepen waarop ze hun studiekeuze baseren. „Je wilt voorkomen dat studenten, als ze eenmaal aan het werk gaan, teleurgesteld afhaken, omdat hun verwachtingen van een baan niet overeenkomen met de praktijk. Ik ken een student sociaal-juridische hulpverlening die iets wilde gaan doen in de schuldhulpverlening omdat hij houdt van intermenselijk contact. De praktijk is echter dat steeds meer hulpverlening via het beeldscherm plaatsvindt en het daadwerkelijk ontmoeten van cliënten naar de achtergrond is verdwenen. Het werkgeluk en welzijn van zo’n werknemer staat daardoor op de tocht.”
Maar iedereen weet toch wel wat het werk van een accountant, een verpleegkundige of een politieagent inhoudt? „Toch niet”, weet Slijper. „Er gaapt een kloof tussen veronderstellingen die de samenleving heeft over wat beroepen inhouden en de werkelijkheid. Een baan in welke sector dan ook is onderhevig aan veranderingen door technologische ontwikkelingen zoals digitalisering en AI, toenemende complexiteit en regelgeving.

Voorheen draaide het werk van de accountant vooral om cijfers en jaarrekeningen. Tegenwoordig zijn sociale vaardigheden en het vertrouwen winnen van een klant ook taken die bepalend zijn voor de waarde die iemand hecht aan zijn baan en de drijfveren om dat werk te doen. Een verpleegkundige heeft niet alleen de zorg voor patiënten, maar moet ook communiceren met collega’s, familieleden, artsen en professionals uit soms andere disciplines. Een politieagent moet niet alleen de wet handhaven, maar heeft ook te maken met burgers die steeds mondiger zijn.”
Om jongeren een realistisch beeld te geven van een beroep, zouden bedrijven nog veel meer moeten samenwerken met het onderwijs, stelt Biemans. „Een zogeheten hybride docent kan een belangrijke rol vervullen. Dat is iemand die jongeren vanuit de praktijk dingen kan bijbrengen en die tegelijk bijdraagt aan de oplossing van het docententekort.”