Cultuur & boekenTaal

In de bonen vanwege gemaalde bonen

Graag richt ik een woord van dank aan alle lezers die me er met grote mildheid op wezen dat bonen die gemalen zijn geen ”gemaalde bonen” zijn –zoals abusievelijk in de vorige taalbijdrage stond– maar ”gemalen bonen”. Ik heb er een tijdje over zitten malen hoe ik dát toch over het hoofd heb kunnen zien. Laten we het erop houden dat ik gewoon in de bonen was.

15 February 2025 09:56Leestijd 3 minuten
beeld RD, foto Carel Schutte
beeld RD, foto Carel Schutte

Vreemde uitdrukking is dat trouwens: in de bonen zijn. Het betekent volgens de Dikke Van Dale: in de war zijn, zich ver­gis­sen, ver­ward den­ken of han­de­len.

Wat hebben bonen te maken met ons brein? Volgens het Genootschap Onze Taal is het gezegde vrucht van een oud bijgeloof. „Vroeger geloofde men namelijk dat de zware geur van bloeiende tuinbonen (ook wel roomse of grote bonen genoemd) een hallucinerende werking had.” De bonen zouden er dus voor zorgen dat je het spoor bijster kon zijn.

De bekende taalkundige Frederik August Stoett (1863-1936) schrijft in zijn boek ”Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden” ook over het gezegde. Hij stelt: „Wie op of nabij een bloeiend boonenveld zich te slapen legt of te lang vertoeft wordt daardoor bevangen en duizelig en verward in het hoofd, of raakt, naar het oude volksgeloof, geheel aan ’t malen.” Aha, daar heb je dat ”malen” weer!

Er zijn volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal overigens nog meer uitdrukkingen die vrucht zijn van het bloeiendebonenbijgeloof. Zoals: Als de bonen bloeien, de zotten groeien. Of: Hij heeft de bonen in het hoofd. Of: Loop in de bonen! Dat zoveel betekent als: Ga toch fietsen!

Bonen zijn sowieso geliefd in spreekwoorden en uitdrukkingen. Bekend zijn: hon­ger maakt rau­we bo­nen zoet, voor spek en bo­nen mee­doen, hij moet zijn ei­gen bo­nen maar dop­pen, een hei­lig boon­tje, boon­tje komt om zijn loon­tje (in België beter bekend als: loon­tje komt om zijn boon­tje).

Minder bekend zijn: bo­nen kno­pen (een werk doen dat niet vor­dert), dat is een boon in een brouw­ke­tel (het maakt niets uit, gaat ver­lo­ren in de gro­te hoop), ik ben een boon als het waar is (ik geloof er niets van), zijn hart is geen boon­tje groot (hij is zeer bang).

Terugkomend op de fout van vorige keer: het voltooid deelwoord ”gemaald” bestaat wel, maar heeft de betekenis: gepeinsd, gepiekerd, getobd. Of de verouderde betekenis: in woorden, kleuren of lijnen getekend, geschilderd, beschreven. Gemaalde bonen bestaan dus wel, maar alleen op papier, niet in een koffiezetapparaat.

Redacteur Chris Klaasse bespreekt een taalkwestie. Reageren? chris@rd.nl

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer