In de bonen vanwege gemaalde bonen
Graag richt ik een woord van dank aan alle lezers die me er met grote mildheid op wezen dat bonen die gemalen zijn geen ”gemaalde bonen” zijn –zoals abusievelijk in de vorige taalbijdrage stond– maar ”gemalen bonen”. Ik heb er een tijdje over zitten malen hoe ik dát toch over het hoofd heb kunnen zien. Laten we het erop houden dat ik gewoon in de bonen was.

Vreemde uitdrukking is dat trouwens: in de bonen zijn. Het betekent volgens de Dikke Van Dale: in de war zijn, zich vergissen, verward denken of handelen.
Wat hebben bonen te maken met ons brein? Volgens het Genootschap Onze Taal is het gezegde vrucht van een oud bijgeloof. „Vroeger geloofde men namelijk dat de zware geur van bloeiende tuinbonen (ook wel roomse of grote bonen genoemd) een hallucinerende werking had.” De bonen zouden er dus voor zorgen dat je het spoor bijster kon zijn.
De bekende taalkundige Frederik August Stoett (1863-1936) schrijft in zijn boek ”Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden” ook over het gezegde. Hij stelt: „Wie op of nabij een bloeiend boonenveld zich te slapen legt of te lang vertoeft wordt daardoor bevangen en duizelig en verward in het hoofd, of raakt, naar het oude volksgeloof, geheel aan ’t malen.” Aha, daar heb je dat ”malen” weer!
Er zijn volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal overigens nog meer uitdrukkingen die vrucht zijn van het bloeiendebonenbijgeloof. Zoals: Als de bonen bloeien, de zotten groeien. Of: Hij heeft de bonen in het hoofd. Of: Loop in de bonen! Dat zoveel betekent als: Ga toch fietsen!
Bonen zijn sowieso geliefd in spreekwoorden en uitdrukkingen. Bekend zijn: honger maakt rauwe bonen zoet, voor spek en bonen meedoen, hij moet zijn eigen bonen maar doppen, een heilig boontje, boontje komt om zijn loontje (in België beter bekend als: loontje komt om zijn boontje).
Minder bekend zijn: bonen knopen (een werk doen dat niet vordert), dat is een boon in een brouwketel (het maakt niets uit, gaat verloren in de grote hoop), ik ben een boon als het waar is (ik geloof er niets van), zijn hart is geen boontje groot (hij is zeer bang).
Terugkomend op de fout van vorige keer: het voltooid deelwoord ”gemaald” bestaat wel, maar heeft de betekenis: gepeinsd, gepiekerd, getobd. Of de verouderde betekenis: in woorden, kleuren of lijnen getekend, geschilderd, beschreven. Gemaalde bonen bestaan dus wel, maar alleen op papier, niet in een koffiezetapparaat.
Redacteur Chris Klaasse bespreekt een taalkwestie. Reageren? chris@rd.nl