Meer onderzoek nodig naar bestrijdingsmiddelen nabij natuurgebied
De gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt dicht bij beschermde natuurgebieden moeten van de Raad van State beter worden onderzocht. Op basis van wat daar nu over bekend is „kan niet uitgesloten worden dat deze middelen negatieve gevolgen hebben”, oordeelt de hoogste bestuursrechter. Zolang nader onderzoek ontbreekt, is een natuurvergunning aanvragen in dit soort gevallen verplicht.
De uitspraak gaat over een Drentse lelieteler die in de buurt van Natura 2000-gebied Holtingerveld actief is. Milieudefensie had de zaak aangespannen tegen de provincie, omdat de organisatie meent dat de gewasbeschermingsmiddelen die voor de lelieteelt worden gebruikt de natuur aantasten. De provincie wilde daar echter geen actie tegen ondernemen. Nadat de rechtbank de milieuorganisatie gelijk had gegeven, gaf de provincie de teler een waarschuwing. In die aanpak kan de Raad van State zich vinden. Milieudefensie vond een waarschuwing juist niet ver genoeg gaan.
Het Drentse provinciebestuur ging ervan uit dat een afstand van 250 meter tot de randen van het natuurgebied voldoende zou zijn om negatieve gevolgen uit te sluiten. De Raad van State ziet daar echter geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Dat de middelen die lelietelers gebruiken zijn goedgekeurd door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), maakt het oordeel niet anders.
Over het gebruik van bestrijdingsmiddelen door lelietelers zijn twee andere rechtszaken gevoerd. De rechtbank was het ook in die zaken eens met de stelling dat een vergunning nodig is als de teelt in de buurt van beschermde natuur plaatsvindt.