Hoe een orgel uit Almelo op de Azoren belandt
Wat gebeurt er met orgels van kerken die hun deuren sluiten? De meeste krijgen een nieuw leven over de grens, zoals het instrument van de Pniëlkerk in Almelo. Een organist op de Portugese Azoren zal straks de toetsen dit orgel beroeren.

De lege kas van het rugwerk staat al in de hal van de van oorsprong gereformeerde Pniëlkerk in Almelo, evenals het pedaal en de orgelbank. Op de vloer liggen mahoniehouten panelen van de orgelkas en houten orgelpijpen. Niet ver van een gevelsteen met de tekst: ”Pniëlkerk in het jaar onzes Heren 1964”. Binnenkort wordt het orgel weer opgebouwd op de Azoren, een eilandengroep in de Atlantische Oceaan.
In de kerkruimte leggen twee mannen orgelpijpen in kartonnen dozen. Op de orgelgalerij zijn twee andere werknemers van J.L. van den Heuvel Orgelbouw bezig. Ze verwijderen frontpijpen uit het zestien stemmen tellende orgel, dat Willem van Leeuwen in 1965 bouwde voor de Pniëlkerk. Daarna gaan ze verder met het ontmantelen van de orgelkas. Regelmatig pakt Martijn van der Horst zijn mobieltje om onderdelen van het instrument te fotograferen. Een rol schilderstape en een zwarte stift liggen binnen handbereik. Op elk onderdeel schrijft de orgelbouwer wat het is en waar het thuishoort, ”Beschermlat HW 2e lade”, ”HW Prestant 8 C#, place pipes first before pedal pipes C”. Ook zakjes met schroeven worden voorzien van een stuk tape met een opschrift als ”Plateau console” of ”HW front”.
Op een blaasbalg ligt een tegel, gewikkeld in een vergeelde krant. Na het verwijderen van de stoflaag wordt de datum zichtbaar: 30 augustus 1965. Bij het weghalen van een fors deel van de orgelkas is het alle hens aan dek. „We moeten voorkomen dat het geheel kantelt en valt”, legt Van der Horst uit. Hij coördineert de demontage.
Veel verdriet
In en rond de kerk zijn senioren bezig onderdelen van het gebouw te ontmantelen. Jan Keizer (73) is een van hen. „Morgenavond worden er hekken om de kerk gezet en mogen we er niet meer in. Ik heb hier zestig jaar gekerkt.” Op zondag 22 december nam de gemeente met een middagvesper afscheid van het gebouw. Daarna werd de vlag van de Protestantse Kerk in Nederland gestreken.
In de kerkruimte slijpt een man de voorkant van de marmeren tafel op het podium af. Daarop staat de Bijbeltekst ”Ik laat u niet gaan, tenzij Gij mij zegent”. „Die tekst krijgt een plek boven de deur in de Grote Kerk”, zegt Erik Timmer. Hij is nauw betrokken bij het proces rond het samengaan van vier PKN-gemeenten in Almelo. Drie gemeenten verhuizen naar de Grote Kerk en hun kerken gaan dicht. Dat veroorzaakt veel verdriet. Ook bij leden van de Pniëlkerk, merkt Timmer. „Sommigen verkochten theelepeltjes om de bouw van deze kerk mogelijk te maken. Ze trouwden hier, hielden hun kinderen ten doop en maakten hier de rouwdienst van hun ouders mee. Straks staan er woningen op deze plek.”
De mannen van Van den Heuvel kampen niet met dergelijke weemoedige gevoelens. Toch had René Strohmeijer, de nestor van het gezelschap, niet kunnen denken dat hij met enige regelmaat orgels zou demonteren. „Toen ik in 1979 bij Van den Heuvel in dienst kwam, werden er volop nieuwe orgels gebouwd. Het kon niet op in die tijd.”
Het Van Leeuwenorgel krimpt deze dinsdagochtend zienderogen. Het ene na het andere kasdeel wordt op de lift gelegd, die het materiaal vanaf de orgelgalerij tot op de kerkvloer laat zakken. Als het tijd is voor de lunch strijken de orgelmakers in de keuken neer. Op een kerkbank, omdat Timmer bijna alle stoelen heeft verkocht. Timmer: „Elke euro is meegenomen. Voor het orgel waren diverse gegadigden, onder andere uit Polen. Maar zij boden te weinig. Uiteindelijk wilde een Portugese orgelbouwer 20.000 euro geven. Best weinig voor een instrument dat voor 450.000 euro was verzekerd.”
Container
De verkoop van het orgel kwam tot stand na tussenkomst van Peter van den Heuvel, die samen met zijn broer Jan leidinggeeft aan J.L. van den Heuvel Orgelbouw. Deze firma is een van de orgelbouwers die zich bezighouden met herplaatsing van gebruikte pijporgels. Naar eigen zeggen is het bedrijf een van de marktleiders in Nederland op dit gebied. Via bemiddeling van Van den Heuvel kregen de afgelopen jaren meer dan vijftig gebruikte orgels een nieuwe plek in kerken, conservatoria, muziekscholen en bij particulieren. De orgelmaker beschikt over een internationaal netwerk van kerken, orgeladviseurs, orgelbouwers en organisten. Sinds vorig jaar is Van den Heuvel partner van Reliplan, een landelijk platform voor de aankoop van kerken en verkoop van kerkgebouwen, kloosters en maatschappelijk vastgoed in Nederland.
Een orgelmaker bouwt liever orgels dan dat hij ze afbreekt, beaamt Van den Heuvel in het kantoor in Dordrecht. „Maar de realiteit is dat er in Nederland vrijwel geen nieuwe kerkorgels meer worden gebouwd. Ik wil kerken die hun deuren sluiten en niet weten wat ze met het orgel moeten niet in de kou laten staan. In 2018 werd ik gebeld door de gemeente Amsterdam over een fraai orgel van Blank met zeventien stemmen in de kleine aula van begraafplaats Westgaarde. Die aula werd gerenoveerd en voor het orgel was daarna geen plek meer. Dat „ding” werd toch nauwelijks meer gebruikt, volgens de ambtenaar. Over tien dagen zou de aannemer beginnen en ik moest het orgel voor die tijd weghalen. Maar op zo’n korte termijn kon ik geen mensen vrijmaken. Toen de ambtenaar liet weten dat het instrument dan in de container zou belanden, heb ik alles op alles gezet. Zoiets is toch verschrikkelijk? Dat wil je als orgelbouwer niet laten gebeuren.”
Bemiddelaar
Na de demontage van het Amsterdamse instrument ging de Dordtse orgelbouwer zich serieus verdiepen in wat er bij de herbestemming van gebruikte orgels komt kijken. „Er is met name vanuit het buitenland veel vraag naar deze instrumenten. Niet alleen vanuit landen als Polen, Roemenië en Hongarije, maar ook in Spanje, Portugal, Frankrijk, België, Duitsland en zelfs in China bestaat er interesse. Kerken in die landen kunnen geen nieuw orgel bekostigen en zijn dolblij met een goed tweedehandsinstrument.”

De orgelbouwer stelt desgevraagd een rapport op van een orgel dat in de verkoop gaat. Dit bestaat uit tekst en foto’s. Daarin vermeldt Van den Heuvel technische feiten, de staat van het instrument en somt hij plus- en minpunten en eventuele gebreken op. „Soms zit er ergens schimmel, zijn contacten geoxideerd, moet het leer van blaasbalgen worden vervangen of zijn pijpvoeten –het onderste deel van de pijpen– ingezakt. Dat is allemaal prima te herstellen, maar als restauratie of ombouw nodig is, worden de kosten te hoog voor een buitenlandse koper.”
Desgewenst krijgt een belangstellende geluidsfragmenten van een orgel toegestuurd. „Ik gebruik opnames van kerkdiensten of van plaatselijke organisten. Regelmatig komen potentiële kopers naar Nederland om orgels in de kerk te beluisteren. Dat geeft hun natuurlijk de beste indruk.”
In de helft van de gevallen gaat Van den Heuvel zelf de boer op om een orgel te slijten. Bij de andere 50 procent kloppen potentiële kopers zelf bij de orgelmaker aan. „Een tevreden klant zorg voor mond-tot-mondreclame.” De grote vraag betekent niet dat elk orgel binnen de kortste keren van eigenaar verwisselt. Soms staat een instrument langere tijd in de etalage en moet Van den Heuvel er hard aan trekken om een gegadigde te vinden. Maar dat deert hem niet. „Het belangrijkste is dat een instrument goed past op de nieuwe plek, zodat de koper er blij mee is. Als dit naar mijn inschatting niet het geval is, geef ik een negatief advies. Dan kunnen mensen beter op zoek gaan naar een geschikter orgel.”
Vandaag de dag worden in Nederland met grote regelmaat kerken gesloten of aangepast aan een nieuwe bestemming, waarna het pijporgel het veld moet ruimen. „Er zijn geen organisten meer” of „We gebruiken het pijporgel niet meer. Daarom kopen we een elektronisch orgel, want daar hebben we minder onderhoud aan”, hoort Van den Heuvel regelmatig. „Anderen aarzelen om het orgel weg te doen en overwegen om het op te lappen, zodat het weer tien jaar meekan. Als ik hun vertel dat restauratie de beste optie is, omdat het instrument dan veel langer in goede staat blijft, krijg ik weinig bijval. Veel kerken hebben weinig vertrouwen in de toekomst en vragen zich af of ze over vijftien jaar nog bestaan. Zorgwekkend. Na een rondgang langs diverse kerken om er orgels te keuren, kom ik geregeld gedeprimeerd thuis.”
Storingen
„Trek tijdig aan de bel als je een orgel van de hand wilt doen”, adviseert de orgelbouwer. „Dan is er voldoende tijd om een nieuwe bestemming te zoeken. In principe nemen wij zelf geen orgels in, want daarvoor ontbreekt de ruimte.”
Soms krijgt een kerk die een orgel wil verkopen nul op het rekest bij Van den Heuvel. Vaak betreft het dan een elektropneumatisch orgel. Deze techniek is in de 20e eeuw enkele decennia toegepast. Daarbij bedienen elektromagneten de kleppen in de windladen waarop de orgelpijpen staan. De kans op storingen is bij dit type instrumenten veel groter dan bij mechanische orgels, waarbij de kleppen mechanisch worden bediend. „Ik ga niet eens kijken bij een elektropneumatisch orgel, want elektromagneten en elektrische contacten hebben een levensduur van zo’n veertig jaar. Zodra je aan de bekabeling zit, krijg je storingen. En het vergt een veel te grote investering om dit te herstellen. Een elektropneumatisch orgel zal dus vaak wel in de container belanden.”
Voor mechanische orgels komt Van den Heuvel wel in de benen. „Mechanische orgels uit Nederland staan in het buitenland hoog aangeschreven. De meeste instrumenten die ik moet beoordelen zijn gebouwd in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw. Het zijn overwegend orgels met een heldere, slanke en soms scherpe klank. Omdat veel buitenlandse kerken groter zijn dan de Nederlandse en over een betere akoestiek beschikken, kan een prikkerig orgel in de nieuwe situatie weldadig klinken.”

Zijn er regels rond orgels waarmee Van den Heuvel rekening moet houden? „Een kerk is eigenaar van het kerkinterieur en dus ook van het orgel. Dat instrument kan zonder problemen verkocht worden als het geen monumentenstatus heeft”, legt de orgelbouwer uit. „Daarbij treed ik enkel op als adviseur. Een koper doet uiteindelijk zaken met mijn opdrachtgever. De opdrachtgever beslist over de hoogte van de prijs. Als men het eens wordt, stel ik het koopcontract op.”
In 10 procent van de gevallen plaatst Van den Heuvel zelf een gebruikt orgel over. Meestal gebeurt dit door een orgelmaker uit het land van bestemming. „Dat kost de koper het minst vanwege lagere lonen in een land als Polen.” Rijk wordt Van den Heuvel naar eigen zeggen niet van de bemiddelingsklussen. „Ik ben tevreden als ik uit de onkosten kom. Het schenkt mij veel voldoening wanneer er een passende bestemming voor een gebruikt orgel wordt gevonden en kopers tevreden zijn. Hoe mooi is het als gemeenteleden die jaren bij hun orgel zongen, weten dat het elders in de wereld weer naar tevredenheid dienstdoet.”