beeld RD
Kerk & religieSerie onderzoek leespreek

RD onderzocht 118.000 leespreken: over oudvaders, begrip door kinderen en 4000 preken over Lukas 2

”Oude schrijvers” klinken minder vaak in leesdiensten, maar niet overal. En Lukas is het meest gekozen Bijbelboek in leespreken. Dat blijkt uit een RD-onderzoek, dat ook gaat over het beleid van kerkenraden en de waardering door luisteraars.

5 April 2025 08:02Leestijd 19 minuten


1. Hoe vaak komt leesdienst voor?

De enquêtevraag ”Hoe vaak is er leesdienst in uw gemeente?” levert geen verrassingen op, maar geeft wel belangrijke informatie. In de meeste PKN-gemeenten wordt nooit een preek gelezen, zeggen RD-lezers uit deze kerk. In de HHK en CGK komt leesdienst wel voor, maar dan vooral bij hoge uitzondering.

De echte ”leespreekkerken” zijn die met een predikantentekort: lezers uit de OGGiN en, in iets mindere mate, uit de GGiN hebben vrijwel altijd leesdienst in hun gemeente. In de GG is er in ruim de helft van de gemeenten maandelijks in één of twee kerkdiensten leesdienst. In veel gevallen zal dit gaan om gemeenten met een predikant (ruim een derde van de gg’s), die eens per maand een zogenoemde vrije zondag hebben. Gemiddeld wordt er in de GG in zo’n twee tot vier kerkdiensten per maand een preek gelezen.

Een aantal gemeenten belegt zondags drie diensten. Dat is bijvoorbeeld zo bij een op de zes respondenten uit de GG en bij een tiende van de GGiN’ers. Het aantal leesdiensten ligt in deze gemeenten een stuk hoger.

Over de kerken waar leesdienst zelden voorkomt, zal in de rest van dit artikel weinig te lezen zijn. Inhoudelijk wijkt het beeld voor deze kerken ook weinig af. Wel lijkt men in de CGK meer voorkeur te hebben voor schrijvers uit het eigen kerkverband dan in de HHK, waar het aandeel oude schrijvers ongeveer gelijk is aan het aandeel vanuit de hervormde traditie. In de CGK wordt de prekenserie ”Uit de Levensbron” veel gebruikt.



2. Oude en hedendaagse schrijvers

Afgescheiden kerken stonden vanouds bekend om hun voorkeur voor ”oude schrijvers”, de zogeheten oudvaders –predikanten of oefenaars uit de tijd van de Nadere Reformatie, tot ongeveer 1800– en puriteinen, auteurs uit dezelfde tijdsperiode, maar dan uit de Engelstalige wereld.

Dat lijkt echter vooral nog te gelden voor de OGGiN, waar het regelmatig lezen van oudvaders ook een officiële richtlijn is. Dit kerkverband geeft jaarlijks nog een aantal preken van Hollandse oudvaders uit in de serie ”Geschonken geschriften”.

Om de onderzoeksresultaten te preciseren, zijn deze uitgesplitst per kerkverband (GG, OGGiN en GGiN) en gebundeld in twee groepen van vijf jaar. In alle kerkverbanden is de meest recente groep genomen uit 2019-2023 (de meeste aangeleverde preekoverzichten lopen tot en met 2023). Voor de GG en de GGiN bleek het mogelijk een vergelijking te maken met precies dertig jaar eerder (1989-1993). Vanuit de OGGiN zijn er voor die jaren te weinig preken aangeleverd. Daarom is de vergelijking binnen dit kerkverband gemaakt met 1999-2003.

Made with Flourish

Uit de vergelijking blijkt dat het lezen van oudvaders en puriteinen zowel in de GG, waar het al niet veel voorkwam, als in de GGiN de laatste decennia (sterk) is afgenomen. De omslag lijkt vooral tussen 2000 en 2010 te hebben plaatsgevonden. Daarbij hebben vooral preeklezers in de GG al lang een sterke voorkeur voor predikanten die kort geleden zijn overleden of nog dienen.

Dit beeld wordt bevestigd in de afgenomen enquêtes. Driekwart van de RD-lezers en kerkenraadsleden die leesdienst meemaken, hoort af en toe of nooit een oudvader. Een op de zeven lezers en kerkenraden zegt dat er geregeld, heel vaak of altijd een auteur uit de puriteinse traditie wordt gelezen. En vijf op de zes lezers horen geregeld tot vaak een preek uit het eigen kerkverband, hetzij van een overleden, hetzij van een nog in leven zijnde auteur.

Een derde van de GG-kerkenraden en de helft van de GGiN-kerkenraden geven aan dat er tegenwoordig minder oudvaders en puriteinen worden gelezen. Van de negentien OGGiN-scriba’s die de enquête invulden zeggen er vier dat er tegenwoordig minder oudvaders worden gelezen in hun gemeente, maar evenveel geven aan dat er juist meer oude schrijvers klinken.

Zo’n honderd lezers, van alle leeftijden, merken op dat het een verlies is als oude schrijvers minder klinken. Hun toon en inhoud kunnen anders zijn dan die van hedendaagse leespreken, zeggen ze. Een lezer ervaart daartussen „een groot verschil [in] de geestelijke leiding. Vroeger was er volgens mij meer het besef dat je als prediker tijdens de preek de verzoening bedient.”

Oudvaders te moeilijk? Dat mag geen excuus zijn, vindt een vader: „De hedendaagse jeugd, maar vooral de ouders vervreemden in hoog tempo van het oud-Nederlands. Moeten ambtsdragers hierin meegaan door dan maar minder oudvaders te lezen?”

Anderzijds klinkt in de enquête óók verschillende keren het geluid dat, met name voor kinderen, hedendaagse preken juist wenselijk zijn. „Bij ons worden geen oudvaders gelezen, wat ik voor de jeugd een goede zaak vind.”


3. Categorieën: over wie gaat het?

De 118.000 gelezen preken zijn afkomstig van ruim 650 auteurs. Voor het overzicht zijn die onderverdeeld in periodecategorieën (zie tabel 7). Voor het bepalen van de categorie waartoe een predikant behoort (bijvoorbeeld voor of na 1953), is uitgegaan van zijn sterfjaar.

Met Hollandse oudvaders worden predikanten bedoeld uit Nederland en Duitsland die vóór 1800 zijn overleden. Bernardus Smijtegelt, Abraham Hellenbroek en Theodorus van der Groe zijn het meest gelezen binnen deze categorie, gevolgd door de Duitse predikant David Bruinings.

Puriteinen zijn voorgangers uit Engeland, Schotland en Amerika tot 1800. Meest gelezen zijn Thomas Boston, John Flavel, Andrew Gray en de broers Erskine. Jonathan Edwards is de meestgelezen Amerikaanse puritein.

19e-eeuwse auteurs vallen niet onder de noemer oudvader of puritein, maar maakten ook geen deel uit van nu bestaande kerkverbanden. De meest voorgelezen auteurs binnen deze categorie zijn oefenaar Wulfert Floor, de hervormde dominee A.P.A. du Cloux, de Engelse Strict Baptistpredikant J.C. Philpot, de afgescheiden kruispredikanten C. van den Oever en E. Fransen, de Elberfelder prediker H.F. Kohlbrugge, de Schotse prediker R.M. McCheyne en de Engelse bisschop J.C. Ryle.

Auteurs na 1900 zijn het beste onder te verdelen per kerkverband. Van de GG van vóór 1953 zijn ds. G. van Reenen en ds. G.H. Kersten het meest gelezen, van voorgangers die na 1953 (nog) in de GG dienden zijn ds. W.C. Lamain en ds. J. van Haaren dat. Onder GGiN-predikanten zijn ds. F. Mallan en ds. J. Pannekoek veelgelezen namen en onder OGGiN-voorgangers ds. C. Smits en ds. D. Monster.

Vanuit vrije gemeenten zijn oefenaar Willem van Leeuwen en ds. G. van den Breevaart veelgekozen namen. Ook van de hervormde ds. P. Zandt en ds. E. van Meer en de christelijke gereformeerde ds. F. Bakker zijn regelmatig preken gelezen. Soms luisteren kerkgangers naar een preek van een Engelse of Schotse voorganger uit de twintigste eeuw, zoals ds. J.H. Gosden, Arthur W. Pink of ds. Donald MacFarlane.

Overig: Incidenteel wordt gekozen voor een preek van Johannes Calvijn of (minder vaak) Maarten Luther. Vier keer is er een preek gelezen van kerkvader Aurelius Augustinus.

Kerkgangers uit de (O)GGiN zullen veel van de genoemde namen herkennen. In de GG kan dat anders liggen, omdat voorlezers daar, meer dan elders, de voorkeur geven aan hedendaagse preekauteurs. (Het RD heeft er echter uit terughoudendheid voor gekozen in dit onderzoek alleen namen van overleden predikanten te noemen.) Namen als ds. Van Reenen en ds. A. Hoogerland zijn op hun retour.

Uit de database rijst overigens het vermoeden dat de invloed van prekenseries als ”Overjarig koren” en websites zoals prekenweb.nl op de preekkeuze groot is.



4. Beleid kerkenraden

Kerkenraden is gevraagd naar het beleid ten aanzien van leespreken. Zo blijkt uit de enquête dat in twee op de drie gemeenten die deze invulden en weleens leesdienst hebben, het de gewoonte is dat alle ouderlingen om beurten een preek lezen. In een op de vijf gemeenten lezen niet alle ouderlingen. In de andere gemeenten lezen (ook) diakenen. Vooral in de OGGiN speelt dit laatste.

Wat betreft de keuze van te lezen preken is er ook het een en ander vastgelegd. Zo worden in alle oggiN’s alleen preken gelezen van voorgangers die niet meer in leven zijn. Ook vijf gemeenten in de GG en één in de GGiN zeggen deze gewoonte te hebben.

Alleen de tamelijk volledige website prekenregister.nl telt al ruim 40.000 leespreken in zijn database. Er is dus keus genoeg. Toch kan een gevonden preek lichte aanpassing vereisen. Tenminste, als dat mag. In twee op de vijf gemeenten heeft de voorlezer hier de vrije hand in.

Een op de tien kerkenraden zegt dat hierover wel afspraken zijn gemaakt. De helft van de kerkenraden zegt dat er informele gebruiken zijn. Waar die over gaan? Over het aanpassen van de liturgie bijvoorbeeld (dat mag in drie van de vijf kerkenraden waar afspraken of gebruiken gelden), of het aanpassen van verouderde woorden: beperkt (driekwart van de gemeenten) of verdergaand (dat mag veel minder vaak).

Made with Flourish

Vijf op de zes kerkenraden geven aan dat de voorlezer helemaal vrij is in het kiezen van een hertaalde uitgave van oudvaders. Waar dat niet zo is, gaat het in enkele gemeenten om een strikte beperking, bijvoorbeeld: „Alleen [de series] Geschonken geschriften, Overjarig koren, de Eskol-reeks en Der vaderen erfenis.” Verder blijkt een gedeelde opinie in de kerkenraad soms als richtlijn te fungeren, bijvoorbeeld dat bepaalde uitgevers „eenzijdig” zijn.

Vijf van de zes lezers die de enquête invulden, zeggen na afloop van de kerkdienst te horen van wie de gelezen preek was. Een op de tien hoort die naam voorafgaand aan het lezen van de preek. Vier procent van de kerkgangers blijft daarover in het ongewisse.


5. Waardering en feedback van luisteraars

Bekend maakt bemind: uit de enquête blijkt dat hoe vertrouwder men is met leesdiensten in de eigen gemeente, hoe vaker men ook aangeeft die te waarderen. De meeste RD-lezers ervaren de leesdienst gemiddeld genomen als positief. Ouderen geven dit vaker aan dan jongeren, maar dertigers zijn weer iets positiever dan veertigers.

De positieve waardering sluit aan bij de antwoorden op de vraag of lezers achter de inhoud van de gehoorde leespreken staan: 70 procent van de lezers die leespreken horen is het daar helemaal mee eens, bijna een kwart gedeeltelijk. De helft van de lezers onderschrijft helemaal de stelling dat ze de leesstijl van voorlezers waarderen. Vier op de tien zijn het gedeeltelijk daarmee eens. Een op de tien (gedeeltelijk) niet.

Made with Flourish

De positieve waardering van leesdiensten heeft ook een dubbelheid, geven meerdere mensen aan. „Ik heb helaas nooit een eigen predikant mogen hebben”, schrijft een vrouwelijke zestiger in de enquête. „Maar de Heere wil ook onder de leesdiensten zegen geven!” „Leesdiensten zijn nooddiensten”, schrijft een ander, „maar leesdiensten moeten zeker niet worden afgeschreven als een ouderwets (genade)middel.”

Twee op de drie respondenten horen liever een predikant voorgaan dan een leesdienst. „Een predikant is niet door een gelezen preek te vervangen”, schrijft een man uit de GGiN, „ook niet als die preek actueel en goed gelezen is.” De overigen maakt het meestal niet uit welk soort dienst het is, terwijl een kleine groep (3 procent) liever leesdienst heeft dan een predikant.

Ook hier zijn weer duidelijke verschillen zichtbaar tussen kerken waar leesdiensten uitzondering zijn of juist niet. Zo hoort van de hersteld hervormde respondenten 84 procent liever een predikant dan een leespreek, terwijl dit onder de oud gereformeerden gaat om de helft.

Zo’n twee op de drie kerkenraden krijgen af en toe reacties vanuit de gemeente op de keuze van leespreken, terwijl dit in een op de vijf gemeenten nooit gebeurt. Het gaat zowel om positieve als om negatieve feedback, schrijven kerkenraden. Zo melden gemeenteleden dat ze onder een preek zegen ervoeren.

Kritische reacties gaan sporadisch over de inhoud, meestal over de begrijpelijkheid. Dat geldt zeker voor oudere preken, al wordt daar vaak de inhoud juist wel gewaardeerd. Een ambtsdrager uit de OGGiN vat deze dubbelheid goed samen als hij schrijft over de reacties van gemeenteleden: „Bij [preken] van recente datum horen we dat men er makkelijker naar kon luisteren, maar dat diepgang en toepassing als bij oudvaders gemist werd.”


6. Begrip van leespreken

Over het algemeen worden leespreken als begrijpelijk ervaren. Met een stelling in deze strekking is 63 procent het helemaal eens en is 30 procent het gedeeltelijk eens. Wel valt daarbij op dat hoe ouder de invuller van de enquête is, hoe vaker men de preken begrijpt.

Dat laatste blijkt ook uit de vraag gesteld aan ouders met thuiswonende kinderen, of die de leespreken begrijpen. Een op de drie respondenten geeft aan dat hun kinderen hier moeite mee hebben. Een op de tien is het helemaal oneens met de stelling dat kinderen de leesdiensten goed kunnen begrijpen. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet is gevraagd naar een verschil in ervaring tussen leesdiensten en preekdiensten. Het kan zijn dat kinderen met beide (bijna) evenveel moeite hebben.

Made with Flourish

Vaststaat dat begrip voor een aanzienlijk deel van de kinderen in de kerk wel als probleem wordt ervaren. „Ik vind het een hele zorg om met mijn kinderen onder de leesdiensten te zitten”, schrijft een moeder van in de veertig uit de OGGiN. „We volgen bijna niets van de preek, uitzonderingen daargelaten. De oudvaders zijn meer geschikt om rustig voor jezelf te lezen.”


7. De catechismuspreek

In het onderzoek naar ontvangen registers van gelezen preken zijn de verklaringen van de Heidelbergse Catechismus (HC) apart onderzocht. In veel gevallen worden catechismuspreken namelijk als complete serie van 52 gelezen, soms (vooral in de GGiN) zelfs letterlijk van januari tot december. In de ontvangen registers met gelezen preken van (O)GG(iN)-gemeenten waren in totaal 1046 series te vinden.

Als er een nieuwe catechismusverklaring verschijnt, wordt deze vaak meteen veel voorgelezen, met name in de GG en de GGiN. Blijkbaar zijn kerkenraden blij met nieuwe keuzemogelijkheden vanuit het eigen kerkverband.

Ook hier blijkt dat het aantal gelezen Hollandse oudvaders –van puriteinen zijn er vanzelfsprekend geen HC-verklaringen– in de GG en de GGiN afneemt door de jaren heen. In de OGGiN is dat, opnieuw, niet het geval.

De meestgelezen catechismusverklaring is die van Bernardus Smijtegelt (1665-1739). In de OGGiN is zelfs ruim een op de zes gelezen series van hem. Daar leest men verder graag van de afgescheiden ds. G.F. Gezelle Meerburg (1806-1855), de Bossche oudvader Johan Carel Palier (1729-1780) en de oud gereformeerde predikanten ds. C. Smits en ds. D. Monster.

De meestgelezen catechismusverklaringen in de GG zijn van de eigen predikanten ds. G. van Reenen, ds. J. van Haaren, ds. A. Hoogerland en ds. A. Moerkerken. Niet verrassend: de laatste jaren zijn vooral series van nog levende predikanten gewild.

In de GGiN is na Smijtegelt ds. Kersten een veelgekozen verklaarder. Daarna volgen ds. F. Mallan, ds. G. van Reenen en ds. M. van Beek.


8. Tekstkeuze

beeld RD

De database van aangeleverde preken maakte het mogelijk om ook onderzoek te doen naar de tekstgedeelten die behandeld werden. Bij 1 procent van de database is onbekend over welke tekst deze preken gingen. Van de rest gingen ruim drie op de vijf preken over een tekst uit het Nieuwe Testament. De resterende 38 procent betrof een tekst uit het Oude Testament.

Van de 66 Bijbelboeken is het vaakst een preek gelezen over een tekst uit Lukas: de database telde daarvan 15.275 gelezen preken, 13 procent. Daarna volgen twee andere evangeliën: Johannes en Mattheüs, beide met 11 procent. Evangelist Markus (2,4 procent) kwam beduidend minder aan bod.

De meest bepreekte oudtestamentische Bijbelboeken zijn Jesaja (6 procent van alle preken) en Genesis (3 procent). De Bijbelboeken waarover het minst vaak een preek is gelezen –slechts één of een paar handen vol– zijn 2 Johannes, Obadja en 3 Johannes.

Made with Flourish

Dat 38 procent van alle leespreken over de evangeliën gaat, heeft mede te maken met het kerkelijk jaar: tussen december en april gaan veel preken over de geboorte, het leven, de dood en de opstanding van Christus.

Een nauwkeurig onderzoek op hoofdstuk- of versniveau bleek om verschillende redenen niet haalbaar. Wel bleek uit een grove analyse dat over kersthoofdstuk Lukas 2 in totaal zeker 4000 keer een preek is gelezen (ruim 3 procent van alle leespreken; bijna een kwart hiervan betrof vers 7) en uit Handelingen 2 (Pinksteren) bijna 3000 keer, waarvan vaak vers 1-4. Andere veelgekozen hoofdstukken zijn die over het lijden en de opstanding van Christus uit de evangeliën. Johannes 21 springt er daarbij uit.

Gelezen adventspreken gingen vaak over Jesaja (7:14, 9:5, 11:1, 11:10) of Micha 5:1. Veelgekozen teksten los van het kerkelijk jaar zijn Lukas 12:32, Hebreeën 13:14 en Jesaja 45:22.

Ook over preken die vaak uit de kast werden gehaald, kan iets gezegd worden. De meest gelezen preek van ds. G. van Reenen gaat over Johannes 21:14 (zeker 200 keer; ook andere preken van hem rondom heilsfeiten behoren tot de meest gelezen preken), van ds. G.H. Kersten over Jesaja 11:1 (zeker 120 keer). Ook specifieke preken van Thomas Boston, over Lukas 12:40 (”Gij dan, zijt ook bereid”), ds. J. Pannekoek (Handelingen 2:42), ds. A. Makkenze (Johannes 21:1) en Bernardus Smijtegelt (Hebreeën 11:10) werden tientallen keren gelezen.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer