Woede-uitbarsting tijdens een etentje en… op een Bijbelkring
Het is alweer een aantal jaren terug dat ik een etentje had in een restaurant. Wat ik me ervan herinner is niet het menu, maar de woede-uitbarsting van mijn tafelgenoot. De ober was de klos.

Of hij niet had begrepen wat er was besteld, klonk het bits. Nu hadden we net daarvoor een geestelijk intiem gesprek, dus die uitval richting de ober viel ook mij rauw op het dak. „Waar hadden wij het ook alweer over?” klonk het even later. Ik was te beduusd om het me nog te herinneren.
Onlangs maakte ik een soortgelijk „incident” mee. Niet een etentje, maar een Bijbelkring was de context van een gesprek dat over van alles ging – zoals wel vaker op Bijbelkringen. Naastenliefde kwam ter sprake, leed in de wereld, de Gazastrook en de vele burgerdoden daar. En plots was daar die omslag in gemoedstoestand. Raakten de slachtoffers in Gaza bedolven onder een lawine van stellingen en tegenstellingen. De sfeer verkilde en over naastenliefde had niemand het meer.
Ik ging die avond naar huis en één vraag bleef haken: is de naaste bij mij veilig als ik me over hem ontferm? Kan er een moment komen dat ik een zwaargewonde man, een misbruikte vrouw, een hysterisch huilend kind achterlaat, negeer of zelfs een trap nageef? „Die naaste is bij mij niet veilig”, fluisterde het in mijn hoofd, want de manier waarop er die avond over Gaza werd gesproken –„eigen schuld”– wees in die richting.

Het wordt tijd dat christenen zich wapenen tegen de gure wind van politisering
Meestal wijten christenen liefdeloosheid aan „verkilling van de samenleving”. Maar de kilte rond de doden en gewonden in Gaza heeft meer met politisering te maken, opgevat als een moreel geladen strijd tussen voor- en tegenstanders van de staat Israël. Politisering van menselijk leed is daarvan het gevolg en die lijkt mij geestelijk funest, omdat politisering verkilling rechtvaardigt en zelfs gebiedt. Er hoeft maar een gure wind op te steken en ik ben de naaste in de goot kwijt, ik wil hem kwijt of ik máák hem kwijt. Juist dat maakt politisering tot iets lelijks en vooral tot iets wat wezensvreemd is aan christelijke naastenliefde. Die is immers belangeloos en onvoorwaardelijk. Enerzijds omdat ze zuiver en direct denkt en handelt vanuit de nood van de naaste én anderzijds denkt en handelt vanuit het hart van het Evangelie: de liefde van Christus.
Het wordt tijd dat christenen zich wapenen tegen die gure wind van politisering. Door werk te maken van die ‘wereldvreemde’ enclave die naastenliefde heet. En een tent op te zetten rondom de doden en gewonden in Gaza. Om zo de kilte te weerstaan en slachtoffers een afzonderlijke plek te geven en een geheel eigen ethiek te gunnen. Wat mij betreft mogen de pinnen van deze tent diep de grond in.