Meditatie: Duivelswerk
„En als het avondmaal gedaan was (toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskáriot, gegeven had dat hij Hem verraden zou).”
Johannes 13:2
Onder welke omstandigheden toont Jezus Zijn liefde? Onder omstandigheden die alle moed bij Hem hadden moeten verlammen en Zijn liefde geheel terneerslaan: „Toen de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou.” Wat een macht der liefde, die zich door niets laat terneerslaan, door niets laat uitblussen!
Ach, hoe laten wij ons niet alleen terneerslaan, maar ook terneerhouden, hetzij door het verlies, hetzij door de verkeerdheid van één enkel mens. We zien niet op datgene wat God ons heeft overgelaten, maar menen dat alles ons ontnomen en alles verloren is, omdat een enkel mens ons is ontvallen. Maar de liefde van de Heere bouwt voort, niettegenstaande alle afbreking.
Heeft de helse lasteraar niet van al wat de Heere doet en spreekt reeds de vorige avond een van Zijn discipelen, toen deze wegens zijn ongerechtigheid was bestraft geworden (Mattheüs 26:5-11; Johannes 12:2-8), in het hart geworpen Hem over te leveren? Hij was daartoe reeds in de morgen van die dag bij de overpriesters geweest! De overigen, die de Heere niet had verloren, moeten des te meer bevestigd worden in de goede tegenstand der volharding, en ook Judas zelf moet aan deze liefde ervaren dat het gehele gewicht van zijn ongerechtigheid op hemzelf ligt en hij zichzelf moedwillig in het verderf stort.
H.F. Kohlbrugge,
predikant te Elberfeld
(”Lijdensstoffen”, 1849)