„Geen klachten meer over het fietsen van de weduwe”
Wekelijkse blik op de kerkelijke bladen en blogs, aangevuld met citaten uit de kerkelijke wereld.

Oude Paden
„Ds. H. Hofman, die zijn hele leven een vrije gemeente in Schiedam diende, was gevat en had humor. Dat blijkt uit het volgende voorval dat Hofman mijzelf eens vertelde om duidelijk te maken dat als voor mensen echt iets zwaar weegt, zij tot financiële offers bereid zijn. Hij voegde eraan toe dat dan menigeen die beweert ergens bezwaar tegen te hebben door de mand valt.
Nu het bewuste voorval dat laat zien hoe Hofman met spanningen en meningsverschillen in zijn gemeente kon omgaan. In de tweede helft van de negentiende eeuw deed de fiets (toen vaak nog rijwiel genoemd) haar intrede. De fiets werd in eerste instantie alleen door jonge mannen gebruikt die in clubverband gingen fietsen. Een fiets was toen een middel tot sport en ontspanning en geen vervoermiddel. Aanvankelijk leefde alom in de samenleving het gevoelen dat een vrouw niet behoorde te fietsen.
Ook toen de fiets populair begon te worden en echt een vervoermiddel werd, bleven langere tijd nog velen in kerkelijke kring van mening dat een vrouw dat niet behoorde te doen. In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd deze opvatting in de gemeente van Hofman nog gevonden.
Nu verloor een godvrezende vrouw uit zijn gemeente haar man. Om haar gezin te onderhouden ging zij op de fiets naar werkhuizen. Dat was de aanleiding dat een viertal gemeenteleden bij Hofman kwam klagen. Hoe kon een vrouw die de fiets gebruikte aan het Heilig Avondmaal deelnemen?
Hofman had zelf geen bezwaren tegen het gebruik van een fiets, maar hij begon daarover geen discussie. Integendeel, hij zei dat hij blij was dat men met deze klachten bij hem kwam. Het probleem was echter, zo bracht hij naar voren, dat deze vrouw, ik meen, vijf gulden in de week nodig had om haar gezin te onderhouden. In ons geld moeten we dan denken aan zo’n 200 tot 250 euro. Dus als elk van hen wekelijks daarvan een kwart voor zijn rekening wilde nemen, dan was het probleem uit de wereld.
De afloop zal waarschijnlijk duidelijk zijn. Toen het deze kant op ging, bleken de bezwaren toch minder diep te zitten en over het fietsen van deze weduwe zijn geen klachten meer gehoord.”
Dr. P. de Vries schrijft in Oude Paden over een voorval waaruit blijkt dat principiële bezwaren soms niet zo principieel zijn als ze op het eerste gezicht lijken.