Bedrijfsleven pleit voor snelle aanpak hoge elektriciteitsprijzen
Het Nederlandse bedrijfsleven roept de regering op snel maatregelen te nemen die de energiekosten voor de industrie drukken. Een onderzoek door meerdere Haagse departementen wees erop dat tot 2040 naar schatting 195 miljard euro nodig is om het stroomnetwerk uit te breiden en te verzwaren. In Nederland liggen de kosten voor elektriciteit twee tot drie keer hoger dan in buurlanden en de concurrentiepositie verslechtert als de rekening oploopt, stellen ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland.
Ze doen verschillende voorstellen. Zo zou Nederland net als in buurlanden weer een korting op de elektriciteitskosten voor grootverbruikers moeten invoeren. Ook pleiten de werkgeversorganisaties voor een structurele compensatie van indirecte kosten die het gevolg zijn van emissierechten die elektriciteitsproducenten moeten opkopen.
FME, de belangenclub voor de technologische industrie, is ook voor het aanhouden van die zogeheten IKC-regeling. Ook een nationale CO2-heffing zit FME dwars, omdat die bovenop het Europese systeem van uitstootbeprijzing komt.
Daarnaast noemt de brancheorganisatie voor technologiebedrijven het „van de gekke” dat Nederlanders volledig opdraaien voor een stroomnetwerk dat ook voor Duitsland en België wordt gebouwd. Het internationaal delen van de kosten voor het elektriciteitsnet wordt ook geopperd in het onderzoek waarop FME reageert.
De ondernemersorganisaties zijn enthousiast over de suggestie van onderzoekers om de kosten deels door te schuiven naar toekomstige gebruikers. Omdat in de toekomst waarschijnlijk meer partijen zijn aangesloten op het stroomnet, worden de kosten per gebruiker zo gedempt.
Brancheorganisatie Energie-Nederland wil dat het kabinet zo snel mogelijk keuzes maakt om de energierekening betaalbaar en betrouwbaar te houden voor huishoudens en bedrijven. „Door nú te investeren in netcapaciteit, eerlijke financiering en een gelijk speelveld binnen Europa, zorgen we ervoor dat energie in Nederland betaalbaar en betrouwbaar blijft - voor huishoudens, bedrijven en voor de toekomst van onze economie.”