Staten Flevoland akkoord met extra miljoenen voor Batavialand
Een grote meerderheid van de Provinciale Staten in Flevoland stemt in met het verder ontwikkelen van Museum Batavialand in Lelystad. De provincie stelt daarvoor 7,7 miljoen euro beschikbaar. Dat is 5,4 miljoen euro meer dan het bedrag dat de Staten daarvoor in 2023 hadden vrijgemaakt.
Voor de ontwikkeling van Batavialand is een nieuw plan gemaakt. Directe aanleiding is dat het Rijk het museum heeft aangewezen als Nationaal Scheepsarcheologisch Depot (NSD). Batavialand moet straks een uitgebreide collectie beheren „die licht werpt op de grootse Nederlandse scheepvaarttraditie en het gebruik van schepen voor (regionale) handel en visserij”, aldus Gedeputeerde Staten. Het is de bedoeling een nieuw entreegebouw in te richten en dat uit te breiden met een nieuwe museumhal die geschikt is voor het onderbrengen van grotere archeologische vondsten.
Een replica van het 17e eeuwse VOC-schip Batavia krijgt in 2026 een plek op het museumterrein. Het gereconstrueerde schip ligt nu nog in de werf voor het museum en verkeert in slechte staat. „Door het vaartuig aan land te halen, kan het voor lange tijd bewaard worden”, meldt de provincie.
De Rijksoverheid stelt 7,1 miljoen euro beschikbaar voor het plan en van de gemeente Lelystad wordt 3,6 miljoen euro verwacht. De gemeente zou deze week een besluit nemen over die bijdrage, maar stelde dat uit. Een aantal provinciale fracties sprak daarover in de Statenvergadering van woensdag hun zorgen uit.
De VVD, ChristenUnie, Sterk Lokaal Flevoland, SGP, BBB, PVV, PvdA, GroenLinks en SP dienden een amendement in, een wijziging van het Statenvoorstel. Daarin wordt bij de goedkeuring voor het plan van Batavialand en het verhogen van de provinciale bijdrage naar 7,7 miljoen euro het voorbehoud gemaakt dat ook de gemeente Lelystad 3,6 miljoen euro beschikbaar stelt. Gedeputeerde Sjaak Simonse (SGP, cultuur) denkt dat het breed gesteunde amendement „de functie heeft van signaal naar Lelystad”.
Het vernieuwde museum gaat in 2028 open.