Mens & samenlevingDs. A. Hoekman

Zo kwam ds. Hoekman (CGK) vanuit de Randstad in het gehucht Hongerige Wolf terecht

28 February 2025 15:02
Ds. A. Hoekman in het weidse Groningse landschap, hier poserend in de uiterste noordoostelijke punt van Nederland. beeld Carel Schutte

De drukte van de Randstad verruilde hij voor het stille en ‘lege’ Groningse Oldambt. En na het dienen van twee Bewaar het Pandgemeenten bevindt ds. A. Hoekman (50) zich nu in een „best wel andere hoek” van zijn kerk. „Ik heb geleerd om regelmatig uit mijn comfortzone te stappen.”

„Hier zou ik nooit willen wonen”, zei Albert Hoekman tegen zijn vrouw, toen hij ruim twintig jaar geleden in de christelijke gereformeerde kerk (cgk) in Midwolda als kandidaat zijn allereerste preek hield. Toch woont de geboren Urker nu alweer enkele jaren, en met veel genoegen, met vrouw en kinderen in het afgelegen gehucht Hongerige Wolf. En werd hij op zondag 10 november in diezelfde cgk in Midwolda bevestigd tot missionair pastor voor de regio Noordoost-Groningen.

„In mijn visie op hoe God mij zendt, maakte ik een verdieping door van jewelste”Ds. A. Hoekman, missionair pastor

Over wat dat werk zoal inhoudt, over hoe hij in het hoge noorden verzeild raakte en over zijn letterlijke én figuurlijke horizonverbreding vertelt hij kalm, maar ook met passie, in de huiskamer van een door hemzelf verbouwde woning op het Groningse platteland. „Kort gezegd komt het hierop neer: theologisch ben ik niet of nauwelijks opgeschoven. Maar in mijn visie op waar de Heere mij roept en hoe Hij mij wil uitzenden, daarin heb ik een verdieping doorgemaakt van jewelste.”

Hoe vult een missionair pastor eigenlijk zijn dagen en weken?

„Ik ben predikant in de CGK met een bijzondere opdracht, namelijk om missionair bezig te zijn in deze regio. De gemeente in Midwolda heeft mij uitgezonden. Wat de zakelijke kant betreft, zijn mijn vrouw Jolien en ik in dienst van het Interkerkelijk Kenniscentrum (IKC), een samenwerkingsverband tussen de Bond van Hervormde Zondagsscholen, het Hervormd Jeugdwerk en het Landelijk Contact Jeugdwerk.

Maar goed, dat is slechts het formele aspect. Wat de inhoud van het werk betreft, proberen wij voortdurend wegen te zoeken om in contact te komen met mensen buiten de kerk. Zo bezoek ik oudere mensen in verzorgingstehuizen en draai ik in één ervan, in Winschoten, mee in een rooster van kerkdiensten. We zetten ons in voor kinderbijbelclubs en doen Bijbelstudie met een groep jongeren.

Ds. A. Hoekman bij een sluis in Noordoost-Groningen. beeld Carel Schutte

Met Kerst hebben we als gemeente van Midwolda samen met de stichting Geloof in Groningen aangehaakt bij een bestaand dorpsinitiatief, een kerstwandeling. Langs de route werden belangrijke momenten van het Kerstevangelie uitgebeeld. Het eindpunt was in ons kerkgebouw, waar een filmpje draaide dat in drie minuten de kern van het Evangelie weergaf. Er zijn die dag zo’n 200 mensen in onze kerk geweest. De stapel boekjes met daarin het Evangelie in het Gronings raakten we moeiteloos kwijt.

In oktober mochten we op een basisschool in alle groepen iets komen vertellen over het Loofhuttenfeest. Met zo’n project, de voorbereiding en de uitvoering ervan, ben ik algauw één of twee weken bezig.”

Wat vindt u het mooie aan dit werk?

„Te zien dat God deuren opent en mensen inwint voor Zijn genade. Dat Hij ons mensen daarbij inschakelt, maar ook dat Hij vaak, al lang voordat wij in actie komen, bezig is Zijn eigen kanaaltjes te graven.

Zo wilde ik in dat verzorgingstehuis in Winschoten, naast de zondagse diensten, graag een zanguurtje organiseren. Ik had dat bij de welzijnswerker van het tehuis, dat van oorsprong christelijk is maar nu alweer jaren neutraal, neergelegd. Er gebeurde niets, ik kwam er niet door. Tot er, toen ik er al niet meer op rekende, een nieuwe welzijnswerkster aantrad. Zij vond de betreffende notitie, legde meteen contact met mij en maakte er voortvarend werk van.

In al dit soort dingen zie ik de Heere aan het werk. Dat deze ouderen nu niet alleen muziekuurtjes aangeboden krijgen waarbij liedjes van Vader Abraham of een schlager als ”In dat kleine café aan de haven” door de ruimte schallen, maar dat er daarnaast nu ook een christelijk zanguurtje is, waarin we bekende, klassieke, geestelijke liederen zingen. Waarin ik ook een stukje uit de Bijbel kan lezen en kan toelichten. Dat vervult me met grote dankbaarheid. En met verwondering.

Ook leid ik om de twee weken de cursus ”De Bijbel voor iedereen”, met veel vreugde.”

Welke mensen nemen deel aan die cursus?

„Dat zijn vooral jongvolwassenen, mensen die soms al enige kennis van de Bijbel hebben, maar soms ook helemaal niet.

„Aha, zei een jongere tegen mij, vanuit de hemel bezien is de regenboog dus eigenlijk een smiley”Ds. A. Hoekman, missionair pastor

Toen we bij de geschiedenis van de zondvloed waren, heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat dit een oordeel van God was over de wereld, vanwege de zonden van mensen. Toen ik over de regenboog sprak, zei een van de jonge mensen: „Ah, ik snap het: vanaf de aarde bezien is dit een sad face emoji. Maar vanuit de hemel bezien, is het een smiley.” Zo’n reactie vind ik prachtig. Ik heb hem daarna al een paar keer gebruikt in een preek.”

Noordoost-Groningen geldt als sterk geseculariseerd.

„Ja. Toch hebben veel mensen, merk ik, het geloof nooit bewust de rug toegekeerd. Vaak luidt het oordeel: in Groningen heeft in het kerkelijk leven een kaalslag plaatsgevonden. In zekere zin is dat inderdaad zo, maar inmiddels durf ik deze streek niet meer zomaar een geestelijke woestijn te noemen. Dan zou ik het werk van God tekortdoen.

Ik ontdekte dat heel wat mensen het geloof geleidelijk aan kwijtraakten, door de omstandigheden, doordat hun omgeving seculariseerde, misschien doordat de prediking horizontaal werd. Groningers die het geloof doelbewust en definitief aan de kant hebben gezet, kom ik niet zo vaak tegen. Bij veel mensen bestaan wel degelijk ingangen voor een geloofsgesprek.”

Ds. A. Hoekman. beeld Carel Schutte

Een voorbeeld?

„Op zeker moment bracht ik de Elisabethbode bij een oude vrouw in een verzorgingstehuis. Ik vroeg haar: „Mag ik even binnenkomen? Ik heb een presentje voor u.” Daarna vertelde ze dingen uit haar leven. En dat ze veel pijn leed. Ik vroeg: „Mag ik met u bidden?” Ze vroeg: „Kan dat dan? Mag dat hier zomaar, gewoon op mijn kamer?” Ik zei: „Natuurlijk.”

Van de reactie van deze vrouw leerde ik veel. Er zijn blijkbaar mensen, ook zij die als kind nog gedoopt zijn, die denken: bidden doe je alleen maar in de kerk. Wat mooi als ik hun dan als predikant mee mag geven dat we Gods aangezicht altijd en overal mogen zoeken.”

U denkt, om het wat modieus te zeggen, liever in kansen dan in bedreigingen?

„In feite wel. Neem mijn eigen woonplaats, Hongerige Wolf. Dit is best wel een belast gehucht. Jaarlijks organiseert men hier ’s zomers een meerdaags festival, waar mensen uit de wijde omgeving naartoe komen. Het is hier dan één mensenzee. Dan wordt deze plaats met borden afgesloten en verrijst er een groot evenemententerrein. Er wordt een complete camping voor opgetuigd, er zijn poppodia, er zijn klankschaalsessies en kinderyoga. Je ziet mensen die in trance staan te kijken naar een bepaald soort van vertraagde dansen. Dat is zo occult als wat.

Plaatsnaambord Hongerige Wolf. beeld Carel Schutte

Het eerste jaar dat we hier woonden, dachten we: wat is dit? We bleven maar stil achter onze voordeur, zeker op zondag. Het jaar daarop hebben we ons vermand en gezegd: Laten wij ons eigen ding doen. We hebben een shirt aangetrokken met de tekst ”Jesus is the Light” en begaven ons onder de mensen. Ja, soms moet je als christen over je eigen grenzen heen gaan, uit je comfortzone stappen, om het Evangelie te dienen en mensen te bereiken.

We hebben toen op dat festival goede gesprekken gevoerd. Jawel, sommigen kapten toenadering meteen af. Maar anderen reageerden neutraal-positief. Zo van: Wat leuk dat jullie dit doen. Wat beweegt jullie? Zo hebben we goede gesprekken kunnen voeren en ook Bijbels aan mensen mee kunnen geven.

We hebben toen ook een bord in onze voortuin gezet met een Bijbeltekst en de uitnodiging voor een Bijbelse speurtocht in onze tuin, die ruim 2000 vierkante meter telt. Daar hebben toen, meen ik, achttien kinderen aan deelgenomen. Ze waren bij wijze van spreken zó van de kinderyoga en klankschaalsessies weggelopen...

Die zondagmiddag zijn ook enkele volwassenen, met paars-, geel- en roodgeverfde haren, bij ons in de achtertuin gebleven. Ze luisterden met aandacht naar de liederen die wij en het gezin van Bert en Christa Noteboom, onze vrienden, zongen. Meezingen konden ze niet, ze waren hier duidelijk niet bij opgevoed. Maar het raakte hen wel. „Wat heerst hier bij jullie een rust”, zeiden ze.”

Wat er in Groningen nog wél aan kerkelijk leven over is, is vaak van een nogal moderne soort.

„Zo heb ik er zelf ook altijd tegen aangekeken. En inderdaad, het geestelijk leven in deze streek is kwetsbaar. Protestantse gemeenten zijn veelal klein en vergrijsd.

Tegelijk zeg ik: Vergis je niet, ook hier heeft God Zijn kinderen. Ook in kerken die wij refo’s –laten we maar eerlijk zijn– al lang hebben afgeschreven. In gemeenten in de Protestantse Kerk in Nederland waar alleen maar een morgendienst is. In Nederlandse gereformeerde kerken, waar de liturgie modern aandoet en waar men vrouwelijke ouderlingen of diakenen kent.

Ik had het vroeger niet voor mogelijk gehouden, maar nu preek ik regelmatig in zulke gemeenten, zoals in de hervormde gemeente in Oostwold en in de Ngk in Schildwolde. Ik houd daar, met veel vreugde, dezelfde preek als ik in de behoudende cgk van Damwoude houd, zij het dan iets korter.

En dat kan. Sterker nog: in dit soort gemeenten slaat een prediking waarin het Woord van God eerlijk wordt gebracht, waar Jezus in het middelpunt staat, en die een toespitsing heeft naar het hart van de hoorders, in als een bom. Zo’n prediking wordt zeer gewaardeerd, daar is behoefte aan.”

Hoe merkt u dat?

„Dat krijg ik terug na de dienst, in de kerkenraadskamer. Maar ik merk het ook zelf aan de kerkgangers, hoe zij mijn woorden opzuigen. Daarbij speelt mee dat ik niet van papier preek. Ik heb de ogen van mensen nodig, om steeds te zien hoe de boodschap landt.

Ook in een-op-eengesprekken met mensen merk ik dat. Ik ontmoet dan tot mijn verrassing mensen die er blijk van geven God lief te hebben, die de Naam van Jezus hooghouden en willen belijden, die Zijn liefde hebben leren kennen.”

De vraag of vrouwen in het ambt van ouderling of diaken mogen dienen, zorgt in de CGK al enkele jaren voor hevige verdeeldheid.

„Ik weet er alles van. Naar de vorige synode, waar het besluit werd genomen dat de CGK geen ruimte zien voor vrouwen in het ambt, was ik vanuit Alphen aan den Rijn afgevaardigde.

Over vrouw en ambt ben ik niet of nauwelijks anders gaan denken dan ik toen deed. Maar in mijn eigen bezig zijn in de kerk ben ik in staat dit thema te parkeren. Naar mijn mening hoeven verschillen in visie hierop niet kerkscheidend te werken.

In mijn bezig zijn hier in Noordoost-Groningen heb ik voortdurend ervaren dat het Woord kracht doet en dat God door alles heen Zijn kerk bouwt. Dat besef geeft zo veel vrijheid en ontspanning. Dat Jezus leeft en Overwinnaar is, is voor mij de laatste jaren zo’n realiteit geworden, dat het mijn angsten overstemt, ook mijn angst voor wat mensen misschien van mij denken. Dit geeft me zo veel perspectief op de toekomst, op mijn werk en op de kerk. Met name door mijn ervaringen in Groningen is mijn leven zo geleid dat ik een stuk minder zwart-wit ben gaan denken. En dat ik vaker naar Boven kijk.”

Hoe kwam u eigenlijk in Hongerige Wolf terecht? Toen u twee jaar geleden hierheen trok, was er immers nog geen sprake van dat u missionair pastor voor Noordoost-Groningen zou worden.

„De tijd rond mijn losmaking van de cgk in Alphen aan den Rijn was voor mij en mijn gezin natuurlijk heel moeilijk. Ik was vanaf eind 2021 weliswaar weer beroepbaar, maar óf er een beroep gaat komen, weet je dan niet. Bovendien geldt in de CGK dat als je na drie jaar geen beroep hebt ontvangen, je het ambt van predikant kwijtraakt. Nog afgezien van alle emoties die met de losmaking gepaard gingen, kwamen we als gezin dus ook nog eens in een zeer onzekere situatie terecht.

Uiteindelijk leek het ons het beste om uit Alphen te vertrekken. Maar je begrijpt: geen inkomenszekerheid en torenhoge huizenprijzen. Gelukkig was er een gemeentelid uit Rotterdam-Kralingen dat vanuit zijn deskundigheid met ons meedacht, waardoor er een financiële constructie mogelijk bleek waardoor we een huis konden kopen. Maar dan nog… Waar vind je in deze tijd een betaalbaar huis voor een groot gezin?

Dit huis in Hongerige Wolf was al een paar keer langsgekomen. Het is een uitgebouwd arbeidershuisje uit 1920. Er moest van alles aan opgeknapt worden. Het hele achterhuis lag nog open. We zagen er aanvankelijk niet doorheen. Maar toen het voor de derde keer op ons pad kwam, durfde ik het aan. Ook omdat ik inmiddels een opleiding en een verdiepingsmodule voor scheepstimmerman had gevolgd. We hebben het gekocht en het met behulp van familie en vrienden, onder meer uit Alphen, opgeknapt en bewoonbaar gemaakt.”

U hebt een diploma voor scheepstimmerman?

„Na de losmaking van de gemeente in Alphen dacht ik: Albert, als je nu op de bank gaat zitten, is het over en uit met je. Dan kunnen ze je straks onder een kleedje vegen. Je moet in beweging komen. Dat werd na enig zoeken –ik wilde iets met m’n handen doen, liefst iets met hout, iets nieuws, een uitdaging– een opleiding aan het Ambachtelijk Botenbouw Centrum, in Amersfoort. Daar heb ik een leerwerktraject gevolgd. Dat is, menselijkerwijs gesproken, m’n redding geweest.

„Door de timmermansopleiding kreeg ik mijn zelfvertrouwen terug, kon ik weer een man zijn voor Jolien en een vader voor de kinderen”Ds. A. Hoekman, missionair pastor

Ik draaide er volle werkweken en had het erg naar mijn zin. Ik maakte er mijn eigen gereedschapskist, leerde er breeuwen (het dichtmaken van kieren tussen de planken van een boot, AdJ) en prachtige houtverbindingen maken. En ik sprak er met medecursisten van heel diverse achtergronden: een gepensioneerde huisarts, een KLM-piloot die met een tussenjaar bezig was, een treinmachinist die een verschrikkelijk ongeluk had meegemaakt. Oud en jong werkten er samen.

Ds. A. Hoekman met vrouw Jolien in zijn ruime schuur. Bovenin een honderd jaar oude kano, die de predikant stap voor stap aan het restaureren is. beeld Carel Schutte

En wat misschien wel het belangrijkste was: na dat jaar had ik mijn zelfvertrouwen terug. Ik kon weer een man zijn voor Jolien en een vader voor de kinderen. Wat een zegen!”

Een huis betrekken in Hongerige Wolf betekende in principe ook een keuze voor de cgk van Midwolda. Toch wel een heel andere gemeente dan die in Rotterdam-Kralingen of Alphen aan den Rijn.

„Ja, ik verkeer nu in een best wel andere hoek van de kerk. Al preek ik nog steeds ook in zeer behoudende gemeenten, zoals in de vrije oud gereformeerde gemeente in Wijk en Aalburg, in de oud gereformeerde gemeente aan de Gaslaan, in Den Haag, of in de cgk van Doornspijk.

Toen ik met mijn gezin naar het hoge noorden vertrok, waren er mensen die zeiden: Weet je wel dat de cgk in Midwolda een moderne gemeente is? Nou, wij wisten best enigszins waar we aan begonnen. En het is ons in alle opzichten meegevallen. We zijn hier zeer hartelijk ontvangen. En dat echt niet omdat we met ons negenen meteen 10 procent van de gemeente uitmaakten.

De mensen zijn hier nuchter en de gemeente is als een familie, een gezin. We zijn meteen gaan meedraaien in allerlei activiteiten en voelden ons al snel op ons gemak. Dat geldt ook voor onze kinderen.

En ja, wat heet modern? De liturgie is hier anders dan ik gewend was, ook anders dan in de cgk van Urk-Eben-Haëzer, waar ik ben opgegroeid. Maar men heeft hier totaal geen drang om dingen om te buigen of te veranderen.

Op de mannenvereniging van Midwolda gebruiken we, tot volle tevredenheid, boekjes van onze mannenbond, waaraan allerlei behoudende predikanten hebben meegewerkt. Denk bijvoorbeeld aan dr. C.P. de Boer. Dat hij in de behoudende hoek zit van onze kerk zit; ach, dát zegt de mensen hier dan weer weinig. Ze lezen deze boekjes op de inhoud. En ze waarderen die.”

Begrijpen uw vrienden en oude contacten de ontwikkelingsgang die u in uw leven doormaakte?

„Dat verschilt. Als ik elders in het land preek, probeer ik er weleens iets van over te dragen. Vanaf de preekstoel of in de kerkenraadskamer. Als je zelf dingen hebt meegemaakt, zoals ik hier in Groningen, en bepaalde inzichten hebt opgedaan, dan wil je daar nu eenmaal graag iets van delen en doorgeven, hè.

Een ouderling in een vrije gemeente in het westen van het land, die begrijpt het in elk geval. Zelf leeft hij, kerkelijk gezien, in een andere context dan ik. Hij loopt altijd in driedelig zwart, om maar iets te noemen. Maar hij draagt mij én mijn werk wel hartelijk op in het gebed. Prachtig.

Ja, ik heb een ontwikkeling doorgemaakt. Zo is mijn leven geleid. Het heeft misschien ook wel iets met mijn karakter te maken. Eens stond ik hier vlak bij huis te praten met een buurvrouw. Onze hond Oeds, die ik aan het uitlaten was, was ongedurig en wilde niet goed luisteren. Ik zei: „Hij is net als zijn baas, die laat zich ook door niemand iets gezeggen.” „Jawel hoor”, antwoordde de buurvrouw, „jij laat je wel gezeggen.” Toen wees ze naar boven. En ze had gelijk.”

Ds. A. Hoekman met hond Oeds, een Friese stabij. beeld Carel Schutte

Wat drijft iemand in zijn of haar leven? Hoe is hij of zij gevormd? In deze rubriek een persoonlijk interview met een meer of minder bekend persoon uit de breedte van de samenleving. Deze aflevering: ds. A. (Albert) Hoekman. Volgende week: Johan Schipaanboord.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer