Uitleg Bijbelboek Hooglied van Philip Ryken biedt geen verrijking
Onlangs deed de stichting Geloofstoerusting het boek ”Voor eeuwig verbonden” het licht zien. Een vertaling van ”The Love of Loves in the Song of Songs”, geschreven door de Amerikaanse theoloog Philip Ryken. Het betreft een uitleg van het Hooglied van Salomo.

In plaats van een woord vooraf lezen we in het boek kerkbreed allerlei aanbevelingen om deze studie te lezen. Dat wekt grootse verwachtingen bij de lezer. Het is niet te ontkennen dat er veel leerzame lessen over het huwelijk en verkering in dit boek gegeven worden, die haaks staan op het moderne denken. Dat is winst. Zeker wanneer het Hooglied in andere publicaties louter uitgelegd wordt als alleen maar een romance tussen twee geliefden of zelfs liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht.
Toch heb ik met het lezen van dit boek niet de smaak gekregen die ik heb bij de uitleg die de Kanttekeningen op de Statenvertaling van dit Bijbelboek geven. Ik ga dienaangaande liever in het kielzog van de Joden, die het Hooglied beschouwen als een liefdeslied tussen God en Israël zoals dat onder anderen door Hosea wordt geschetst. Vandaar dat het met Pascha in de synagoge wordt gelezen. Vanuit nieuwtestamentisch perspectief mogen we vooral ook spreken van de Bruidegom Christus en Zijn duur gekochte bruidskerk. Het boek heet niet voor niets ”Lied der liederen”. Dat opschrift staat nog niet eens boven de gewone psalmen, die alle uiteindelijk verwijzen naar het heil Gods in Christus (Luk. 24:44).
Fantasie
Dat beelden uit het huwelijksleven gebruikt worden is helder. Dat daaromtrent vanuit het Hooglied ook wat aanwijzingen worden gegeven naar een Bijbelse huwelijksmoraal kan geen kwaad. Nu ligt de verhouding –mogelijk onbedoeld– toch meer bij de christelijke moraal rondom verkering en huwelijk dan bij de relatie tussen de Bruidegom Christus en Zijn bruidskerk. Daarbij laat de auteur ook zijn fantasie de vrije loop. Waar de ”hoogdravende allegorie” van wordt beschuldigd, zien we vanuit het perspectief van huwelijkslessen ook in dit boek. Ik heb er –om maar één voorbeeld te noemen– grote moeite mee wanneer hoofdstuk 5 van het Hooglied gezien wordt als een liefdesruzie binnen het huwelijk, waarbij de bruidegom als egoïst wordt neergezet. Ik vraag me af of dit het eerste is geweest wat de schrijver van het Hooglied voor ogen heeft gehad.
Vervreemdend en zelfs verontrustend werkt ook het gebruik van allerlei wereldse uitdrukkingen
Vervreemdend en zelfs verontrustend werkt ook het gebruik van allerlei wereldse uitdrukkingen, waarbij het Hooglied wordt gezien als een „soundtrack bij onze liefdesrelatie met de levende God” (blz. 17 en 44); „Het Hooglied vertelt eigenlijk een verhaal dat op dat van Assepoester lijkt” (blz. 39); „Het gaat om een bruiloft, compleet met een feest, dansen en vieren van de liefde van een jong en opgetogen stel” (blz. 46). Met instemming wordt een popliedje van Billy Joel geciteerd, alsmede muziek uit de film ”West Side Story”. Wanneer gesproken wordt over de tekstwoorden ”Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd”, merkt de schrijver op: „Als we dit stel naar de eenentwintigste eeuw overbrengen, zouden we hen waarschijnlijk dicht tegen elkaar aan zittend op de bank naar een film zien kijken” (blz. 58). Op blz. 139 wordt Bruce Lee (een jonggestorven vechtsporter en filmster) geciteerd om de ware aard van liefde te omschrijven. Zijn er werkelijk geen andere bronnen om uit te putten?

Vermoeiend
Zo’n innig vermaak als ik heb bij de typologische verklaringen van Bernardus van Clairveaux, James Durham, Hellenbroek, Spurgeon, E. van Meer, om er maar enkelen te noemen, zo vermoeiend is mij de boventoon die de Bijbelse beleving van seksualiteit slaat in dit boek. Ik vind het boek van Ryken spijtig genoeg niet echt een verrijking betreffende de verklaringen van het Hooglied. Wanneer op de achterflap wordt opgewekt: „Jonge gasten, dit moet je lezen!” dan zou ik daarnaast een stelling willen plaatsen van dr. M. Verduin uit diens proefschrift ”Canticus Canticorum”, een onderzoek naar de bronnen van de Kanttekeningen op de Statenvertaling bij het Hooglied: „Als de gemiddelde Nederlander de tijd die hij investeert in televisiekijken zou benutten voor studie, zou hij minstens een opleiding op hbo-niveau met goed gevolg kunnen voltooien. Indien hij deze investering aanwendt om de Kanttekeningen van 1637 te onderzoeken, zou hij zelfs Christus kunnen gewinnen.”

Voor eeuwig verbonden, Philip Ryken; uitg. Geloofstoerusting; 196 blz.; € 12,90