Jodendom, Israël en kerk
Artikelen over het Jodendom, Israël en de kerk.
Advertentie
Alle artikelen
Jodendom, Israël en kerk
De verhouding tussen Nederlandse kerken, het Jodendom en Israël heeft een complexe en vaak beladen geschiedenis. Vooral in het verleden leefde de gedachte dat de kerk in plaats van Israël is gekomen: de vervangingsleer.
Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog veranderde de houding van veel Nederlandse christenen ten opzichte van het Joodse volk. De Holocaust en de rol van de kerken tijdens deze periode leidden tot bezinning en schuldbelijdenis. Ook kwam er discussie over de vraag op welke manier het Evangelie aan het oude verbondsvolk gebracht moest worden.
In de tweede helft van de 20e eeuw en daarna verschoof de focus van zending naar ontmoeting en dialoog. De oprichting van de christelijke nederzetting Nes Ammim in Israël is een voorbeeld van deze verschuiving.
Toch bleef de relatie tussen Nederlandse kerken en de Joodse gemeenschap soms gespannen. In de late 20e en begin 21e eeuw uitten vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap hun bezorgdheid over het feit dat de kerken in toenemende mate hun solidariteit met Israël verloren, vooral in het licht van toenemende steun voor de Palestijnse kwestie. Ondertussen kwamen diverse kerken in het geweer tegen antisemitisme.
Lang niet alle protestantse kerken in Nederland hebben hun visie op Israël vastgelegd in een officieel document. De aandacht voor het Joodse volk verschilt ook per kerkverband.
De Protestantse Kerk in Nederland spreekt in haar kerkorde uit: „De verbondenheid met het volk Israël is voor de kerk onopgeefbaar. Zij wijst elke vorm van vervangingstheologie, waarin de blijvende trouw van God aan zijn volk wordt miskend, af.” In de kerk wordt verschillend gedacht over de invulling van deze woorden. Dat leidt soms tot felle discussies, tot op de synode toe.
De Hersteld Hervormde Kerk stelde het document ”Tot een getuigenis” op, waarin haar visie in vijftien stellingen is samengevat. Daarin gaat het onder meer over de bekering van de Joden, de blijvende beloften van God aan Israël en de terugkeer naar het beloofde land.
De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), die begin jaren zestig hun eerste werker naar Israël uitzonden, begonnen in 1956 met een bezinning op de plaats van Israël in het heilshandelen van God. Het kerkverband spreekt van „een onverbrekelijke en onopgeefbare verbondenheid tussen Israël en de christelijke gemeente uit de heidenen”. Het visiedocument van de CGK uit 2010 heet dan ook ”Voorgoed verbonden”.
De Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland hebben geen officieel visiedocument over Israël. De Gereformeerde Gemeenten ook niet, al blijkt hun visie wel uit verschillende rapporten. Het kerkverband kreeg pas vrij laat, in 1995, een afzonderlijk deputaatschap voor Israël. Voor die tijd bestond er al wel een commissie. Het besluit om bij het werk onder Israël niet van zending maar van Evangelieverkondiging te spreken, had te maken met een veranderde visie op Israël: „Het Joodse volk heeft een bijzondere plaats te midden van de andere volkeren”, zo werd gesteld. „Vanuit hun eigen geschriften kan betuigd worden dat Jezus de Christus is.”
Advertentie