Wij gruwen van de sigarettenrook die brutale bengels in ons gezicht blazen. Van ons goede humeur is weinig over bij het zien van de stinkende smurriehoop op de stoep, omdat het baasje van Bello zijn poepschep voor het gemak thuis heeft gelaten.
Het is ongehoord dat er ringtones door de stiltecoupé schallen, oordopjes tegenwoordig als geluidboxen functioneren en reizigers in openbare ruimten hun huwelijksproblemen uit de doeken doen. Wij ergeren ons aan een wachtende meute op het perron die, op hun smartphone na, voor niemand aandacht heeft. En het is toch de omgekeerde wereld dat niet jij, maar de handtas naast je medereiziger mag zitten?
Wij storen ons aan de verbale uitspattingen van PVV-leider Wilders. Wij snappen niet dat onze medeburgers oude mensen alleen laten oversteken, lekker blijven zitten in een volle bus, voordringen bij de kassa en al bellend het geld in de handen van de caissière duwen. Op straat kan er geen groet meer af. De individualisering vinden wij verschrikkelijk, de hufterigheid in de samenleving een hellend vlak.
Onze medeburgers zijn aso’s, vinden wij. We hebben er onze buik van vol. Allemaal. Maar als iedereen zich groen en geel ergert aan het gedrag van iedereen, wie zijn die aso’s dan?
Anne Vader, 2 augustus 2012
beeld ANP