Bronlow North; evangelist voor duizenden
„Brownlow North is een naam die een huiselijke klank heeft gekregen in heel Schotland en ook in veel steden en plaatsen in Engeland en Ierland.” Zo begint K. Moody-Stuart zijn indrukwekkende levensbeschrijving van de lekenprediker die de dienst van God verkoos boven fortuin en vertier.

Het is 200 jaar geleden dat Brownlow North (1810-1875) ter wereld kwam. Winchester House in Chelsea in Engeland was zijn geboortehuis. Zijn vader was predikant in de Anglicaanse Kerk en zijn grootvader bekleedde daar het ambt van bisschop van Winchester. De familie North had een goede reputatie, zowel in kerkelijke kring als binnen de aristocratie. De jonge North, die al op 9-jarige leeftijd naar de bekende kostschool Eton College ging, streefde geen glansrijke carrière na. Hij had meer interesse voor paardrijden, biljarten, dansen en jagen. Hij zette zijn hart op aardse dingen en gunde zich weinig tijd voor bezinning op zijn eeuwige bestemming. Toen bij een ongeluk met paardrijden een vriend de dood vond, trof een opmerking van de godvrezende hertogin Elisabeth Gordon hem even, maar deze indruk ging als een vroeg komende dauw voorbij.
Vierenveertig jaren lang leefde Brownlow North voor zijn pleziertjes. Hij schrijft later: „Zolang de dag prettig verliep, was ik tevreden.” De Heere riep hem een halt toe. „Tegen het einde van 1854 behaagde het God met kracht in mijn hart in te drukken dat het mij niets zou baten als ik de gehele wereld zou winnen en mijn ziel verliezen.”
North was in een huis in Dallas Moor in Schotland aan het kaarten, toen hij plotseling getroffen werd door hevige pijnen. Hij dacht te sterven en voor eeuwig om te komen. Deze gebeurtenis leidde tot een radicale omkering. De lichamelijke pijn ging over, maar de geestelijke benauwdheid hield aan. Het duurde enige tijd voordat hij Christus als Verlosser leerde kennen. Hij leerde zijn schuld en hulpeloosheid inzien tegenover een rechtvaardig en heilig God. Het geloof in God was voor hem werkelijk, maar de verzoening door de dood van Zijn Zoon bleef voor hem een tijd lang verborgen. Toen Christus aan zijn ziel werd ontdekt, was dit voor hem een werkelijkheid die hem zijn hele leven bijbleef.
Brownlow North kreeg een onuitwisbaar verlangen om zielen te waarschuwen voor de toekomende toorn. Voor predikant had hij niet geleerd, maar niemand kon hem ervan weerhouden om de boodschap van zonde en vergeving door te geven waar hij de gelegenheid kreeg. Verschillende predikanten bemoedigden hem om hiermee verder te gaan.
In 1859 werd zijn arbeidsveld vergroot, toen een opwekking zich in het Britse rijk en daarbuiten verspreidde. In die tijd sprak hij vooral in Ierland tot vele duizenden hoorders. Hij ging de geschiedenis in als de Johannes de Doper van de revival. Zijn indrukwekkende preken hadden veel weg van die van George Whitefield een eeuw eerder.
Ook in Schotland vond Brownlow North een aandachtig gehoor. Lekenpredikers hadden in dit land geen status, zodat niet alle kerkdeuren voor hem opengingen. De Free Church, de tweede presbyteriaanse kerk in het land, dacht erover na hem een officiële aanstelling te geven als evangelist. De General Assembly, die in mei 1859 in Edinburgh als jaarlijkse „synode” bijeenkwam, ontbood North in de grote Assembly Hall aan de Mound. Verschillende sprekers getuigden van zijn grote gaven en onvervalst calvinisme. Met meerderheid van stemmen kreeg hij toestemming om in de kerken voor te gaan. Moderator William Cunningham „gaf hem de rechterhand van gemeenschap” en erkende hem als een dienaar van zijn Meester, Jezus Christus.
Het werkterrein van North bleef niet beperkt tot Schotland; ook zijn geboorteland Engeland kon op hem rekenen. In 1871 verhuisde hij naar Londen, en ook daar was zijn oogst groot. Brownlow North was een man die door de Geest gedreven velen tot Christus mocht leiden. Hij overleed op 9 november 1875 tijdens een evangelisatiecampagne in Schotland en werd begraven op Dean Cemetery in Edinburgh. Op zijn grafmonument staat gebeiteld: „Nadat hij zijn eigen geslacht door de wil van God gediend had, ontsliep hij.”
Zes regels
Zes regels voor christenen, opgesteld door Brownlow North.
Verzuim nooit het dagelijks gebed. Bedenk als u bidt dat God aanwezig is en dat Hij uw gebed hoort (Hebr. 11:6).
Verzuim nooit het dagelijks Bijbellezen. Bedenk als u leest dat God tot u spreekt en dat u behoort te geloven en te doen wat Hij zegt. Ik geloof dat alle geestelijke achteruitgang begint met het nalaten van deze en de vorige regel (Joh. 5:39).
Laat geen dag voorbijgaan zonder pogingen om iets voor Jezus te doen. Denk elke avond aan wat Jezus voor u gedaan heeft en vraag uzelf af: „Wat doe ik voor Hem?” (Mattheüs 5:13-16).
Als u twijfels hebt of u iets goed of verkeerd gedaan hebt, ga dan in uw binnenkamer, kniel daar neer en vraag God om Zijn zegen (Kol. 3:17). Als u dit niet doen kunt, weet u dat u daad verkeerd is (Rom. 16:23).
Neem uw geloof nooit van christenen over. Ga er ook niet over twisten dat u iets mag doen omdat deze of gene dat zo doet (2 Kor. 10:12). Vraag uzelf af: „Hoe zou Christus in mijn plaats gehandeld hebben?” Strijd om Hem te volgen (Joh. 10:27).
Geloof nooit wat u voelt als dit in strijd is met Gods Woord. Vraag uzelf af: „Kan wat ik voel waar zijn als Gods Woord waar is?” En als dit niet waar kan zijn, geloof God en beschouw uw eigen hart (gevoel) als een leugenaar (Rom. 3:4 en 1 Joh. 5:10-11).