„Waarom viel niemand op school mijn gedrag op?” vraagt slachtoffer seksueel misbruik aan docenten Hoornbeeck College
„Niemand op school heeft ooit aan mij gevraagd hoe het ging”, aldus een man die als achtjarige misbruikt werd. Zijn publiek: docenten van het Hoornbeeck College Goes, die leren signalen wél op te vangen.

Dinsdagmorgen, 9.30 uur. In een zaaltje van de gereformeerde gemeente in Yerseke zitten dertien cursisten in een kring. Vier mannen, negen vrouwen. Ze zijn op één na werkzaam op het Hoornbeeck College in Goes, de meesten als docent. Ook de directeur en een manager volgen de scholing. Ze kennen elkaar al van vijf eerdere cursusdagen. Onderling worden grapjes gemaakt. Tussen de stoelen ligt een grote herdershond, Bas. Het onderwerp van vandaag is hoogst actueel: seksueel misbruik en de schade die zo’n trauma veroorzaakt.
Maandagavond werd de documentaire met Anneloes van ’t Licht over het misbruik door haar vader uitgezonden. „Wie de film kijkt, zal de theorie uit onze cursus over seksueel misbruik zien terugkomen”, zegt Jantine den Uijl-van Loon. De psychosociaal hulpverlener van Praktijk den Uijl geeft de zesdaagse cursus samen met haar collega Maarten van Dijk. „Scholen en kerkenraden staan open voor toerusting over dit onderwerp; dat was 25 jaar geleden nog nauwelijks het geval”, ziet Den Uijl-van Loon. Het is voor het eerst dat een groep collega’s de lessen gezamenlijk volgt. Vandaag is de afrondende dag. Hoogtepunt: een echtpaar, allebei slachtoffer van seksueel misbruik, doet z’n verhaal.
Onder het tapijt
De dag begint, na opening met gebed en Bijbellezen, met een rondje waarin iedereen iets vertelt over zijn of haar emotie op dat moment. De een voelt zich blij vanwege net geboren puppy’s, de ander is dankbaar vanwege een goede dag op het werk. Ko voelt zich boos. Hij heeft vanochtend al een stukje van de documentaire ”Ik was een kind” over Anneloes van ’t Licht gekeken. „Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Hoe het misbruik vakkundig onder het tapijt werd geveegd.”
Directeur Rinus de Rijder is blij met deze training. „Seksueel misbruik is een lastig onderwerp en de agenda’s zitten vol, toch doen we deze cursus. Het is nuttig en nodig om meer kennis van dit thema te hebben.” De scholing is eigenlijk een soort bhv-cursus, zegt hij. „We kunnen met wat we hier geleerd hebben iets signaleren, en vervolgens eventueel professionele hulp inschakelen.”
Zolder
In sneltreinvaart gaat hulpverlener Jantine door de stof die in de afgelopen vijf cursusdagen is besproken: ze laat zien wat er gebeurt op het moment van seksueel misbruik en welke gevolgen dat later heeft voor een slachtoffer.
Om 11.00 uur zijn de ervaringsdeskundigen aan de beurt, die de theorie aan den lijve hebben moeten ervaren. Het wordt muisstil in het zaaltje als de man –hij wil net als zijn vrouw niet met zijn naam in de krant– als eerste het woord neemt. „Welkom allemaal in ons leven. Het doet ons goed dat jullie naar ons verhaal willen luisteren.”
Zijn relaas over een gezin waar beide ouders geen echte interesse toonden in de kinderen, is aangrijpend. „Achteraf gezien weet ik dat dit een ideale voedingsbodem was voor wat volgde.” Als achtjarig jochie belandde hij op zolder, waar hij van zijn oudere broer seksuele dingen moest doen waar hij geen weet van had. „Opeens zat ik in zijn macht. Na afloop sloop ik de trap af in een dichte mist van schaamte, eenzaamheid en bangheid.” Op school gaat het niet goed: hij maakt zijn huiswerk niet, weet niet wat voor studie hij wil gaan volgen. „Maar niemand viel het op, helaas. Hoe kon het, vraag ik me nu af.”
Grenzen
Hoe diep de sporen zijn die het seksueel misbruik op zijn latere leven achterlaat, blijkt uit de rest van zijn verhaal. En uit dat van zijn vrouw. Hij worstelt met angst, met grenzen, met de opvoeding van de kinderen, met het in toom houden van zijn emoties. Na jaren gaat hij in therapie. Een lange, moeizame weg waarin veel bovenkomt. Zij ziet zijn worsteling van een afstandje en lijdt ook aan de gevolgen van het trauma. „Bij tijden wordt het me te veel.”
De vragen van cursisten komen vaak uit de praktijk. „Zou je over het misbruik gepraat hebben als er een docent was geweest die interesse in je toonde, met wie je een klik had?” Lastig achteraf te zeggen, vindt de ervaringsdeskundige. „Maar als er écht contact is tussen docent en leerling, kan de leraar misschien signalen opvangen. Als tip zou ik meegeven: probeer naast een jongere te staan. Laat weten dat hij niet hóéft te praten, maar dat hij mág praten.”
Wat doet zo’n traumatische gebeurtenis met je godsbeeld, wil een godsdienstdocent weten. „Ik heb bijna letterlijk met de vuist naar boven gestaan en geschreeuwd: Waarom dan?”, zegt de ervaringsdeskundige. „Tegelijk geloof ik dat God er was, ook in mijn hel. Dat ligt niet bij iedereen zo, anderen trekken de deur van de kerk achter zich dicht. Voor een docent is het een hele opgave om goed om te gaan met deze problematiek. Wat belangrijk is: probeer erachter te komen waaróm iemand doet zoals hij doet.”
Orthopedagoog Willianne ten Voorde-Clements is een van de deelnemers die deze les in de praktijk probeert te brengen, vertelt ze in de pauze. „Ik vraag eerder aan de jongere die ik voor me heb zitten wat hem of haar bezighoudt, in plaats van enkel naar iemands gedrag te kijken. Zo probeer ik erachter te komen wat voor pijn iemand meedraagt.”