Het is ieder voor zich in het onderwijs. Is er een alternatief?
Politiek Den Haag eist dat scholen steeds meer en steeds beter presteren. Koepelorganisatie Verus wil aan deze prestatiedrang een halt toeroepen. Woensdag presenteert de vereniging voor het katholiek en christelijk onderwijs een bundel met „tegendraadse beschouwingen over prestaties in het onderwijs”.

De Nijmeegse hoogleraar onderwijs vanuit ethisch en religieus perspectief, Theo van der Zee, redigeerde met lector Robert van Putten de bundel ”Onderwijs voorbij de meritocratie”. Verus hoopt hiermee scholen en de politiek aan het denken te zetten.
Van der Zee: „We zien dat meer en meer jongeren te maken hebben met stress, burn-out en mentale problemen. Gelukkig is daar veel aandacht voor, maar dan wordt er vooral gekeken hoe we de problemen op een psychosociale wijze kunnen aanpakken. Het is echter goed om een laag dieper te kijken: wat zit daarachter? Heeft het iets te maken met de manier waarop we met elkaar samenleven?
Ik denk ook dat de problemen te maken hebben met de manier waarop we ons onderwijs de laatste decennia hebben ingericht. Namelijk als een productieproces waarin we leerlingen op een zo effectieve en efficiënte manier toe willen leiden naar een diploma.”
Waar heeft dat denken toe geleid?
„De brede vorming is losgelaten en het onderwijs is verworden tot een sorteermachine voor diploma’s en de zo hoog mogelijke posities in de samenleving. Dat heeft het denken over onderwijs erg versmald. We zijn steeds meer waarde gaan hechten aan het toetsen en volgen van leerlingen. Dat leidt tot een ongezonde prestatiedrang, niet alleen bij scholen, maar ook bij leerlingen. Leerlingen denken dat ze steeds verder vooruit moeten komen in vergelijking met anderen. Want het draait uiteindelijk om individuele verdienste. Hun wordt gezegd: jij moet het zelf doen, de verantwoordelijkheid ligt op jouw schouders. Degenen die succesvol zijn, zullen hierin ongetwijfeld hun weg vinden. Degenen die minder succesvol zijn, voelen zich niet gekend en niet gezien. En dat leidt tot een gevoel van onbehagen. Door dit meritocratisch ideaal wordt de samenleving uiteengedreven. De gemeenschap verdwijnt uit het oog. Het is ieder voor zich.”

Wat is het alternatief voor dat meritocratische, prestatiegerichte onderwijs?
„Leerlingen moeten niet alleen gezien worden op basis van hun prestaties, maar eerst en vooral op basis van hun menswaardigheid. Het beter om te spreken over gelijke kansen op leven in plaats van te streven naar gelijke kansen op prestaties. Onbewust zien velen het vwo-diploma als het hoogste ideaal. Dat is te eenzijdig. We hebben elkaar nodig om tot een goede samenleving te komen. Dus naast vwo’er zijn ook vmbo’ers onmisbaar. Iedereen doet ertoe. Dat vloeit voort uit een christelijk mensbeeld. We zijn geen losse individuen die moeten concurreren met de ander. We hebben de ander nodig om te worden wie we zijn.”
Hoe moeten scholen dat concreet maken?
„De bundel die we presenteren, is geen stappenplan. We dagen de verbeelding uit. Als we in het onderwijs nu eens uitgaan van dat gemeenschapsdenken en van die brede vorming, hoe zou onderwijs er dan uit kunnen zien? Ik zie brede scholen waar vwo’ers, havisten en vmbo’ers in aparte gangen les krijgen en ook nog eens op apart tijdstippen pauze houden. Dan komen ze elkaar niet tegen, ook al zitten ze op dezelfde school.
Scholen kunnen ervoor kiezen om leerlingen die op verschillende schoolsoorten zitten, met elkaar te laten samenwerken bij bepaalde projecten, of misschien zelfs bij bepaalde vakken. Dan ervaren ze dat ze elkaar nodig hebben. Scholen die daar stap voor stap aan werken, boeken mooie, onverwachte resultaten.”
Maar als u denkt aan zaken als brede brugklassen en uitgestelde schoolkeuze, zal uw concept op weerstand stuiten in politiek Den Haag. Politieke partijen vinden dat de prestaties van de basisvakken rekenen, taal en schrijven juist omhoog moeten.
„De scholen die ik noemde, hebben soms ook verlengde brugklassen, maar de leerlingen volgen de belangrijke cognitieve vakken op hun eigen niveau. Bij het realiseren van projecten werken de leerlingen van verschillende onderwijsstromen met elkaar samen. Ook om ze te leren dat ze elkaar nodig hebben om een klus te klaren. Door die brede benadering stimuleer je ook de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen. Ze weten dan waarom ze iets leren.”
U benadrukt ook de waarde van persoonsvorming in het onderwijs. Hoe kunnen scholen daarmee aan de slag?
„Een van de manieren is aandacht geven aan het thema zingeving. En dan niet alleen in de betekenis van thuisraken in een religieuze traditie –dat is ook belangrijk–, maar ook om existentiële vragen van het leven met elkaar bespreken.
Wat we in de bundel doen, is kijken naar noties uit de christelijke traditie, zoals genade, hoop en gegeven talenten. Hoe kunnen die helpen om de verbeelding richting en kracht te geven? Zo richt Bram de Muynck in de bundel de focus onder meer op de gelijkenis van de talenten. Als je die uitlegt om de eigen verdiensten centraal te stellen, dan mis je de essentie van de gelijkenis. Ze is er vooral op gericht hoe je de ander ten dienste kunt zijn met je talenten.
Je kunt hoop interpreteren als positief in het leven staan, maar vanuit het christelijke perspectief wordt hoop aan je gegeven zoals ook genade aan je wordt gegeven.
Dat zijn fundamentele noties die zich vertalen in een andere inrichting van het onderwijs.”