Vooral chemie en basismetalen lijden onder hogere kosten
Binnen de Nederlandse industrie lijden vooral de chemie en producenten van basismetalen onder hogere kosten voor energie en de uitstoot van CO2. Dat meldt De Nederlandsche Bank (DNB) na onderzoek naar de effecten van de kostenstijgingen. Er zijn ook industrietakken in Nederland die kunnen profiteren.
De voorbije jaren stegen de prijzen voor gas en elektriciteit hard, onder andere door de Russische inval in Oekraïne. Ook zijn hoge investeringen nodig in het stroomnet. Het zijn vooral die hoge energiekosten die Nederlandse industriebedrijven dwarszitten. Hogere kosten voor CO2-uitstoot hebben volgens DNB een beperkter effect.
Chemiebedrijven zijn volgens DNB gevoelig voor hogere gasprijzen omdat ze daar relatief veel van gebruiken. Tegelijkertijd verkopen ze relatief veel buiten de EU, waar de kosten voor uitstoot en energie lager zijn. Papierfabrikanten kunnen juist profiteren van hogere energiekosten omdat ze vergeleken met het buitenland relatief zuinig werken.
Door stijgende prijzen voor energie, het stroomnetwerk en CO2-uitstoot daalt de productie in de chemische sector 8 procent en de basismetalenproductie 9 procent. Binnen de getroffen sectoren bestaan volgens DNB echter grote verschillen. Grotere bedrijven zijn minder gevoelig, onder andere omdat ze per verdiende euro minder energie verbruiken en CO2 uitstoten.
DNB merkt op dat meer gezamenlijk EU-beleid rond energie en CO2-beprijzing gunstiger is voor de Nederlandse industrie. Die concurreert namelijk vooral op de Europese markt en als fabrikanten daar ongeveer dezelfde kosten moeten doorberekenen is dat een voordeel.