In Veluwse beken stroomt oud water
Veel Veluwse beken hebben geen natuurlijke oorsprong, maar ze zijn ooit gegraven. Het water in hun bekken is tientallen tot honderden jaren oud. Zomaar twee weetjes uit de recent verschenen”Wandelgids Veluwse Beeklopen”. ****

De Leuvenumse of Staverdense Beek is een favoriete plek van Wim Huijser, een van de schrijvers van de wandelgids en publicist van zo’n tachtig andere werken op het snijvlak van geschiedenis, literatuur en landschap. ,Het is daar mooi wandelen langs helder water. Je kunt er volop genieten van kronkelende beekjes met zijtakken en nevenstroompjes. Ze nodigen je uit om even te gaan en je benen in het water te laten zakken. Het heeft iets weldadigs.”
De inwoner van Wageningen stelde samen met routemaker Rob Wolfs uit Dieren de wandelgids met routes langs Veluwse bekenstelsels samen. Van Arnhem tot Hattem en van Hierden tot Velp. „Lopen langs water is leuk”, schrijft Wolfs enthousiast. „Water beweegt en wiebelt en er is altijd wel wat te zien: een stromend takje, een watervalletje, torretjes, een libelle of een vogel die over het water scheert. En het geruststellende geluid van een kabbelend beekje geeft rust.”
Opleving
Veluwse beken kabbelen en stromen weer, constateert Huijser. Dat was drie jaar geleden, in 2022, wel anders. „Beken vielen droog in die loeihete zomer. Vrijwilligers vingen beekprikken om ze over te zetten naar grotere wateroppervlakten. Ik liep voor een reportage door kurkdroge beken bij Epe, terwijl er allemaal vragen bij me opkwamen. We hebben het altijd over de droge zandgronden van de Veluwe, terwijl zich daaronder een enorme zoetwaterbel bevindt. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar en hoe werken die beeksystemen? Ik kwam in contact met Maarten Veldhuis, specialist op het gebied van watersystemen, toen werkzaam bij het Waterschap Vallei en Veluwe. Het idee voor een boek ontstond.”

Kabbelende beken leken zeldzaam te worden, blikt Huijser terug. „Op landgoed Quadenoord in het Renkums Beekdal werd hard gewerkt aan het herstel van de historische watermolen. „Misschien moeten we er maar een elektromotor op zetten om de molen te laten draaien en te laten zien hoe die vroeger functioneerde”, zei de rentmeester, „want die beek gaat niet meer stromen.” Nu draait het scheprad toch weer.”
In de eerste maanden van 2023 keerde het water terug in de droge beken. „In het voorjaar regende het flink en dat bleef in de zomer doorgaan. Als je op de Veluwe ging wandelen , liep je op heel veel plaatsen over zompige paden. We zijn er nu weer aan gewend dat elke beek vol water staat. Toch blijft de situatie zorgelijk.”
Huijser spreekt van een tijdelijke opleving. „De grote lijn is dat we vaker met droogte en hoge temperaturen te maken krijgen dan met een overvloed aan water. De klimaatverandering treft ook de Veluwse beken, maar het is op dit moment even niet zichtbaar.”
Complex
Huijser en Wolfs geven in hun wandelgids uitleg bij de Veluwse beken en het droogteprobleem, waarbij ze dankbaar gebruikmaken van de kennis van Veldhuis. De twee schreven samen al zeven wandelboeken. „We gaan altijd voor een gids plus. Wandelen op zich is al leuk, maar het is nog veel interessanter als je het verhaal achter een gebied kent. Van Maarten hebben we veel geleerd over het water op de Veluwe en over de complexe werking van de bekenstelsels.”
Huijser probeert een en ander toch in een paar woorden samen te vatten. „Het komt het erop neer dat regenwater de Veluwse bodem in trekt en vervolgens in de grootste zoetwaterbel van Nederland terechtkomt. Die bevat een hoeveelheid water die zeven keer groter is dan al het water in het IJsselmeer. Uiteindelijk komt het regenwater, door vele bodemlagen gezuiverd, aan de flanken van de Veluwe als kwelwater omhoog. Door de Veluwse beken stroomt dus in feite oud water. De waterdruppels in de bedding kunnen wel tientallen tot honderden jaren oud zijn. In de Gelderse Vallei verloopt het allemaal veel sneller. Daar is alles ingericht om het regenwater via vele slootjes snel naar een beek te brengen, die het vervolgens meteen afvoert richting het Veluwemeer.”

Vooral op de Noord-Veluwe aan de IJsselkant steekt nog een ander fenomeen de kop op: kleischotten. „Die bevinden zich in de bodem; het grondwater loopt er op een gegeven moment tegenaan. Doordat het ijzer erin oxideert, krijgt het water een rode kleur. Een argeloze passant vraagt zich vervolgens af wat voor viezigheid er in het water is geloosd, maar de aanwezigheid van rodolm, is het resultaat van een volkomen natuurlijk proces.”
Bedrijfsbeken
De langste natuurlijke beek op de Veluwe heet achtereenvolgens Staverdense Beek, Leuvenumse Beek en Hierdense Beek. „De oudste molens waren langs natuurlijke beken gebouwd. Al in 1076 was er een bij Velp. In de eeuwen daarna volgden Apeldoorn en Beekbergen. In die tijd werd er vooral graan van de plaatselijke boeren gemalen”, aldus Huijser.
De meeste beken zijn echter het resultaat van mensenwerk. „Veel mensen kijken daarvan op. In de zeventiende en de achttiende eeuw werden aan de randen van de Veluwe sprengenbeken gegraven voor de aandrijving van watermolens en, vanwege de helderheid van het water, voor het maken van papier.”
Op het hoogtepunt verrezen er op de Veluwe zo'n tweehonderd watermolens. „Toen de techniek van het papiermaken veranderde, werd een aantal papiermolens omgebouwd tot wasserij. Met het zachte Veluwse water kreeg je een heldere was. Zelfs wasgoed uit het westen van het land werd naar de Veluwe gebracht. In de eerste helft van de twintigste eeuw raakten watermolens hun economische waarde kwijt. Veel beekstelsels raakten daardoor in verval. Waar ooit 80 liter per seconde stroomde, is dat door de daling van de grondwaterstanden nu misschien nog 10 liter. Daar kun je moeilijk een watermolen op laten draaien.”

Een van de bedrijfsbeken is de Soerense Beek, dicht bij het huis van Rob Wolfs. Hij heeft altijd een zwak gehad voor deze waterstroom, vertelt hij. „Ik maak daar graag een ommetje. De Soerense Beek met z'n sprengen is relatief laat gegraven, in de tweede helft van de negentiende eeuw. Toch hebben hier drie papiermolens en een korenmolen gestaan met schitterende namen: Nagedacht, Goedgedacht en Welbedacht. Boven op de smalle paadjes over de hoge wallen langs de diep ingesneden en ingesnoerde Soerense Beek geniet ik van het dubbelloof langs de oevers, een bijzonder elegante varen die je alleen langs sprengen tegenkomt. Bij de drie sprengkoppen die de beek voeden ligt een zeer idyllische plek, waar je de buitelende beekjes met trappetjes moet oversteken. Hier zie je echt goed dat een beek een vertakt systeem van verschillende beekjes is.”
Jaargetijden
Het mooiste moment om een beek te beleven is volgens Huijser een warme zomerdag. „Als de grote plassen en meren in de hitte zinderen, kabbelt het koele water van een beschaduwde bosbeek voort, wat zorgt voor mentale koelte. Maar als het flink heeft gevroren, kan een wandeling langs beken met bevroren watervalletjes ook betoverend zijn. Onze routes zijn in alle jaargetijden te lopen. Dat raden we zelfs aan. Bepaalde trajecten kunnen soms nat en modderig zijn, maar dat zal de echte beekwandelaar niet thuis houden.”