Advocaat wil ook in hoger beroep vrijspraak ‘Zwarte Cobra’
Het gerechtshof moet ‘Zwarte Cobra’ Henk R. (74) vrijspreken van betrokkenheid bij een dubbele liquidatie bijna 32 jaar geleden in Antwerpen. Dat betoogde zijn raadsman Mark Teurlings donderdag tijdens de slotdag van het hoger beroep bij het hof in Amsterdam.
Slachtoffers van de aanslag waren de Griekse diamantair en drugshandelaar Henie Shamel (55) en zijn vriendin Anne de Witte (44). De twee werden op 9 mei 1993 kort na middernacht in hun geparkeerde auto onder vuur genomen door twee mannen en overleden enkele dagen later aan hun verwondingen. De moord was een van de zaakdossiers in het grote liquidatieproces Passage. Drie direct betrokkenen - twee tussenpersonen en een schutter - werden in die strafzaak veroordeeld. R. kon destijds niet worden berecht. Hij zat vanwege een plan om xtc te smokkelen een celstraf van zeventien jaar uit in de VS. In 2021 werd hij overgebracht naar Nederland.
De rechtbank in Amsterdam sprak de voormalige drugsbaron in 2023 vrij. Het OM, dat de ‘Zwarte Cobra’ beschouwt als opdrachtgever, had in de zaak 22 jaar gevangenisstraf geëist. Dat gebeurde dinsdag opnieuw. Maar volgens Teurlings „is er geen bewijs” tegen zijn cliënt.
In zijn pleidooi schoof Teurlings net als in 2023 de inmiddels overleden hasjhandelaar Stanley Esser naar voren als veel waarschijnlijker opdrachtgever. Esser verloor tijdens een ontmoeting met Shamel in 1984 een oog toen hij in het hoofd werd geschoten en zou sindsdien uit zijn geweest op wraak. Ook ligt er een getuigenverklaring van een goede vriend van Shamel dat de diamantair de fatale avond geld zou krijgen van „de Surinamer uit Nederland” die hij eerder had neergeschoten. Daarnaast wees Interpol Esser in 1993 al aan als dader, aldus Teurlings.
De strafpleiter verweet het OM tunnelvisie en noemde het „onbegrijpelijk” dat de beschuldigende vinger „nog steeds” naar R. wijst. Justitie is volgens hem „nooit op zoek geweest naar de opdrachtgever, maar naar bewijs tegen mijn cliënt”. Andere scenario’s zijn „continu genegeerd”, zei hij.
R. heeft altijd ontkend. De uitspraak is 22 april.