Wetenschap 29 mei 2001

Uit alle macht sleutelen om de Constellation in de lucht te krijgen

Werken aan ”Connie” bij 40 graden

Door H. G. Heiden
Zaterdag, 05.58 uur. Op een binnenweg in de Amerikaanse staat Arizona rijdt een knalrood personenbusje voor mij flink door. Ik ben op weg naar Avra Valley/Marana Airport nabij Tucson, waar een team van luchtvaartmuseum Aviodome zijn recent verworven Lockheed Constellation (koosnaam ”Connie”) aan het opknappen is voor de geplande overtocht dit najaar naar Nederland.

Het vroege tijdstip en de sportieve rijstijl van de chauffeur doen me vermoeden dat hier mijn medelanders rijden. Als het busje even voorbij de hoofdingang van Marana een ongeplaveide weg inrijdt, kan het niet missen: ik volg het goede spoor en ben ook mooi op tijd. Marc Westenberg, projectmanager van het technische Connie-team, had me verteld dat zijn ploeg zes dagen lang om 06.00 uur begint.

Zeer warm
De Connie werd in 1993 gekocht door de Stichting Constellation Nederland (SCN). Eerder dit jaar is het toestel om niet overgedragen aan Aviodome. Het museum heeft zich tegenover de SCN verplicht alles in het werk te stellen om de Connie vliegwaardig te maken en naar Nederland over te (laten) vliegen. Het toestel krijgt uiteindelijk een plaats in het Nationaal Luchtvaart ThemaPark dat, als alles naar wens verloopt, in 2003 op de luchthaven Lelystad zijn poorten opent.

Marc en zijn team begroeten me joviaal en gaan direct aan de slag. Tijd voor koffie is er (nog) niet, want er moet aan de Constellation veel gesleuteld worden. Vandaag wordt er ook aan de buitenkant van het toestel gewerkt en dat is geen pretje bij een temperatuur die oploopt tot zo'n 40 graden. Geen getreuzel derhalve. Want dit team is er in mei slechts twee weken en dat betekent aanpakken. Het Nederlandse toestel staat geparkeerd op het platform bij de onderhoudshangar van de Constellation Group Inc. (CGI). Onder auspiciën van deze organisatie, die zelf een vliegwaardige Connie in de kleuren van het Military Air Service Transport (MATS) heeft, sleutelen teams van Aviodome hier dit jaar in vijf sessies aan de Connie.

Schat
De ploeg die ik hier ontmoet, bestaat uit Marc Westenberg, grondwerktuigkundige (gwk) bij de KLM, Kees Jan Nulkes, ook KLM-gwk'er, Paco van den Berg, operations officer bij de 'Koninklijke', Erling Brom, werkzaam bij de afdeling Avionics van jawel, de KLM, Peter Baeten, oud-onderhoudsmonteur bij de Marineluchtvaartdienst, en Raymond Oostergo, projectmanager speciale projecten van Aviodome. Bij elkaar een indrukwekkend gezelschap dat borg staat voor een schat aan organisatorische en technische kennis.

Marc, Kees Jan en Paco hebben in 1999 veel werk verricht om de DC-2 ”Uiver” vanuit Amerika naar Nederland te krijgen. Erling informeerde tijdens de rondtour van de DC-2 door Nederland op alle zestien vliegvelden het publiek als spreekstalmeester. Peter is lid van het onderhoudsteam van de DC-2. Raymond, Marc en Peter waren lid van het bergingsteam dat eerder dit jaar de overblijfselen van de Fokker F-8 ”Duif” in het binnenland van Venezuela borg en naar ons land liet komen.

Weer rechtsom
Bij de eerste aanblik van het toestel ben ik even met stomheid geslagen. Het vliegtuig ziet er niet uit. Het is verveloos en de gondel van motor 3 is pijnlijk leeg. Ook de afwezigheid van de neussectie en delen van de rudders (luchtroeren) maken de aanblik van de Connie er niet mooier op. Binnen ontbreekt de vloer en de cockpit ziet er uitgeleefd uit. Marc, die door de FAA (de Amerikaanse Rijksluchtvaartdienst) volledig bevoegd is verklaard om aan de Connie te werken en die ook te zijner tijd een vliegwaardigheidsverklaring mag afgeven, kan zich m'n bedenkingen voorstellen. „Maar”, zegt hij resoluut, „technisch is het project gewoon haalbaar. We gaan eerst voor de techniek en pas daarna voor de cosmetica. Op dit moment ligt de hele operatie in het dal van de restauratie, waarbij veel zaken aan het toestel open liggen. We gaan nu wat we noemen weer rechtsom. Verschillende onderdelen zijn gedemonteerd en worden vervangen. Andere gaan ter controle of reparatie naar verschillende werkplaatsen in Amerika.”

Kees Jan vult aan: „Vanuit technisch oogpunt wordt de Constellation elke dag beter. Je moet de grote lijnen van de restauratie in de gaten houden en die lopen volgens plan. Drie motoren lopen inmiddels als een trein. De rudders hebben we eraf gehaald omdat er enkele deuken inzaten. Inmiddels zijn deze richtingsroeren uitgedeukt en worden ze opnieuw bespannen. Die komen er dan ook weer fabrieksnieuw op.” Paco over de cabine: „Daar gaan we zelf een houten vloer in leggen. Een hele klus, maar dat lukt ons wel.”

Zoektocht naar motor
Volgens Marc is het airframe van de Constellation een van de beste die hij heeft gezien. „Corrosie is er nauwelijks.” Hoewel de viermotorige Constellation indertijd bekend stond als het beste driemotorige toestel ter wereld –tijdens de vlucht viel er nogal eens een motor uit– zal het vliegtuig van de FAA toch niet op drie motoren de lucht in mogen. Connie-motoren (Curtiss Wrights) zijn echter schaars. Waar komt de vierde vandaan? Marc: „Ik heb nu drie opties op een motor en heb goede hoop dat we er één kunnen kopen.”

De Constellation Group Inc. is eigendom van Vern Rayburn, een topman uit de computerwereld met een tik voor vliegtuigen, en Marc is uitermate tevreden over de samenwerking met diens organisatie. „We krijgen alle hulp die we nodig hebben.” Over zijn eigen team is hij ook goed te spreken. „Samenwerking en het elkaar aanvoelen verlopen prima.” Erling merkte eerder al op dat iedereen elkaar bij problemen goed opvangt. Dat wordt tijdens mijn bezoek ook geregeld in de praktijk gebracht.

Tijdens de rondleiding die Marc geeft, schroomt Paco niet enkele keren zijn advies te vragen. Ook de andere teamleden doen van tijd tot tijd een beroep op de ruim twintigjarige ervaring van de projectleider. Als het sluitmechanisme van een bagageluik zich uiterst weerbarstig toont en met ladingen WD-40 (kruipolie) enkele schroeven niet loskomen, wordt uiteindelijk met drie man sterk en een boor die klus geklaard. Peter is inmiddels aan het project verknocht. „Pas enkele jaren geleden, tijdens een luchtshow in Texel, zag ik voor het eerst een Connie in levenden lijve. En nu sta ik er zelf aan een te sleutelen.”

Raymond, die rechten studeert, noemt zichzelf het „derde en vierde handje” om te helpen. Hij verzorgt onder meer alle zaken die met de logistiek van het project te maken hebben en houdt de informatie voor het thuisfront bij. Raymond schrijft ook het dagboek van de expeditie dat, inclusief foto's, op de website van Aviodome wordt gepubliceerd. Een van de administratieve zaken die inmiddels zijn geregeld, is de aanvraag voor een nieuwe registratie bij de FAA. De Connie gaat nu nog door het leven als N749VR (van Vern Rayburn) en dat wordt N749NL.

Technische gegevens van de Nederlandse Constellation:

Type : C-121A; militaire versie

Spanwijdte: 37,5 meter

Lengte: 29,0 meter

Hoogte: 7,0 meter

Gewicht: 27.800 kg

Kruissnelheid: 525 km/uur

Motoren: Curtiss Wright Cyclone (4 x)

Brandstofcapaciteit:

12.804 liter

Vliegbereik: 6.920 kilometer

Benodigde startlengte : 1.158 meter

Benodigde landingslengte:
701 meter

Eerdere berichtgeving:
Uiver maakt toer langs vliegvelden (21 augustus 1999)

Berging van Fokker F 8 in jungle (28 februari 2001)

Constellation: vliegen in ondergoed (27 maart 2001)

Aviodome verhuist naar Lelystad (3 april 2001)

Relevante website:
Dagboek over 'Connie's comeback'