Wetenschap 10 oktober 2000

Ruilhandel in geschonden levens

Door S. M. de Bruijn
Een Iers meisje van 11 wordt 'uitgehuwelijkt' voor een bedrag van 35.000 gulden. Om de beurt misbruiken mannelijke familieleden van de bruidegom het kind. Twee Poolse ouders verkrachten hun jonge dochtertje en bieden foto's daarvan te koop aan. Twee waargebeurde voorbeelden uit een lange trieste reeks.

Kindermisbruik staat weer op de agenda. Twee weken geleden is een groot Italiaans-Russisch netwerk opgerold waarbij kinderen –onder wie baby's– werden misbruikt en zelfs gefolterd met elektroden. Vorige week besloot de Nederlandse justitie tot een veertigtal strafrechtelijke onderzoeken naar aanleiding van een voorraad kinderporno, van de Dr. Edward Brongersmastichting, zogenaamd wetenschappelijk archiefmateriaal, van veertig verhuisdozen vol. Afgelopen donderdag belegden politie en justitie in Utrecht een besloten bijeenkomst waarop bleek dat het aantal afgedane kinderpornozaken in 1999 verdrievoudigd is ten opzichte van het jaar ervoor. Namen als Maartje, Sybine en Nienke spreken boekdelen, maar zijn in feite 'slechts' uitwassen van een veel groter probleem: het seksueel misbruik van kinderen.

Toename meldingen
Moderne communicatiemiddelen hebben de drempel voor kinderpornografie sterk verlaagd. Het immer uitdijende internet blijkt een eldorado voor pedofielen. „Een paar jaar geleden vond je op internet vooral de computerhobbyisten die toevalligerwijs ook pedofiel waren. Inmiddels is internet ingeburgerd en heeft het professionele kinderpornocircuit de verspreidingsmogelijkheden ervan ontdekt”, zegt Christine Karman, directeur van het Meldpunt Kinderporno. Dat is haar verklaring voor de toename van het aantal meldingen: „In de beginjaren, 1996, 1997, kregen we tien meldingen per week. Nu is dat twintig of dertig meldingen per dag.”

Het verhaal van Karman strookt met de bevindingen van haar collega's in andere landen. Jeanette Åsli, van het meldpunt in Noorwegen, had vorig jaar 6000 meldingen –„waarvan sommige met wel tien verschillende adressen”–, zo'n beetje het dubbele van het jaar daarvoor. „De ondergrondse markt voor dit fotomateriaal is enorm. Het aanbod aan kinderporno is gedurende het laatste jaar sterk gegroeid, vooral vanuit Rusland, Tsjechië, Polen en de Baltische staten.” Per-Erik Åström van het meldpunt in Zweden krijgt minder meldingen binnen, 700 stuks, maar ook dat is vier keer zoveel als het jaar ervoor. Helena Molander uit Finland heeft een soortgelijke ervaring.

Database
Toch zegt het aantal meldingen dat bij de zogenaamde hotlines binnenkomt niets over het daadwerkelijke misbruik van kinderen. De laatste jaren is er veel meer publiciteit rond kinderporno en ook de bekendheid van de meldpunten neemt toe. Evenals haar Scandinavische collega's verwijst Karman voor harde cijfers naar het onderzoek van een Ierse hoogleraar psychologie, dr. Maxwell Taylor, die het vóórkomen van kinderporno op internet bestudeert. Het is vrijwel het enige goede onderzoek op dit gebied.

Taylor geeft leiding aan de projectgroep Copine –de afkorting van Combating Paedophile Networks in Europe– van het University College Cork, die een van de grootste kinderpornodatabases ter wereld beheert. Sinds 1996 brengen Taylor en zijn zeven collega's kinderporno op internet in kaart. „Wij hebben inmiddels een bestand van rond de 80.000 afbeeldingen. Ik denk dat we alle, of in elk geval vrijwel alle, publiek toegankelijke kinderporno bezitten.” De database is een belangrijke bron van informatie voor instanties als Interpol, maar ook voor politiekorpsen uit allerlei landen, waaronder dat van Amsterdam.

Blindelings
De belangrijkste bronnen voor Taylors database zijn de nieuwsgroepen op internet. „Wij kopiëren permanent alles wat in de nieuwsgroepen verschijnt. Per week halen we tussen de 2000 en 4000 kinderporno-afbeeldingen op. Het meeste daarvan is oud, en er is erg veel dubbel materiaal. We schatten dat er in totaal zo'n 2000 verschillende jongens en meisjes op staan. Dat is grotendeels oud spul, soms wel dertig of veertig jaar oud, vaak gescand uit tijdschriften. Tien tot 15 procent dateert van de laatste tien jaar, dus zo'n 300 kinderen. Dat betreft alleen de foto's waarop duidelijk seksuele handelingen te zien zijn. Daarnaast zijn er nog foto's van zo'n 2000 kinderen die naakt poseren; daar zitten veel meer recente foto's tussen.”

Het belangrijkste doel van de database is het beoordelen of een afbeelding nieuw is, of zelfs een nieuw kind betreft. „Onze mensen zien dat bij wijze van spreken blindelings.” Taylor heeft geen bewijzen dat er nu meer kinderen seksueel misbruikt worden dan vroeger. „Wij schatten dat er iedere maand één of twee nieuwe kinderen opduiken in de nieuwsgroepen. De laatste tijd zitten er inderdaad relatief veel Russische jongetjes tussen.”

De meeste kinderen zijn tussen de zeven en elf jaar oud, maar die leeftijd gaat omlaag, zegt Taylor. „Het aantal foto's van kinderen jonger dan vijf is weliswaar klein, maar het zijn er meer dan twee jaar geleden.” De database bevat ook allerlei technische gegevens die mogelijk tot het adres van de afzender kunnen leiden. Het team van Taylor bestudeert de foto's nauwkeurig om de leeftijd van de kinderen en de omgeving waarin ze gefotografeerd zijn, vast te stellen. „Bij recente foto's zie je steeds vaker dat de dader probeert de achtergrond van de kamer onherkenbaar te maken.”

Taylor haast zich om te zeggen dat zijn collectie maar de buitenkant is van een onbekend reservoir aan kinderporno. „Wat wij aantreffen is datgene waar in principe iedereen bij kan. We weten niet of dat het grootste deel is, want vermoedelijk gaat er veel kinderporno om in afgesloten chat-kanalen. Daar kun je zelfs met de beste technische hulpmiddelen niet bij. Onze aantallen zijn een indicatie. Ik ben er zeker van dat het werkelijke aantal aanzienlijk hoger is.” Waar de Ierse hoogleraar zich vooral zorgen om maakt, is dat een groot deel van de foto's onmiskenbaar afkomstig is uit video's. „Dat betekent dat er nog een circuit bestaat waarin video's geruild of verhandeld worden.”

Gemeenschap
Ruilhandel is karakteristiek voor de pedofiele internetgemeenschap. „Ruilen geeft een veilig gevoel: beide pedofielen hebben er belang bij om de ander te beschermen.” Taylor zegt dat er een georganiseerde ondergrondse pedofielencommunity op internet bestaat. „Die strekt zich uit over de landsgrenzen en stelt de relatief geïsoleerde pedofiel in staat veilig met anderen over zijn interesse te spreken. Ze geven elkaar morele steun, helpen elkaar, vertrouwen elkaar en wijzen op de anonieme mogelijkheden die internet biedt. Bij die community horen, ervoor uitkomen dat je pedofiel bent, is voor hen net zoiets als dat jaren geleden ook voor homoseksuelen gold. Het gaat om vele, vele duizenden.” Door de uitgebreide database krijgt de hoogleraar psychologie ook inzicht in het gedrag en de drijfveren van de pedofielen. Hij is ervan overtuigd dat deze circuits niet alleen in foto's maar soms ook in kinderen handelen.

De foto's die Taylor in de nieuwsgroepen aantreft, betreffen de 'lekkages' uit het gesloten circuit. „Het kan twee, drie, of wel zes jaar duren voor zo'n foto openbaar komt. En er zijn zelfs mensen die uitsluitend een privé-collectie bezitten en niets verspreiden. Voor ons is het van belang om nieuwe foto's direct te herkennen, om het desbetreffende kind zo snel mogelijk te kunnen helpen.”

Dat is lastig speurwerk, zegt Per-Erik Åström van het Zweedse kinderpornomeldpunt. „De professionals zijn heel moeilijk te pakken. Ze werken met kleine verzendlijsten, met tien of vijftien e-mailadressen, die ze telkens veranderen, net als de internetadressen van hun computers. Ze spreken met elkaar af dat een bepaalde computer bijvoorbeeld van 1 tot 3 uur 's nachts toegankelijk is. Ze richten een besloten internetclub op, maar die kan weer plotseling verdwijnen.”

Extreem
Schokkend aan de Italiaans-Russische affaire is volgens Taylor dat hieruit blijkt dat er ook kinderporno via internet verhandeld wordt. „We gingen ervan uit dat de meeste kinderporno met gesloten beurs werd uitgewisseld, maar blijkbaar zijn er mensen die er geld aan willen verdienen. Opvallend, omdat er al zoveel gratis beschikbaar is. Waar ik me zorgen over maak, is dat kinderen steeds meer als een ding worden beschouwd dat je naar behoefte kunt manipuleren. Pedofielen zoeken steeds extremer vormen. Bovendien: omdat het zo gemakkelijk voorhanden is, spreek je latente behoeften aan van mensen die er anders niet naar zouden zoeken.”

Als illustratie daarvan citeert Taylor een internetbericht van een pedofiel: „Met deze hobby verveel je je na een tijdje met het gewone en neem je wat meer risico om aan nieuw spul te komen. Dat is een natuurlijk proces. Net als bij diefstal. Je begint klein. Dat gaat vervelen. Dan ga je voor het grote...”

Relevante websites:

Onderzoek van prof. dr. M. Taylor:
www.stop-childpornog.at

Meldpunt Kinderporno:
www.meldpunt.org