Voorpagina 4 maart 1999

Zie ook:
Refo-scholen willen schoon kennisnet

Reacties op 'schoon' Internet

'Schoon' Internet voor refo-scholen

Van onze redacteuren
PUTTEN – Een team van twintig vrijwilligers gaat 50.000 Internet-pagina's keuren en indelen in rubrieken. De websites die verantwoorde informatie bevatten, worden toegankelijk voor het reformatorisch onderwijs via een centrale computer bij de Erdee-holding in Apeldoorn. Vanenburg Ventures, voorheen Baan Investments, levert de software om een 'schoon' Internet mogelijk te maken.

Dat heeft het ”Afstemmingsoverleg ICT en reformatorisch onderwijs” vanmorgen bekendgemaakt. In het platform zitten naast de scholen ook de Erdee-holding en Vanenburg Ventures. Hun initiatief is bedoeld als alternatief voor het landelijke KennisNet, een digitaal informatienetwerk van scholen, bibliotheken, musea en culturele instellingen, aangestuurd door het ministerie van Onderwijs. De reformatorische scholen willen hun leerlingen niet op KennisNet hebben, omdat zij dan met onverantwoorde informatie in aanraking kunnen komen.

Tien mensen uit het onderwijs en tien medewerkers van de Erdee-holding gaan 2 maanden lang 50.000 Nederlandstalige websites op Internet screenen. Zij doen dat aan de hand van drie criteria: is de informatie op grond van de tien geboden verwerpelijk, voor welke leeftijd is de website geschikt en aan welke kenmerken voldoet de Internet-pagina. Bij dit laatste moet worden gedacht aan vragen als: Over welk onderwerp gaat het en zit er muziek of video bij? Door de bulk aan informatie op Internet te rubriceren, wordt zij beter toegankelijk én kunnen scholen kiezen welke rubrieken ze willen gebruiken.

Thuis
Vanenburg Ventures levert de software die nodig is om te filteren en te rubriceren. De Erdee-holding heeft met KPN/Telecom een contract afgesloten waardoor de scholen tegen lokaal tarief kunnen inbellen op de Erdee-computer.

Voorlopig is het schone Internet alleen bedoeld voor de scholen. De initiatiefnemers sluiten niet uit dat het bij gebleken succes ook voor leerlingen en studenten privé beschikbaar komt. Zij willen echter het nemen van een Internet-aansluiting thuis niet stimuleren. Na afloop van het experiment bekijken de drie participanten of zij verdergaan met hun project en hoe het dan financieel geregeld moet worden.