Boekrecensie

Titel: Een gevoel apart. Effectief omgaan met depressies en andere stemmingsstoornissen
Auteur: Peter C. Whybrow

Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Amsterdam, 1998
ISBN 90 284 1808 3
Pagina's: 399
Prijs: ƒ 59,90

Recensie door drs. A. Molenaar - 6 januari 1999

Whybrow belicht stemmingsstoornissen

Gezonde aspecten van stress

„Pas toen ik medicijnen ging slikken, kon ik mijn emotionele problemen gaan aanpakken. Ik heb geweldig veel baat gehad bij psychotherapie, maar als de therapie vooraf was gegaan aan de medicatie, had ik de rest van mijn leven bij de psychiater op de bank gelegen.” Dit citaat van Susdan Dime-Meenan geeft de toon aan van het boek ”Een gevoel apart”, een van de vele uitgaven over depressies en andere stemmingsstoornissen.

De doelgroep die de schrijver op het oog heeft, bestaat uit zowel patiënten als betrokkenen. Het boek is ook geschreven voor de hulpverleners die mensen met de problematiek behandelen. De schrijver, Peter C. Whybrow, is hoogleraar psychiatrie in Amerika. Hij gaat uitgebreid in op allerlei aspecten van de stemmingsstoornis. In een korte proloog besteedt Whybrow aandacht aan zijn motieven om dit boek te schrijven. Ook geeft hij hierin zijn visie op de plaats van stemmingsstoornissen in verhouding tot ziekte en gezondheid.

Het boeiende in het boek zijn de verhalen van patiënten met stemmingsstoornissen. Deze verhalen nemen een ruime plaats in. Zo licht Whybrow in het tweede hoofdstuk de theorie over het begrip ”emotie” (uit hoofdstuk 1) toe aan de hand van het verhaal van een jonge vrouw, die een depressie ontwikkelde. In hoofdstuk 3 staat hij stil bij de geschiedenissen van twee mannen die leden aan een manie, een toestand van ziekelijke opgewektheid en daarin het tegenbeeld van een depressie. Whybrow weet in de beschrijving van deze verhalen een toon te vinden die tot lezen uitnodigt.

Verschuiving
Dit geldt iets minder voor de uitgebreide theoretische verhandelingen over stemmingsstoornissen. In hoofdstuk 4 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de ontwikkeling van het emotionele ”ik”. Whybrow staat stil bij de verhouding tussen lichaam en geest, en de ontwikkeling van de opvattingen over deze relatie in de geschiedenis. Hij reduceert de geest tot de subjectieve activiteit van de werkende hersenen. Deze visie van de schrijver zal voor een deel verbonden zijn met zijn idee dat een en ander een evolutionair aspect heeft. Whybrow beweert dat het begrip emotie ingevoerd is door Darwin, die pogingen deed om de overeenkomsten tussen het uiten van emoties van mensen uit verschillende culturen en andere sociale zoogdieren te vinden. Of deze opvatting ook doorwerkt in de huidige hulpverlening, is een vraag die nadere uitwerking behoeft.

Hoofdstuk 5 gaat over de verschuiving in het denken in de psychiatrie, waarbij depressies en stemmingsstoornissen weer vooral ziektes geworden zijn. Hoofdstuk 6 gaat uitgebreid in op allerlei veranderingen en hormonale wisselingen in de hersenen, samenhangend met het thema van het boek. Veel van de verstrekte informatie is gebaseerd op recente onderzoeksgegevens.

In het volgende hoofdstuk gaat Whybrow in op de gezonde aspecten van stress. Stress wordt daarbij gezien als een uiting van een zichzelf regelend systeem, dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden. Hoofdstuk 8 gaat onder andere in op allerlei aspecten van stress. Er wordt in dit hoofdstuk ook aandacht besteed aan het feit dat de ernst en de hevigheid van stressbeleving méér verband lijken te houden met de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de veroorzaker van de stress dan met de oorzaak van de stress zelf.

In hoofdstuk 9 schrijft de auteur over de in overvloed beschikbare medicamenteuze middelen die voor de behandeling van depressieve stoornissen gebruikt worden. In het laatste hoofdstuk wordt opnieuw aandacht besteed aan de problematiek van een van de patiënten uit hoofdstuk 3, maar nu in de situatie dat zijn stemmingsstoornis met behulp van medicatie en ondersteunende gesprekken beheersbaar is geworden.

In de epiloog maakt Whybrow nog een aantal slotopmerkingen en geeft hij een 83 pagina's tellend notenapparaat van vooral wetenschappelijke aard. Het boek sluit af met een namen- en zakenregister.

Verdriet
De schrijver geeft soms levendige tekeningen van de problematiek van depressie en andere stemmingsstoornissen, die ook in het leven van alledag veel invloed kan hebben. Daarvoor maakt hij in een aantal gevallen gebruik van eigen belevingen. Zo staat hij stil bij het overlijden van zijn vader en beschrijft hij hoe hij op het graf de toespraak die hij als oudste zoon had voorbereid, niet kon houden omdat hij overspoeld werd door verdriet. Toen ervoer hij ook hoe verdriet in sterke mate verband houdt met angst. Naar aanleiding van dit voorbeeld staat hij stil bij de vergaande consequenties van de stemmingsstoornissen. Die beïnvloeden niet alleen de stemming, maar ook het communiceren met anderen, het geheugen, het nemen van besluiten en allerlei gedragingen, waaronder het functioneren van het eigen lichaam.

Het boek sluit goed aan bij de actuele medische praktijk van vandaag. Daarin is het op het ogenblik zo dat dat er sneller medicatie wordt gebruikt bij het behandelen van stemmingsstoornissen dan in het (recente) verleden. Dit heeft zowel te maken met opvattingen over ziekte en gezondheid als met de beschikbaarheid van de middelen.

Een enkel onduidelijk punt trof ik aan. Dit herhaalt zich soms in het medische taalgebruik. Het gaat om de omschrijving van het begrip ”hypomanie”, dat op de klank af uitgelegd wordt als ”bijna manisch”. Volgens de officiële definitie onderscheidt de hypomanie zich echter niet uitsluitend van de manie in de intensiteit van de ontremde stemming, maar soms ook vooral in de duur van de ontremde stemming. In het laatste geval is het een manisch beeld, dat langer dan 4 en korter dan 7 dagen duurt en niet tot een opname leidt.

Discussie
In een van de beschrijvingen gaat Whybrow in op het probleem dat soms speelt in de diagnostiek van de stemmingsproblematiek: moet de stemmingsstoornis als ziekte worden gezien of hangt deze grotendeels samen met iemands persoonlijkheidsproblematiek? Het antwoord op deze vraag heeft gevolgen voor de medicamenteuze behandeling. Volgens de heersende opinie zijn persoonlijkheidsproblemen moeilijker met medicijnen te behandelen dan psychiatrische ziekten. Ook over deze mening bestaat overigens veel discussie. Die spitst zich dan toe op de vraag of ook problematiek die in de persoonlijkheidsstuctuur verankerd is, niet als ziekte gezien kan worden en als zodanig medicamenteus behandeld kan worden.

Al met al is ”Een gevoel apart” een uitgebreid voorlichtingsboek, vooral voor diegenen die veel informatie zoeken. Als zodanig laat het zich goed lezen.