Gemeenten, huurders en corporaties: pas huurwet niet aan
Huurders, woningcorporaties en gemeenten willen dat de vorig jaar ingevoerde huurwet niet wordt aangepast. De Woonbond, Aedes en VNG reageren hiermee op nieuwe cijfers van het Kadaster. Daaruit blijkt dat investeerders in het laatste kwartaal van vorig jaar veel meer huurwoningen verkochten.
De forse stijging van verkochte huurwoningen door investeerders heeft onder meer te maken met de invoering van de Wet betaalbare huur. Deze wet bepaalt een maximale huurprijs voor woningen in het middensegment, waardoor ze voor investeerders minder rendabel werden.
Het aanpassen van de Wet betaalbare huur kan voor huurders „grote negatieve gevolgen hebben”, waarschuwen de vertegenwoordigers van huurders, corporaties en gemeenten. „Goed bestuur betekent wetgeving die vorig jaar om goede redenen is ingevoerd in stand houden”, stellen zij. De partijen benadrukken dat verhuurders vooral behoefte hebben aan duidelijke regels en een stabiel investeringsklimaat. Veranderingen aan de huurwet zouden niet in hun belang zijn.
Woonminister Mona Keijzer is bezorgd over de verkoopgolf van huurwoningen en overweegt maatregelen. „Betaalbaar verhuren moet rendabel zijn”, zei ze donderdag in reactie op de cijfers van het Kadaster.
„Als aanpassingen nodig zijn om investeringen in middenhuur interessant te laten zijn voor particuliere verhuurders, dan ligt het meer voor de hand de box 3-belasting te verlagen dan de Wet betaalbare huur aan te passen”, zeggen de huurders, gemeenten en corporaties. „Dat heeft een veel grotere impact op het verdienmodel van deze verhuurders en bovendien zadelt het huurders niet op met onredelijk hoge huurprijzen.”
De partijen stellen daarnaast dat particuliere verhuurders al in 2021 begonnen met het verkopen van woningen. Dat is „ruim voor de inwerkingtreding van de wet in 2024”. De verkoop is nu verder toegenomen. In de tien jaar daarvoor kochten beleggers bovendien op grote schaal woningen op en verhuurden deze tegen hoge huren, aldus de partijen.